*

 
dossier

Archief

De brandweer komt er bijna niet meer door

HANS SCHMIT − 30/01/97, 00:00

DEN HAAG - In december vond in de Haagse Archipelbuurt een bejaarde, blinde sigarenwinkelier de dood bij een brand in zijn woning. De brandweer had die nacht grote moeite het pand te bereiken door fout geparkeerde auto's, maar volgens het gemeentebestuur was de vertraging die de eerste brandweerwagen opliep dermate gering (minder dan één minuut) dat de overlevingskansen van het slachtoffer daardoor niet zijn verkleind.

Hoewel foutparkeerders dus niet mede-verantwoordelijk zijn voor de fatale afloop, is het incident voor de brandweer aanleiding opnieuw aandacht te vragen voor de bereikbaarheid van de (binnen)stad voor hulpdiensten. Brandweercommandant W. van der Molen heeft de gemeente gevraagd een hogere prioriteit te geven aan een snelle en ongehinderde doorgang van de hulpdiensten. Hij doelt daarmee niet alleen op het groeiend aantal foutparkeerders, maar ook op de bouwactiviteiten die het centrum van Den Haag hebben veranderd in een maanlandschap van bouwputten en opbrekingen.

Volgens de gemeente biedt de wegsleepregeling voldoende mogelijkheden om auto's die het doorgaand verkeer blokkeren van de weg te halen. In de regeling wordt een aantal locaties en tijdstippen aangegeven waar en waarop wegslepen de hoogste prioriteit heeft; bovendien kunnen ook elders gewraakte parkeersituaties, zoals de brandweer die in de Archipelbuurt aantrof, worden aangepakt, antwoordde het gemeentebestuur onlangs op vragen van het raadslid H. W. Kampfs (GroenLinks).

Hoe zinvol dat ook mag zijn, relativeert brandweer-woordvoerder F. J. Lek, je hebt er weinig aan wanneer je met de autospuit en de hoogwerker een straat wilt inrijden die is geblokkeerd. “De mensen op de wagens moeten dan zelf ad hoc-oplossingen zoeken, bijvoorbeeld door met een man of vier, vijf zo'n wagen 'weg te hossen'. Met een gemiddelde personenwagen lukt dat doorgaans wel, maar er staan steeds meer voertuigen langs de weg waarbij dat een stuk moeilijker wordt.”

De brandweer probeert dergelijke situaties te voorkomen door op verkenning te gaan, knelpunten te inventariseren en deze in overleg met politie en stadsbeheer aan te pakken. Dat betekent bijvoorbeeld méér voorlichting (het uitdelen van gele kaarten en folders met tips over ruim baan voor snelle hulp), méér bekeuringen en het mede opleiden van medewerkers van wijkteams en verkeershandhavingsteams. Zij leren situaties bekijken met de ogen van een brandweerman.

Slechte bereikbaarheid is nauw verwant met historische wijken. In krappe straten en op smalle grachten is dubbel parkeren vaak de enige mogelijkheid om mensen of goederen op de beoogde bestemming te krijgen. Vaak ook moet zo met de ruimte worden gewoekerd dat de aangegeven parkeervakken de uiterste grens zijn: een paar centimeter over de streep en de brandweer (die van de hulpdiensten de breedste voertuigen heeft) loopt vast.

Woonerven

Dit verschijnsel blijft overigens niet beperkt tot oude woongebieden: ook in nieuwbouwwijken, rijk voorzien van woonerven en plantenbakken, stuit de brandweer steeds vaker op obstakels, zegt H. Zuidijk van de Delftse brandweer. Hij wijst erop dat in veel nieuwbouwwijken al snel te weinig parkeerplaatsen zijn. Zo worden garages wel meegeteld bij het totaal aantal parkeerplaatsen, maar zijn deze doorgaans niet als zodanig in gebruik en wordt de auto in de te krappe openbare ruimte gestald.

Het ministerie van binnenlandse zaken eist dat de brandweer uiterlijk zes minuten na een brandmelding 'voor de deur' staat. Lek: “Vorig jaar is het in Den Haag in alle gevallen gelukt binnen die tijd ter plaatse te zijn. Daarbij moet je bedenken dat die zes minuten een maximum zijn: hoe eerder, hoe beter, want iedere seconde telt. De druk op de grens van zes minuten wordt groter. Haalden we vroeger een gemiddelde van 4,5 minuten, nu schuiven we steeds dichter naar die zes toe. Om die te kunnen blijven halen, hebben we de afgelopen jaren het aantal posten moeten uitbreiden, onder meer in het centrum.”

Om de hulpdiensten van een snelle doorgang te verzekeren, is in Den Haag vijf jaar terug op initiatief van de brandweer een hoofdroutekaart vastgesteld: een stelsel van doorgaande wegen waarop de hulpdiensten zo veel mogelijk ruimte krijgen. De kaart wordt geactualiseerd, waarbij de brandweer het voortouw heeft. Niet ten onrechte, want het aantal obstakels en knelpunten neemt snel toe. Een greep: de aanleg van een autotunnel bij het Centraal Station, de bouwwerkzaamheden aan de Vaillantlaan (de hoofdader van de Schilderswijk), de tramtunnel in de Grote Markstraat en tientallen bouwputten en opbrekingen ten behoeve van langlopende bouwprojecten in het centrum. Die zorgen bovendien, onder meer vanwege de aan- en afvoer van bouwmaterialen, voor extra verkeersdruk.

Namens de brandweer is D. van Wolferen nauw betrokken bij het bereikbaar houden van de Haagse binnenstad voor de hulpdiensten.

Van Wolferen: “Het gaat niet alleen om de eisen en voorschriften in de bouwvergunningen, maar ook om de fasering en de samenloop van de bouwwerken. Er moet ruimte blijven voor de hulpdiensten, de watervoorziening moet gegarandeerd zijn, de gebouwen moeten kunnen worden bereikt. In maart gaat de Grote Marktstraat voor 2,5 jaar dicht, maar moet wel bereikbaar blijven. Dat betekent dat achterliggende straten vrij moeten worden gehouden, straatmeubilair moet worden verwijderd, rijrichtingen omgedraaid, waterleidingen verlegd, brandkranen verplaatst.”

De afsluiting van de Grote Markstraat houdt ook in dat de route Groenmarkt/Gravenstraat/Buitenhof de enige doorsteek van noord naar zuid in het centrum wordt. Alle trams vanuit de Grote Marktstraat worden over deze route omgeleid. Dat betekent dat in de Gravenstraat in de ochtendspits het aantal trams van 24 tot 70 per uur zal toenemen. Op het Spui stoppen dan in de ochtendspits geen 64 maar 110 trams per uur.

Van Wolferen: “Voeg daarbij dat op en rond de Groenmarkt nog een aantal bouwwerken wordt uitgevoerd, zoals de sloop van de oude raadszaal, de verbouw van het oude postkantoor tot de Haagse Hof, de verbouwing en doorbraak van de Pasadenha, de bebouwing van een kinderspeelplaats en de mogelijke sloop van de Driehoekjes. Het wordt daar zó druk dat als er één lucifer op de weg valt, alles stilstaat. En dat moeten we zien te voorkomen.”

mailIcon print |