*

 
dossier

Archief

Avonturiers gaan maar naar de Camel Trophy

MAAIKE VAN HOUTEN − 07/02/96, 00:00

Naam: Rex Hendriksen Bedijf: Artsen Zonder Grenzen Beslist over: niet-medische vrijwilligers Benodigd diploma: geen specifiek. Beheersing Engels, afgeronde beroepsopleiding, ouder dan 25, relevante werkervaring.

Van alles een beetje, maar van niks te veel. De vrijwilliger bij AZG moet avontuurlijk zijn ingesteld, maar Rex Hendriksen verwijst avonturiers graag door naar de Camel Trophy. Een flinke dosis betrokkenheid, gedrevenheid zelfs, met de humanitaire missie is vereist. Maar een wereldverbeteraar is beter op zijn plaats in een actiegroep dan in een organisatie die is gericht op noodhulp. En nu AZG het motto van de volstrekte politieke neutraliteit heeft verlaten, moeten de doeners ook een beetje kunnen denken. Maar het type van een ontwikkelingswerker, de hulpverlener die drie jaar op hetzelfde project wil zitten, dat voelt zich beslist beter thuis bij de Stichting Nederlandse Vrijwilligers.

Net als aan de vrijwilligers in de buitenlanden, stelt AZG ook aan zijn stafleden in Amsterdam strenge eisen. Voor de personeelsafdeling geldt dat de medewerkers een aantal jaren in het veld moeten hebben gewerkt. Hendriksen, een van de zes, zat onder andere in Soedan, Irak en Oeganda. Hij werkt sinds 1995 op de personeelsafdeling.

Het aantal vrijwilligers dat AZG uitzendt, wisselt. In 1994, door Rwanda bepaald een rampjaar, waren het er 700. Het afgelopen jaar gingen er 500 en dat is ook voor 1996 het streven. “We hopen dat het er minder worden. Want dat betekent dat er niet zoveel emergencies zijn”, zegt Handriksen. Tachtig procent van de uitgezondenen gaat naar burgeroorlogen. Twintig procent werkt op een langer lopend project van zo'n drie tot vijf jaar. Zo is AZG in Rwanda bij voorbeeld ook na de hoogste nood gebleven.

Hendriksen is een van de twee personeelsfunctionarissen die niet medisch personeel aanneemt. Anders dan de naam doet vermoeden, zijn namelijk maar liefst de helft van de uitgezondenen geen dokters en verpleegkundigen, maar logistiek medewerkers, water- en sanitairexperts en 'manusjes van alles' die op een locatie huizen kunnen huren, tenten opzetten, auto's repareren, deals sluiten over electriciteit, telefoon en sanitair. “Daar zijn dus geen opleidingen voor” constateert Hendriksen.

AZG houdt maandelijks een informatieavond voor belangstellenden - advertenties hoeft AZG slechts voor een enkele specialistische functie te zetten. Op die voorlichtingsbijeenkomst worden de criteria verteld. Kandidaten moeten Engels kunnen lezen en schrijven en ze moeten een beroepsopleiding hebben afgerond. Dat is nog vrij duidelijk. Maar waarom wil AZG geen mensen van onder de 25 en wat betekent drie jaar werkervaring waarvan een jaar relevante ervaring?

“Het is een richtlijn, dat van 25 jaar', relativeert Hendriksen. Maar dan: “De ervaring in het veld is zodanig dat je een bepaalde volwassenheid moet hebben, een zeker inzicht in jezelf, voordat je weggaat. Die 25 jaar is geen garantie, maar je kan verwachten dat mensen van die leeftijd toch iets meer levenservaring hebben dan iemand van 21 die pleisters wil plakken op zielige wondjes.”

En die relevante ervaring, daar kan althans op sociaal gebied ook een fanatieke hobbyist onder vallen. Een fervente lezer valt niet in die categorie, wel een zendamateur. Of een reisleider. Of een coach van een voetbalteam. “Daar zit toch een stukje omgaan met groepen in. In een project zit je vaak in een kleine groep. Dan is het belangrijk dat je kan luisteren en dat je kan blijven praten.” Werken in een kibboets, in de druivenpluk valt ook onder relevante ervaring. “Werken in teamverband in een andere cultuur, dat geeft toch allemaal weer wat iemand zoekt.”

Harde preé zijn: kennis van een speciale taal, werken in multiculturele groepen, bij voorbeeld in een asielzoekerscentrum. En reiservaring - hoe kan het anders. “En dan liever een rugzakvakantie door Thailand dan een geheel verzorgde reis. Dat vertelt me iets over spirit, over initiatief.”

Van de tien mensen die een formulier invullen hebben zeven à acht niet de juiste combinatie van werkervaring en opleiding. Die vallen dus af. Twintig à dertig procent mag door. Naar het gesprek. Dat duurt een uur, want Hendriksen is 'vrij to the point.'

Bij het gesprek is motivatie de insteek. “Mensen moeten heel bewust stilstaan bij wat werken voor AZG betekent. Je zit ver weg, en je kunt niet zeggen: o, het bevalt me niet ik ga maar weer. In zekere zin heb je als personeelsfunctionaris ook een beschermende functie. Soms blijkt pas bij een gesprek dat mensen toch niet helemaal begrepen hebben hoe we werken.” Door 'een beetje te spitten in iemands persoonlijkheid' komt Hendriksen er wel achter of hij met een avonturier van doen heeft, een wereldverbeteraar, een ontwikkelingswerker of met de gezochte stabiele, nuchtere geest die voor geen kleintje is vervaard.

Zo klinkt het Hendriksen niet erg overtuigend in de oren als iemand op de vraag naar zijn of haar meest emotionele ervaring antwoordt: die keer dat ik mijn autosleutels kwijt was. “Maar als iemand een keer bijna is aangerand of bedreigd is op vakantie, en als iemand daar ook over kan praten, dan kan ik daaruit afleiden dat zo iemand ook in een minder stabiel project geplaatst kan worden.”

Ook een aardige indicatie is de manier waarop de kandidaat zegt om te gaan met collega's en chefs. Iemand die nooit problemen heeft op zijn werk gelooft Hendriksen niet. De manier waarop hij omgaat met conflicten zegt daarentegen veel over zijn karakter. Slaat zo iemand dicht, bij voorbeeld, of heeft hij het 'Fingerspitzengefühl' om dat op een redelijke manier op te lossen. “Als een konvooi bij een wegblokkade wordt tegengehouden moet hij geen grote mond opzetten in de trant van 'ik ben van artsen zonder grenzen, laat me door'. Ook een hele goede techneut die sociaal niet spoort komt zo'n blokkade niet voorbij. Die kan de truck met spullen niet afleveren en daar hebben we niets aan.” Daarom ook is enigerlei vorm van managementervaring absoluut vereist; over een leiderstype wordt niet zo snel heen gelopen, verwacht hij.

Veertig procent komt het gesprek niet door, of blaast de zaak zelf af. Heel soms ziet Hendriksen al bij binnenkomst dat zich hier niet de juiste kandidaat aandient. Hij kan niet precies omschrijven wat het in dat geval is dat niet deugt. Maar dan straalt zo'n kandidaat gewoon niks sociaals uit, niks flexibels, niks avontuurlijks, niks doenerigs. Maar het is van alles een beetje en van niks teveel: “We zoeken geen nine to fivers maar ook geen cowboys. We proberen wel kwaliteit neer te zetten in het veld.”

mailIcon print |