Kenmerkend voor de groei in kwaliteit die de Nederlandse journalistiek de laatste decennia heeft doorgemaakt, is de toegenomen distantie. Met de overstap van twee op het Binnenhof werkzame redacteuren (José Smits, de Volkskrant en Marleen Barth, Trouw) naar de politiek wordt dat beeld doorbroken. De opwinding die ontstond, vormt een reden tot tevredenheid.
Het verweer van Marleen Barth in Trouw (zaterdag 6 december) maakt het er niet beter op. Ze vertolkt er een hoogst discutabele opvatting over journalistiek. Een kernbeginsel als distantie komt bij haar in mist terecht, terwijl helderheid geboden is.
De nadruk op distantie in de moderne journalistiek moet vooral worden gezien tegen het decor van het verleden. Nederland kende sinds eind vorige eeuw tal van kranten die behoorden tot de politieke en godsdienstige segmenten, waaruit het land was opgebouwd. De in die verzuilde media werkzame journalist diende belangen van de eigen groep, wat een onafhankelijke opstelling in de weg stond. In de jaren '60 ging de verzuiling ten onder, maar de verworven vrijheid werd door velen aanvankelijk ingeruild voor journalistiek engagement, vooral ter linkerzijde. De ene binding werd zo door de andere vervangen, de distantie bleef beperkt. Ook in de Haagse journalistiek. Met name tijdens de kabinetten Den Uyl en Van Agt verkeerden pers en politici aan het Binnenhof en in Nieuwspoort eerder in een sfeer van camaraderie, dan van kritische afstand.
Vanaf de jaren '80 is de onafhankelijkheid gegroeid. Terecht. Fair reporting eist dat de journalist de lezer alle feiten geeft, eerlijk en open, en dat hij de politici onbevangen en kritisch tegemoet treedt. Hij zal privé stellig opvattingen koesteren of een bepaalde zaak zijn toegedaan. Zich daarvan bewust zijn en tóch eerlijk blijven is dan de boodschap. Niet eenvoudig, maar zeer noodzakelijk. Want zijn hoogste ideaal is niet van politieke aard, maar van journalistieke: het publiek kritisch, veelzijdig en helder informeren.
Zeker in een land waar regeringscentrum en hoofdstad niet samenvallen, is het risico aanwezig dat het politieke bedrijf wordt gezien als een geisoleerd cultuurtje, als een wereld-in-zichzelf. Den Haag heeft zo'n schijn altijd tegen. Voor journalisten een reden temeer afstandelijk te werken en dat ook te laten merken. Vanuit dat perspectief schaadt de overstap van Barth en Smits de geloofwaardigheid van een krant. Barth zit er echter niet mee. Ze heeft maatschappelijke idealen, en die denkt ze als Kamerlid beter te kunnen realiseren dan via de krant. Dat laatste heeft ze blijkbaar geprobeerd. En dat nu, is niet de bedoeling.
Kritische, onafhankelijke journalistiek is een essentiële doelstelling. Tenzij men, zoals Barth doet in haar stuk in Trouw, journalisten al bij voorbaat excuseert omdat het ook maar mensen zijn 'en dus niet objectief'. 'Hooguit' kunnen ze proberen zo onpartijdig mogelijk te werken, maar beter nog is het over de eigen invalshoek openhartig te zijn. Duidelijk een na-ijler van de geëngageerde journalistiek uit de jaren '60 en '70. De opwinding over de stap van Smits en Barth is waarschijnlijk zo groot, omdat menigeen dacht dat die tijd toch wel voorbij is.
Bij Barth kan een milieuredacteur lid zijn van een actiegroep als Greenpeace. Dat lijkt me niet. Wel lid van een politieke partij, mits zeer slapend. En lid zijn van een vakbond, op de wijze waarop iemand lid is van de ANWB. Allemaal passief, om afstand te houden. Terwille van het enig denkbare streven van een professioneel journalist: optimaal berichten, kritich en zonder parti pris.
Afstand dient niet alleen voor verslaggevers de tweede natuur te zijn, maar voor allen in de media, de hoofdredacties met hun voorbeeldfunctie voorop. En wie de regels overtreedt of ten aanzien van geloofwaardigheid van de (Haagse) journalistiek verkeerde signalen afgeeft, dient krachtig ter verwantwoording te worden geroepen.
Journalistiek en politiek hebben elkaar dagelijks nodig. Reden temeer om op je quivive te zijn. In de woorden van Kennreth Morgan, in 1990 sprekend als directeur van de British Press Council (hier in vertaling): “De gepaste relatie tussen de pers en politici in een vrij democratisch land is allicht wat afstandelijker: ze zijn op hun hoede voor elkaar en hun relatie is eerder sceptisch en vol frictie dan hecht, knus of vleierig.”
Op die manier zal de relatie pers-politiek altijd wat gespannen zijn, en mogelijk zelfs irritant. Dat geeft in ieder geval aan dat er afstand bestaat, en is als zodanig te verkiezen boven een hartelijke relatie laat staan rolwisseling. Toen de Engelse oud-hoofdredacteur Sydney Jacobson jaren geleden in het Britse Hogerhuis een toespraak hield over de Britse pers, provoceerde hij al in de eerste zin (hier vertaald): “My Lords, de betrekkingen tussen politici en de pers zijn achteruitgegaan, gaan nog steeds achteruit en mogen er onder geen beding beter op worden”.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.