AMSTERDAM - NOC-NSF heeft de geneeskundige behandeling van topsporters afgestoten en de verantwoordelijkheid voor de medische afdeling op het nationaal sportcentrum Papendal in handen gelegd van een autohandelaar. Topsporters zullen zich nu tot gespecialiseerde instanties moeten wenden; Papendal werkt op commerciële basis vooral gericht op de breedtesport en zal voor de topsport mogelijk nog op gebied van revalidatie betekenis kunnen hebben.
Zeven jaar geleden nog maar ontwikkelden toenmalig NOC-bestuurder Govert Weinberg in samenwerking met NOC-arts Peter Vergouwen een ambitieus beleidsplan voor een nationaal olympisch topsportcentrum, met daarin opgenomen een ideaalmodel voor de medische begeleiding. Het benodigde kapitaal voor een daadwerkelijke start ontbrak. Plannen voor privatisering veroorzaakten vervolgens grote onrust onder het personeel van de afdeling sportgeneeskunde. Toen ook daarvoor geen basis werd gevonden, werd met de Spelen van Atlanta als publicitaire bliksemafleider afgelopen zomer door NOC-NSF bekendgemaakt dat de verliesgevende afdeling per 1 januari 1997 zou zijn opgeheven.
Dankzij particulier initiatief - ontstaan tijdens diezelfde Spelen - werd de BV Sport Medisch Centrum Papendal opgericht, die 1 januari operationeel is geworden. Waardoor de medische voorzieningen voor het sportcentrum werden veiliggesteld en de kritiek van de bonden werd gesmoord. NOC-NSF bezit tachtig procent van de aandelen in de BV, initiatiefnemer en verantwoordelijk directeur Berend Veenendaal twintig. Veenendaal zegt van NOC-NSF volledige vrijheid van handelen te hebben gekregen. Hij combineert de functie met zijn baan als adjunct-directeur bij Pon's automobielbedrijf, importeur van Volkswagen en Audi, dat sponsor is van NOC-NSF.
De twee bondsartsen die op Papendal waren gestationeerd, blijven daar hun werk doen. Na de sanering en commerciële stroomlijning bestaat de dagelijkse bezetting van het Sport Medisch Centrum voor een deel uit oud-werknemers van NOC-NSF, aangevuld met “nieuwe, frisse krachten”. En een geheel nieuwe afdeling communicatie, public relations en marketing. Veenendaal: “We werken omzetgericht. Voorheen was dat, met alle respect, meer patiëntgericht. Dat was meer van als er iemand komt gaan we die eens lekker heel goed verzorgen. Prima hoor, maar daarmee bereik je geen verliesafdekking. We richten ons niet alleen meer passief op bonden, maar vooral actief op de 600 000 tot 700 000 mensen die hier in de regio wonen.”
De 500 000 gulden afvloeiingsgeld die NOC-NSF bespaart dankzij de oprichting van de BV, worden aangewend om aanloopverliezen van het sport medisch centrum af te dekken. Die zijn voor de komende drie jaar geraamd op 2.5, 1.5 en 1 ton.
Dat de afgelopen jaren van een warrig, weinig helder beleid sprake is geweest, spreekt NOC-NSF-directeur Wim de Heer met klem tegen. Er wordt volgens hem juist ingespeeld op de huidige ontwikkeling van decentralisatie in de topsport, waarin de voorzieningen naar de sporters toe worden gebracht. Hij wijst op initiatieven in het land, die de topsportgeneeskunde een nieuwe impuls geven. En noemt daarbij als voorbeeld het Academisch Ziekenhuis Utrecht (AZU), waar Peter Vergouwen twee jaar geleden de afdeling Topsport Geneeskunde heeft opgezet. En voor Nederland uniek project gefinancierd door het ziekenhuis, waarbij Vergouwens afdeling in nauw contact staat met de afdeling Research en Opleiding van Nederlands enige hoogleraar in de sportgeneeskunde, dr. Wim Mosterd.
De twee proefjaren zijn dusdanig goed aangeslagen, dat de afdeling binnenkort zal worden uitgebreid met een tweede arts. Vergouwen, door NOC-NSF gedetacheerd in Utrecht, komt in dienst van het AZU. Dat komt NOC-NSF niet slecht uit, want voor de als lastig - want kritisch - bekend staande arts was op Papendal geen plaats meer. In zijn functie-omschrijving bij NOC-NSF staat onder meer coördinatie en beleid van de topsportgeneeskunde, een taak die anderen - binnen de sector Sport en Gezondheid - inmiddels toegeschoven hebben gekregen omdat NOC-NSF op dat vlak wel de regie in handen wil houden. Kennelijk zonder de voeling met de praktijk te behouden. Want volgens De Heer is het zinloos om een onrendabel sportmedische centrum met topvoorzieningen in stand te houden om de concurrentie aan te gaan.
De formele overgang van Vergouwen naar AZU ketst echter al maandenlang af op de afwikkeling van rechtspositionele kwesties als pensioenbreuk en wachtgeldregeling. Formeel eindigde de detachering op 1 september vorig jaar, de verlenging liep 1 januari af maar een regeling is nog altijd niet getroffen. Waardoor Vergouwen nu in een soort niemandsland bivakkeert. Hetgeen Gerlag Serfontaine, hoofd van de raad van bestuur van het AZU en de man die de afdeling topsportgeneeskunde mogelijk maakte, bevreemdt. “Voor iemand die zestien jaar in dienst is geweest van NOC-NSF wordt hij niet erg elegant behandeld. Dit is sociaal een belangrijk kwestie, als Vergouwen hier niet terecht kon, was hij er daar uitgevallen. Bovendien moet een goede sportarts de gelegenheid krijgen hier in een geweldige omgeving te kunnen werken.”
Serfontaine toont zich ook kritisch over de ontwikkelingen op Papendal. Hij noemt de wegen van NOC-NSF ondoorgrondelijk en spreekt ten aanzien van de medische BV zelfs over “het zal wel een soort Sport 7-verhaal worden”. “Ik snap de dilemma's van NOC-NSF wel, maar om nu te zeggen 'ik heb een heldere visie en daarin ben ik consequent', nee, dat mis ik. Qua revalidatie heeft Papendal absoluut iets te bieden, maar op gebied van diagnostiek en curatie moet je daar niet zitten, dat is hetzelfde als in een fietsenstalling plaats nemen. Dat is niet goed. Geneeskunde en sportgeneeskunde onwikkelt zich samen met andere specialisten, met chirurg, orthopeed, röntgenoloog. Het is een teamsport en daar kan Papendal niet aan voldoen. Daar kan niet klantvriendelijk worden gewerkt, want mensen met klachten moeten overal heen worden doorverwezen. Het is bovendien economisch niet efficiënt. Het is het vertroetelen, het geduldig luisteren naar de topsporter die liefst vandaag nog beter is.”
Het zijn problemen waarmee de zakenman niet kampt. Veenendaal ziet het als autohandelaar niet als een probleem een sportmedisch centrum te beheren. “Het is allemaal hetzelfde. Voor de medische zaken heb ik professionele mensen in dienst. Het gaat mij om de organisatie, de motivatie van mensen, de werkstructuur, marketing en klantvriendelijkheid. Of je dan medische zaken doet, in de textiel zit, in auto's of in weet ik wat, dat is allemaal ongeveer gelijk van aanpak.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.