*

 
dossier

Archief

VS-Congres mijmert over afrekening met Saddam

BERT VAN PANHUIS − 07/02/98, 00:00

WASHINGTON - Moet het einddoel van de Amerikanen in de confrontatie met Irak de wapeninspectie door de Verenigde Naties zijn of moet de gelegenheid worden benut om voor eens en voor altijd af te rekenen met het regime van Saddam Hoessein?

In de redelijk gesloten gelederen tussen het Witte Huis, het State Department en het Pentagon aan de ene kant en Capitol Hill aan de andere beginnen gaten te vallen. Het waren van de week de twee Republikeinse leiders in het Congres, senator Trent Lott en Speaker Newt Gingrich, die de gaten zichtbaar maakten. Ze riepen daarmee niet alleen het verwijt uit Democratische kring op dat ze gevaarlijk partijpolitiek spel speelden met meer dan een half oog gericht op de Congresverkiezingen van komend november. Ook binnen de eigen fracties werden de meningsverschillen duidelijk gemaakt.

Lott constateerde dinsdag dat Amerika nooit greep zal krijgen op het wapenprogramma van Irak zolang Saddam daar de baas is. Het heeft volgens hem geen zin de Iraakse leider “terug te jagen in zijn kooi, waarbij hij er binnen zes maanden weer uit is”. Hoe dan ook moet Saddam Hoessein worden verdreven, concludeerde de senator. Een dag later kreeg hij bijval van Gingrich. Of Saddam gaat akkoord met een onbeperkte VN-inspectie of hij wordt vervangen door een regime dat een einde wil maken aan het wapenprogramma, meent de Speaker.

Beide Republikeinen behoren tot de vleugel van de partij, die een confrontatie-aanpak in het Amerikaanse defensiebeleid voorstaat, maar in dit geval hebben ze steun in bredere kring. Vorige week schreven achttien defensiedeskundigen president Bill Clinton een brief, waarin ze vroegen de Iraakse leider te verdrijven uit de macht. Onder de achttien zijn Donald Rumsfeld, minister van defensie onder de Republikeinse president Gerald Ford en James Woolsey, Clintons eerste CIA-directeur.

Zonder precies aan te geven hoe het een en ander praktisch zou moeten worden uitgevoerd zeiden de achttien dat ze bij zo'n verdrijving denken aan “diplomatieke, politieke en militaire middelen”. Maar een van de ondertekenaars, Robert Kagan van het Carnegie Instituut voor Internationale Vrede, schreef onlangs in een weekblad dat de doelstellingen van Amerika ten aanzien van Irak óm moeten en dat het soort militaire acties radicaal gewijzigd moet worden. Kortom, geen beperkte luchtacties, maar een strijd op de grond.

Schemergebied

“Het geeft geen pas om in het openbaar te discussiëren over het vermoorden van een buitenlandse leider, hoe we verder ook over hem mogen denken. Ik vind dat heel, heel gevaarlijk”, reageerde Tom Daschle, Lotts tegenvoeter in de Democratische senaatsfractie. En Joe Biden, de eerste man van de Democraten in de Senaatscommissie voor buitenlandse zaken zag verkiezingstactiek in met name de uitspraken van Gingrich. “Hij wil kunnen zeggen dat Saddam er nog steeds zit en dat Clinton dus heeft gefaald, waarna hij kan vaststellen dat het beleid van de Democraten zwak is.”

Lotts fractiegenote Olympia Snowe, een vertegenwoordigster van de gematigde vleugel en lid van de defensiecommissie, stelde meteen vast dat een gewelddadige actie tegen de persoon van Saddam Hoessein in strijd is met de wet. Gerald Ford heeft halverwege de jaren zeventig de presidentiële richtlijn uitgevaardigd dat moordaanslagen in strijd zijn met de belangen van het buitenlandse beleid. In een reactie heeft Clinton daar eveneens op gewezen. “Zou het Iraakse volk beter af zijn met een andere leider? Ongetwijfeld. Maar daartoe hebben de VN ons niet gemachtigd. En daar liggen onze directe belangen ook niet”, aldus de president. Er is echter een schemergebied. Toen de VS in 1986 een bombardement op het hoofdkwartier van de Libische leider Kadafi uitvoerden werd dat door het Pentagon bestempeld als een militaire actie, geen moordaanslag.

Zowel Lott als Gingrich zijn inmiddels al weer wat teruggekrabbeld. Ik bepleit geen moordaanslag, aldus de senator, maar ik wil aansturen op een situatie, waarin Saddam Hoessein niet langer aan de leiding staat en zijn volk pijn en leed berokkent, zei Lott. En Gingrich liet via een woordvoerster weten dat de Speaker zich steeds positief en vaderlandslievend heeft opgesteld “en verwacht dat als de president handelt Amerika een duidelijk doel moet hebben en de overwinning wil behalen.”

Terwijl Madeleine Albright, de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken en haar naaste medewerkers, zoeken naar een diplomatieke uitweg uit de crisis gaat William Cohen, haar collega op defensie door met het voorbereiden van een militaire actie. En dat kwam Cohen, een Republikein binnen een Democratisch kabinet, deze week op het verwijt van een Republikeins Congreslid te staan dat het Witte Huis op de oorlogstrommels timmert. De de minister ontkende en zei dat er geen overhaast oordeel wordt geveld.

Dat is ook de reden waarom het Congres Clinton en Albright nog niet voor de voeten wil lopen met een resolutie, waarin om een hard optreden tegen Irak wordt gevraagd. Over de tekst zijn Republikeinse en Democratische leiders het wel eens, maar, aldus Tom Daschle, in het vuur van het debat kunnen er dingen worden gezegd die 'wraakacties' kunnen uitlokken. Zolang er nog wordt overlegd met de bondgenoten in het Midden-Oosten en Europa laat het Congres het zoeken van een oplossing graag in handen van Albright. Toen zij van de week achter gesloten deuren de deskundigen uit de Senaat en het Huis van Afgevaardigden had geïnformeerd over de stand van zaken kwam hoofdschuddend John Warner, de Republikeinse senator voor Virginia, naar buiten.

Warner: “Het is een van de meest complexe reeks van opties, die ik tegen ben gekomen in de 25 jaar dat ik nu in dit vak zit.”

mailIcon print |