*

 
dossier

Archief

HF theatraler met Ivo van Hove

Door: redactie − 23/01/97, 00:00

Van onze kunstredactie AMSTERDAM - Door artistiek leider Ivo van Hove van het Zuidelijk Toneel tot opvolger van Jan van Vlijmen te benoemen, heeft het bestuur van het Holland Festival gehoor gegeven aan een lang weerkermende klacht: er zit te veel muziek en amper theater in het jaarlijkse festival.

Het bestuur benoemde 'de bevlogen theatermaker' Van Hove tot Festival-directeur wegens “de mentaliteit waarmee hij en zijn gezelschap theater maken: open en dynamisch.” Voorzitter Tjeenk Willink van het HF-bestuur verwijst ogenblikkelijk naar Van Hove's bewerking van O'Neills onvoltooide drama 'Rijkemanshuis'. Het ging als coproduktie van het Zuidelijk Toneel in het Holland Festival van 1994 in première.

“Waar het bij O'Neill om psychologische oorlogsvoering gaat, daar duiken de spelers onder leiding van Van Hove met elke vezel fysiek, en vooral vocaal, tot op de bodem. De tekst, voor een groot deel bestaande uit lange monologen, wordt in hoog tempo kervend neergezet”, schreef Trouwrecensente Hanny van der Harst. Dit voorjaar treedt het Zuidelijk Toneel met 'Rijkemanshuis' ook in New York op. Voor het komende Holland Festival regisseert Van Hove 'Koppen/Faces' van John Cassavetes. Volgens Tjeenk Willink zocht het HF-bestuur eerst welke nieuwe koers het Festival na Van Vlijmen moet varen, de financiële kwesties kwamen op de tweede plaats. Het bestuur oordeelde dat de discipline theater voortaan 'een centrale rol' moet spelen.

Daaruit vloeide de vraag voort wie in de theaterwereld over zowel bevlogenheid als organisatorische capaciteiten beschikt. De Vlaming Van Hove verlaat zijn eigen gezelschap niet, maar combineert het met zijn directeurschap. Tjeenk Willink: “Het is niet alleen interessant dat Van Hove wortels in de theatrale kunstwereld heeft, maar die ook houdt.” Van Hove treedt vermoedelijk vóór het komende Festival aan, Van Vlijmen vertrekt per 1 oktober. Van Hove regisseerde onder andere 'Lulu' (1989), Hamlet (1993), 'Rouw siert Elektra (1989), 'De tramlijn die verlangen heet', en de vorig jaar bekroonde 'Caligula'. Zelf zegt hij aan een oeuvre te werken met de terugkerende sleutelbegrippen: verlangen, hunkering naar iets dat je niet hebt.

Over zijn gewelddadig temperament, dat ook zijn voorstellingen typeert, zei hij ooit tegen Het Parool: “Dat temperament, dat zuidelijke, dat herken ik nergens in. Daar ben ik gewoon mee geboren.” Het katholieke jongensinternaat, waar hij op zijn twaalfde belandde, beschouwt hij achteraf als kernmoment. “Het klinkt misschien pathetisch, maar het waren de gelukkigste jaren van mijn leven. Er was een toneelzaal, een echt lijsttoneeltje. Dat is bepalend geweest. Ik kon gewoonweg niet geloven dat we daar elke woensdagmiddag mochten doen wat we wilden. De geborgenheid die ik daar voelde, de afgeslotenheid, dat voel ik nu nog als ik in het repetitielokaal sta. Daar kan mij niets gebeuren.”

Van Hove (38) kan nog niets over zijn aanvalsplan zeggen: hij moet eerst zijn twee secondanten (dagelijkse leiding en producent) aanstellen. Over een maand licht hij zijn Holland Festival-visie toe.

mailIcon print |