*

 
dossier

Archief

Ik wil me nooit meer als een hond laten behandelen

ARLETTE DWARKASING − 12/09/95, 00:00

Het lijkt allemaal voor elkaar: de opleiding is voltooid, het enthousiasme voor het beroep is volop aanwezig. Toch raken sommige mensen uiteindelijk in een heel ander beroep terecht dan waar ze ooit voor hebben gekozen. Vandaag: een talentvolle modeontwerpster werd computeroperator.

Ze doet dat meestal gekleed in een opvallende eigen creatie. Ze ìs tenslotte mode-ontwerpster. “Ik krijg wel eens complimenten. 'Wat zie je er mooi uit' of 'Wat heb jij veel kleren', zeggen ze dan. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit in spijkerbroek naar mijn werk ben gegaan. Of ik zou van tevoren moeten weten dat ik ergens onder een tafel moet kruipen. Sommige mensen vinden me misschien een trutje, omdat ik er altijd netjes uitzie. Maar ik vind het mooi. Ik houd ervan om kleding te dragen die niemand anders heeft. Daarom maak ik de meeste dingen zelf. Ik ga ook wel eens winkelen. Maar dan heb ik altijd wel iets aan te merken op de dingen die ik zie hangen. Een lelijke knoop, een kraag die niet goed zit, of een zak die niet goed is opgestikt.”

Sweeb had het zelf niet kunnen bedenken toen ze jaren geleden afstudeerde aan de Hogeschool voor de kunsten in Utrecht. Geknipt voor de mode, maar uiteindelijk turend in het computerscherm naar voor leken nietszeggende codes.

“Veel mensen begrijpen de ommezwaai niet. Mode-ontwerpster is een creatief beroep. Je maakt iets moois met je handen. Nu zou ik niet creatief bezig zijn. Niet op die manier inderdaad. Ik kan in mijn werk nu minder van mezelf leggen dan in mijn ontwerpen. Maar het doet me een enorm genoegen als ik iemand kan helpen met een computerprobleem. En de manier waarop je mensen te woord staat, of een probleem oplost . . . dat komt toch ook van mezelf. Zo ben ik toch creatief bezig.”

Na haar VWO-B examen in Suriname kwam Sweeb naar Nederland om de kunstacademie te gaan doen. Omdat het schooljaar in Suriname later eindigt dan hier, kwam ze te laat voor het toelatingsexamen. In dat 'verloren jaar' ging ze wiskunde studeren (“Komt altijd van pas, dacht ik”) en nam ze 's avonds tekenlessen aan de kunstacademie. “Om er vast in te komen.”

Haar afstudeerproject was een daverend succes. Sweeb was de eerste Surinaamse die aan de hogeschool zou afstuderen en ze wilde in haar creaties ook iets van die afkomst laten zien. Ze beschrijft heel gedetailleerd hoe ze de kleding ontwierp, uitgaande van drie bevolkingslagen uit de koloniale tijd in Suriname.

“De blanke slavendrijvers - eerst de Engelsen, later de Hollanders - voelden zich verheven boven de rest van hun landgenoten. Ze waren uit de hoogte en onvriendelijk. Ik heb de kleding ook koel en afstandelijk gemaakt. Gewaden van dun katoen waar ik met verfrollers overheen ben gegaan. Alles heel stijf en heel wit. Ik had ook vier blanke modellen uitgekozen. Met witblond haar.”

De tweede bevolkingslaag die Sweeb in beeld bracht, waren de Surinamers die het hadden gemaakt in de maatschappij. Surinamers die blank gedrag gingen imiteren. Ze lieten anderen voor zich werken en feestten 's avonds. Ze verscholen hun ware identiteit achter uiterlijk vertoon.

“Ik heb kleding gemaakt waar de donkere modellen zich in konden verschuilen. Gebreide lange jurken. Gestroomlijnd. Mysterieus. Met lange jassen van dunne stof als een web over de strakke jurken heen. Uitdagend. Zodat je je afvroeg wat eronder zat.”

Dan waren er de jonge creoolse vrouwen. De slavinnen die de blanke slavendrijvers moesten bedienen. Sweeb maakte een moderne versie van de creoolse klederdracht Koto Misi. “Dat is kleding die verhult. Hele wijde jurken van vrolijk gebloemde stof waarin kussen waren gepropt om heupen, buik en billen te verbergen. Met hoofddeksels. Grote doeken, op een bepaalde manier geknoopt. Iedere knoop had een betekenis. 'Ik zie je later op de hoek' of 'Ontmoet mij achter het huis'. Ik heb er heel zwierige jurken van gemaakt.”

De creaties waren nog enige tijd te zien in het Gemeentemuseum in Utrecht. Sweeb was goed in haar vak, dus er was een mooie toekomst voor haar weggelegd. Ze had nog niet genoeg zelfvertrouwen om voor zichzelf te beginnen, vond ze. Dus eerst maar een baan.

“Een frustrerende tijd was dat. Ik zat na mijn afstuderen vol energie. Maar ik kon aan niemand laten zien wat ik kon. Maar zeer weinig jaargenoten hadden het geluk werk te vinden in de mode. In Suriname ben ik toen hoofdontwerper geworden op een confectie-afdeling van een warenhuis. Maar ik kon er mijn ideeën niet kwijt. Als je als Surinamer uit Nederland op zo'n functie komt weet je dat je vervelende reacties krijgt. Zo van: 'Jij komt hier zeker vertellen hoe wij het in Suriname moeten doen'. Niets wat ik deed was goed. Ik kon me daar niet ontplooien.”

Terug in Nederland kon Sweeb via via terecht bij een Nederlandse ontwerpster in Milaan. Enthousiast als ze was stapte ze met al haar ideeën op het vliegtuig. Een contract zat er niet in, werd haar al gauw duidelijk. Maar werk was werk, nietwaar?

“Ik heb er veel geleerd over de modewereld. Ik ontwierp. Mijn bazin streek met de eer. Ik zette altijd mijn naam onder mijn tekeningen. Zij knipte die er af. De andere meisjes slikten er alles. Ik stond alleen in mijn protest. Ik voelde me er ook heel erg alleen, zonder mijn familie in een vies appartement.”

“Na een half jaar ben ik weggegaan. En in het vliegtuig dacht ik: dit wil ik nooit meer. Ik wil me nooit meer als een hond laten behandelen. Voor de tweede keer zag ik zoveel haat en nijd in de modewereld. Jaloezie. Iedereen wil met de eer strijken.”

Werkloosheid was ook geen aanlokkelijk perspectief. Onder het motto 'Ik moet iets gaan doen, want als ik zo blijf doorzeuren komt er niets van me terecht' bezocht Sweeb het arbeidsbureau waar net een werklozenproject werd gestart. Een opleiding tot 'unix systeembeheer'. Mèt baangarantie.

“Ik wist niets van computers. He-le-maal niets. Maar ik kreeg plezier in het werk. Twee jaar geleden solliciteerde ik bij Holland Casino's. De casino's zijn volledig geautomatiseerd. Van het glaasje cassis tot het geld dat aan de winnaars wordt uitbetaald. Als de computer het niet doet, kunnen ze het casino wel sluiten. Ik denk wel eens na over mijn toekomst. Wat ik over tien jaar zal doen. Ik zou het zeker leuk vinden weer beroepsmatig met mode bezig te zijn. Maar als ik aan al die stress denk, hoeft het niet. Ik heb het naar m'n zin in de automatiseringsbranche.”

mailIcon print |