ROTTERDAM - Sinds jaar en dag kent het Filmfestival Rotterdam een programma-onderdeel dat niet aan een filmmaker, maar aan een thema is gewijd. Het is de speeltuin van programmeur Gertjan Zuilhof, die in eerdere festivaledities aandacht vroeg voor het gebruik van home movies.
Nooit eerder was het zo lastig om het thema-programma inhoudelijk af te bakenen als dit jaar met 'Fake'. Een van de vele sporen die door het Fake-programma is te trekken is eigenlijk een afgeleid spoor: film-over-film. Wellicht vanwege de grote filmliefde en de noodzaak de censuur met dwaalsporen om de tuin te leiden, bloeit de film-over-film het mooist in Iran. Van Abbas Kiarostami wordt in het Fake-programma Close-up vertoond, als opmaat voor de fascinerende documentaire Close-up long shot van Moslem Mansouri en Mahmoud Chokrollahi. Met weinig meer dan een pratende hoofdpersoon, de man die zich in Close-up, maar ook in werkelijkheid, voordeed als de bekende Iraanse regisseur Mohsen Makhmalbaf, geeft de film inzicht in de rol die cinema speelt in Iran en laat hij zien hoe verleidelijk het kan zijn om de grens tussen fictie en realiteit uit te schakelen.
Sabzian verloor door de fraude zijn baan en zijn vrienden, maar bij wijze van schrale troost is hij nu een held van de cinema. Hetzelfde overkwam een politieman die twintig jaar geleden door Mohsen Makhmalbaf werd aangevallen, maar nu figureert (is hij het wel echt?) in een reconstructie van die gebeurtenis.
In vergelijking met de uiterlijk eenvoudige, maar qua structuur bijzonder geraffineerde films uit Iran, steken fake-produkties, al dan niet opgenomen in het programma, uit westerse landen magertjes af. In plaats van aan te zetten tot het relativeren van onze waarneming, spelen zij slechts met vertelconventies omwille van het spel zelf. Neem nu Courting Courtney, het debuut van de Amerikaan Paul Tarantino (geen familie) die donderdagavond voor een uitverkochte zaal zijn wereldpremière beleefde. Het was de eerste vertoning voor een publiek, dus de regisseur en zijn producente waren behoorlijk opgewonden. De film zorgde weliswaar voor een lichte noot tussen zwaarmoedige kost uit Korea en Kazachstan, maar het gedoe over relaties is wel erg oppervlakkig en voorspelbaar. Tarantino vermomt zijn fictie als pseudo-documentaire, inclusief een gefingeerd alter ego, maar weet het spel niet consequent vol te houden.
Ook Nederland doet mee aan het filmische Droste-effect, waarbij in elke film de voorganger nog zichtbaar is. Twee jonge filmmakers hebben met elkaar gemeen dat ze geen van beiden films kunnen maken, maar wel graag statements willen afleggen over zichzelf en het maken van films en daarmee ook nog weten te boeien. Cyrus Frisch probeert al jaren het enfant terrible van de Nederlandse film te worden en doet met 'Ik zal je leven eren' de meest serieuze poging tot nu toe. Sommigen zullen gruwen, anderen - onder wie ik - zullen gefascineerd zijn door de schaamteloze ijdelheid en smakeloosheid waarmee Frisch afscheid neemt van zijn onlangs overleden buurman, filmjournalist en -kenner Hans Saaltink. Frisch speelt zo'n opzichtig spel met het fenomeen reality tv dat het weer interessant wordt.
Zo mogelijk nog curieuzer is de produktie 'Let love rule' van Marieke van der Lippe, gisteren in Rotterdam vertoond als onderdeel van een Prix de Rome-presentatie. In deze film reconstrueert Van der Lippe haar verjaardag van vorig jaar, toen ze door vriendinnen in het Hilton werd getrakteerd op een male stripper. Zoals Frisch zijn schuldgevoel te lijf gaat, gebruikt Van der Lippe film als therapie tegen het rotgevoel dat ze aan die bewuste avond overhield. Media spelen hierbij een belangrijke rol: elke snipper papier de aan hen wordt gewijd, gebruiken deze 'filmmakers' in hun volgende produktie. In Nederland leidt 'fake' al snel tot zelfbevlekking.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.