*

 
dossier

Archief

Een betere non dan ooit

TON CRIJNEN − 20/03/97, 00:00

Karen Armstrong: Door de nauwe poort - Mijn zeven kloosterjaren, een spirituele ontdekkingsreis. Anthos Amsterdam, 317 blz, f 39,90. Karen Armstrong: De dood van God - Voordrachten. Anthos, 120 blz., f 19,90. Karen Armstrong: In het begin - Een nieuwe visie op Genesis. Anthos, 247 blz., f 34,90.

De afgelopen twintig jaar hebben heel wat uitgetreden vrouwelijke religieuzen hun leven als kloosterlinge te boek gesteld. Maar niemand slaagde erin die persoonlijke ervaringen zo eerlijk, trefzeker en diepzinnig op papier te krijgen als de Engelse publiciste Karen Armstrong (52).

Van 1962 tot 1970 was zij lid van een rooms-katholieke onderwijscongregatie. Haar autobiografisch verslag over die 'belangrijkste periode in mijn leven' kwam in 1981 uit en werd in Groot-Brittannië en de VS een bestseller. Thans ligt het boek ook in de Nederlandse boekhandels: 'Door de nauwe poort'.

Karen Armstrong heeft een reputatie te verliezen. Haar studie A history of God (1993) werd een mondiale hype, terwijl drie andere werken - over Mohammed, de Kruistochten en Jeruzalem - eveneens zeer goed verkopen.

Met 'Door de nauwe poort', haar eersteling, schreef ze de 'beklemmende, maar tevens zoete jaren' van zich af die ze doorbracht in de tredmolen van een kloosterleven dat nog nauwelijks was aangeraakt door de vernieuwingen van het Tweede Vaticaans Concilie en dat haar daarom verstikte. Zinloze handarbeid, kadaverdiscipline, het onderdrukken van normale emoties zoals het verlangen naar vriendschap - ze schiepen een frustrerende, kille atmosfeer die van normale vrouwen wezens maakte die zich in een permanente staat van hysterie bevonden. Armstrong veranderde van een intelligente, idealistische tiener in een geestelijk en lichamelijk wrak dat na haar uittreden acht jaar nodig had om zichzelf te hervinden.

“Met welke intentie ik naar het klooster ging? Ik zag het als een geestelijk avontuur. Ik was bezield van oprecht religieus en maatschappelijk idealisme. Ik moest niets hebben van al het materialisme om me heen, wilde mij geheel verliezen in Gods liefde. Maar er speelde ook diepgewortelde angst voor de boze buitenwereld mee (ik was erg verlegen) én jeugdig enthousiasme voor het leven in een communiteit die volstrekte gelijkheid nastreefde. Ik werd non omdat ik op zoek was naar Iets, dat wij bij gebrek aan een beter woord 'God' noemen. Zeven jaar lang heb ik er intens en aanvankelijk vol hoop naar gezocht, maar ik heb het binnen de kloostermuren nooit gevonden.”

“Pas veel later, tijdens mijn theologische en literaire studies, voelde ik me soms in een moment van verwondering en verrukking opgetild naar een niveau waar ik, achter en in de teksten, een glimp van dat Iets meende te ontwaren. Deze vorm van spiritualiteit helpt me veel beter bij mijn zoektocht naar het goddelijke dan die gedwongen meditatie. Ik zie het als de ironie van het leven dat het me nu soms lukt die staat van onthechting en onafhankelijkheid te bereiken waarnaar ik als non tevergeefs heb gestreefd. Ik ken deze eigenschappen echter veel minder waarde toe dan vroeger, omdat ik besef hoe snel ze kunnen ontaarden in desinteresse tegenover anderen en in zelfgenoegzaamheid.”

“Toch had ik de kloosterervaring niet willen missen. Ze heeft me op het spoor van de spirituele zoektocht gezet waaraan ik nu al meer dan zeventien jaar de zin van mijn bestaan ontleen. En dat is toch niet niks. Ik heb althans één keer in mijn leven geprobeerd absoluut en doelbewust te leven, heb op een harde manier mijn eigen grenzen leren kennen.” Glimlachend: “Dat kan niet iedereen zeggen.”

“Het heeft er ook toe geleid dat ik mezelf niet al te serieus neem. Gevolg van zeven jaar continue zelfkritiek. Ze komt me thans goed van pas bij alle lof die men over mij uitstort. Het relativeert mijn zogenaamde bekendheid en verhindert dat ik een onuitstaanbare ijdeltuit word. En dan is er nog iets: in de orde besefte ik dat wij, mensen, gecompliceerde wezens zijn en dat geest, hart en lichaam voortdurend zijn verwikkeld in een strijd op leven en dood. Een van de belangrijkste dingen die ik van het kloosterleven opstak was juist de relatieve machteloosheid van onze wil. Het is goed om je dat te realiseren. Het maakt je nederig, voorkomt overdreven schuldgevoelens en leidt tot een soort innerlijke vrede. Mijn jaren in het klooster zijn dus niet, zoals sommigen denken, verspilde tijd geweest. Al heb ik er lang over gedaan voor ik me dat realiseerde. Want in de eerste jaren na mijn uitreden zat de rancune diep. Ik heb dit boek twee keer moeten herschrijven voordat ik al mijn frustraties had 'uitgezweet' en ik die tijd in perspectief kon plaatsen.”

“Mits open toegepast zullen er altijd mensen bezield raken door het oeroude ideaal van het contemplatieve monastieke leven. Ook in ons geseculariseerde Westen. Terecht, want het ís ook prachtig: je helemaal wijden aan God, aan het transcendente. Niet voor niets slagen strenge, beschouwende ordes er veel beter in om hun rijen op peil te houden dan de 'actieve' ordes, tenzij die, zoals de zusters van Moeder Teresa, nieuwe uitdagende pionierstaken weten te vinden. De contemplatieven vormen in ons post-christelijke Europa spirituele eilandjes in een zee van negativisme en plat materialisme. Hun bewoners stralen een ouderwets soort wijsheid uit, een bereidheid tot luisteren die je elders nog zelden tegenkomt. Reden waarom een groeiende groep mensen, op zoek naar geestelijke rust en raad, bij hen aanklopt. Een groot deel van de bezoekers blijkt geen lid van een kerk, maar vindt toch wat van zijn gading.”

Karen Armstrong is na haar kloosterperiode geleidelijk weggedreven van de roomse moederkerk. “Ik vond die een uitvergroot soort klooster-oude-stijl.” Eind jaren zeventig stapte ze uit de kerk die ze ook theologisch benauwend was gaan vinden. Al gauw hield ze ook de religie voor gezien. “Na jaren van intensieve religieuze preoccupatie kon ik het woord godsdienst niet meer horen! Ik was religiemoe.” Ze begroef zich in haar werk als docente Engelse taal- en letterkunde en geloofde 'zelfs niet meer in een God'. Toen kwamen het succes van haar autobiografie en daarna de uitnodiging van de Britse televisie om documentaires over jodendom, christendom en de islam te maken. Ze begon aan een diepgaande vergelijkende studie van deze drie wereldgodsdiensten, resulterend in haar bestseller over God. Zo herontdekte ze God en religie als bronnen van persoonlijke spiritualiteit. Terugkeren naar de r.-k. kerk of zich aansluiten bij een andere godsdienst deed ze echter niet. Lachend: “Ik ben een freelance monotheïst”. Karen Armstrong acht haar ongebonden religiositeit niet geschikt voor brede consumptie. “De meeste mensen hebben behoefte aan de houvast van een religieuze traditie. Want als ze hun kerk de rug toedraaien eindigen ze vaak, na wat geneusd te hebben in de warwinkel van new age, in een nihilistisch niemandsland. En dat is zelfs heel wat slechter dan lid zijn van de rooms-katholieke kerk.”

mailIcon print |