In de Verenigde Staten bestaan tienduizenden 'versterkte dorpen', villawijken omringd door muren en wachttorens waarvan de toegangswegen gecontroleerd worden door zwaar bewapende particuliere bewakers.
Aldus beschermd leven de bewoners hun veilige, rijke en gezonde leven. Hun kinderen spelen ongestoord op de geschoren gazons. Scholen en kantoren worden bereikt in gepantserde limousines. In deze tak van particuliere beveiliging gaat jaarlijks meer geld om dan in de Amerikaanse defensiebegroting.
In de VS bestaan ook de ghetto's, no-go areas waar de politie nimmer verschijnt en de bewoners dus ook voor hun bescherming op zich zelf zijn aangewezen. Maar die bescherming neemt de vorm aan van terreur van afpersingsbendes die beloven geen brand te stichten zolang het maandelijkse verzekeringsgeld wordt afgedragen.
Het gebied tussen villawijken en ghetto's is het terrein waar de politie zich nog waagt. Daar is nog sprake van een publiek domein, geregeerd door wetten en regels die via het gewone democratische systeem zijn vastgesteld. Minder dan de helft van de Amerikanen neemt deel aan de presidentsverkiezingen. Dat getal daalt voortdurend, aan lokale verkiezingen nog minder wordt deelgenomen. Deze geringe participatie aan het politieke proces symboliseert hoe zeer het publieke domein is ingekrompen, hoe zeer de tweedeling in levenskansen, welvaart, veiligheid, gezondheid en onderwijs is voortgeschreden.
In Nederland is van een dergelijke tweedeling geen sprake. Bovendien behoort het in tegenstelling tot de Amerikaanse politieke cultuur van individuele verantwoordelijkheid tot onze politieke cultuur om zo'n tweedeling zo veel mogelijk te vermijden. Heel huiselijk zei Den Uyl dat het erom ging 'de zaak een beetje bij elkaar te houden'. Dáarom is de opwinding over het incident in de Groningse Oosterparkwijk zo groot. Wij wensen geen no-go areas. Dáarom ook ontstond er dadelijk opwinding over de door mevrouw Borst gesignaleerde tweedeling in de gezondheidszorg. We aanvaarden niet dat rijkere, maatschappelijk nuttige = werkende patienten voorrang krijgen boven armere, werkloze of anderszins maatschappelijk nutteloze zieken. Onze politici deinen op de publieke verontwaardiging mee. Maar toch woelt en groeit er iets van onvrede over onze politici. Die onvrede uit zich in al die onpolitieke manifestaties van collectieve rouw en treurnis, zoals bij de dood van Meindert Tjoelker en Joes Kloppenburg. De spontane bloemenhuldes en monumenten wijzen erop dat we de zaak bij elkaar willen houden. Op de plaats waar Kloppenburg werd dood geslagen, hangt in neonletters de wanhoopskreet HELP. Er woelt en groeit de angstige gedachte dat de burgers niet door hun politici, ondanks alle retoriek, geholpen worden. En dat is ook weer niet zo vreemd. De politie is zodanig gereorganiseerd dat het, zoals ik tot mijn verbijstering op de televise zag, in Zeeuws Vlaanderen bijvoorbeeld een paar uur duurt voordat een paar agenten ter plaatse kunnen zijn. Zo nodigt de politiek de burger uit zelf zijn bescherming ter hand te nemen, met het Amerikaanse resultaat tot gevolg. Hetzelfde geldt voor de gezondheidszorg. De Ziektewet is op grond van bezuinigingsoverwegingen zo veranderd dat werkgevers wel gedwongen worden om voor hun zieke werknemers voorrang bij behandeling te garanderen. Meer in het algemeen is het zo dat de neoliberale beleidsfilosofie van het paarse kabinet, privatisering, deregulering, bezuiniging, bevordering van de werking van de markt, ook als verdelingsmechanisme voor een schaars goed als gezondheidszorg, bijdraagt tot tweedeling in de samenleving. Het verzet daartegen heeft de politiek nog niet bereikt, maar de wrok groeit.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.