Bijbelverhalen horen langzamerhand niet meer tot de standaarduitrusting van de gemiddelde burger. Weinigen gaan nog regelmatig naar de kerk. En bidden wordt vaak gezien als wereldvreemd geprevel tegen de grote afwezige. Tegen die stroom in willen gelovige ouders hun kinderen de schoonheid en praktische waarde van religiositeit laten zien en voelen. Hoe doen ze dit in een wereld waaruit God is verbannen? Willen de kinderen die verhalen eigenlijk nog wel horen? Of vinden ze de kerk als ze ouder worden, net als hun leeftijdgenoten, hopeloos ouderwets? In gesprek met ouders en hun tienerkinderen over God en geloof.
Zelf vindt hij de kerk voor kinderen ook nogal saai en al zit er maar één kind in de kerk, hij zal altijd iets doen wat kinderen aanspreekt. Hij vertelt verhalen met verschillende stemmen en maakt er weidse gebaren bij. “Mijn jongste dochter Simone (4) vindt dat nog prachtig. Maar de oudere kinderen schamen zich juist voor dat belachelijke gedoe.” Hij denkt dat kinderen van anderen altijd ongecompliceerder hebben kunnen genieten van zijn 'optredens'.
Maar als hij dorpsonderwijzer was geweest en zijn kinderen hadden bij hem in de klas gezeten was dat ook lastig geweest. “Ik ben niet hun dominee maar hun vader.”
Toch durft hij er een wedje op te zetten dat Hester over een paar jaar blij is dat ze de bijbelverhalen kent. Want ze is een boekenwurm en ontzettend creatief. “Nog los van de religieuze betekenis kom je bijbelverhalen in onze cultuur overal tegen. In de muziek en de kunst.” Hij vindt het jammer dat we ze steeds meer vergeten. “Het zijn gebruiksverhalen voor mensen die onderweg zijn. Als iemand geen uitweg meer ziet, vertel ik over de uittocht uit Egypte. Daar was een weg, waar geen weg leek.” Over de afbraak van de traditionele cultuur is hij niet rouwig. Maar hij ziet wel dat mensen onthand raken door het verlies van rituelen. “Bij een crematie draaien ze een stukje muziek, en nog een stukje muziek, en nog een stukje muziek en dan is het over. Een mensenleven is in twintig minuten beëindigd.” Toch ziet hij ook een opleving van rituelen. Bijvoorbeeld op Aids Memorial Day. “We roepen de namen van degenen die gestorven zijn. Als ik namen roep, denk ik: Heer schrijf hun namen in Uw handpalm. Degene die naast mij staat geeft die religieuze betekenis misschien niet. Maar al benoem je dingen anders, je kunt het samen beleven. Die spiritualiteit kan ik ook met mijn kinderen delen.”
DOCHTER
Hester Honig (13) heeft tevergeefs geprobeerd vader Ton om te kopen. “Voor een verhoging van mijn zakgeld, was ik wel bereid om te zeggen dat ik toch nog wel iets geloofde. Ik zei nog: Het komt wèl in de krant hoor. Hij trapte er niet in.” En dus kwam de keiharde waarheid op tafel: Hester gelooft niets en ze gaat nooit naar de kerk. Wel ging ze het laatste jaar van de basisschool naar een christelijke school. Maar daar lette ze nooit op als er bijbelverhalen verteld werden. Bij het afscheid kreeg ze een Bijbel. “Dat is toch stom. Komen ze met een Bijbel aan! Wie leest dat nou? Op mijn vorige school kregen we een mooie agenda met een rekenmachine erbij.” Het enige verhaal dat ze zich vaag herinnert is “dat verhaal van die man die door zijn broers in de put werd gegooid”. En: “Ton heeft nog wel eens geprobeerd bijbelverhalen voor te lezen maar dat hield hij niet lang vol. We luisteren gewoon niet.” Dat haar vader dominee is, vond ze vroeger niet zo leuk. “Ik ging een keer per jaar op kamp via de kerk en dan kwam Ton soms langs om een verhaal te vertellen. Sommige andere kinderen vonden dat wel leuk. Maar ik had eigenlijk liever dat hij daar niet kwam. Een keer was er ook een kind dat aan mij vroeg - met smalende stem -: 'Ben jij de dochter van de dominee?' Dat vond ik toen niet leuk.” Een jeugdtrauma van formaat was ook de vermissing van haar knuffeldieren als er weer eens een kerkbazaar op komst was. “Gerry en Ton zochten dan hier in huis naar dingen die ze daar konden verkopen. En dan moest ik op de bazaar mijn eigen knuffels terugkopen. Ik had een keer een olifant met een spijkerbroekje aan en een hele zachte slurf. Die vond ik op de bazaar terug.” Eén keer heeft ze er zelfs eentje teruggestolen. “Dat was een kleintje. Die heb ik gewoon in mijn mouw gestopt en weer mee naar huis genomen.” Nu interesseert het beroep van haar vader haar niet meer zoveel. “Ik bemoei me er gewoon niet mee. Ik denk dat het een jaar geleden is dat ik in een kerk geweest ben.” Het kruisje om haar nek betekent voor haar ook niets bijzonders. “Ik vind het gewoon mooi.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.