*

 
dossier

Archief

Leden der Staten-Generaal

PAUL CLITEUR − 27/01/98, 00:00

Morgen gaat u discussiëren over de positie van het openbaar ministerie (OM). Enkele adviezen.

1. In ons staatsrecht is de minister volledig verantwoordelijk. Zorg dus ook dat u uitgaat van volledige bevoegdheid (gezag) van de minister over het OM. Het is een elementaire eis van rechtsstaat en democratie dat u slechts voor één orgaan in ons bestel onafhankelijkheid erkent: de met rechtspraak belaste leden van de rechterlijke macht.

2. Deze onafhankelijkheid van rechters is geregeld in art. 117 van de Grondwet. Hierin staat ook dat de 'niet met rechtspraak belaste leden van de rechterlijke macht', de leden van het OM dus, niet onfhankelijk zijn.

3. Artikel 5 van de Wet op de Rechterlijke Organisatie vestigt bovendien een aanwijzingsbevoegdheid (er staat zelfs 'bevelen') van de minister ten overstaan van het OM. Elke onafhankelijkheid of bijzondere status van het OM is dus uitgesloten.

4. (Speciaal voor Wallage). Beste Jacques, zondag zei je in het TV-programma Buitenhof dat je de onafhankelijke status van het OM erkent voorzover het de rechtspleging betreft. Dat was niet alleen strijdig met de grondwet en het systeem dat we hier kennen, maar ook ben je kennelijk niet op de hoogte van het standpunt dat premier Kok en fractiegenoot Kalsbeek verdedigden. In het overleg met de minister van justitie op 3 oktober 1996 heeft Kalsbeek terecht gesteld dat naar het oordeel van de PvdA de minister ook bevoegd is tot het opleggen van een beslissing tot vervolging of tot niet-vervolging. Geen enkele concessie aan het onafhankelijke OM dus. Premier Kok is ook al in de eerste kamer op de bres gaan staan voor een democratisch gecontroleerd (en dus afhankelijk) OM. Herroep dus je uitspraken in Buitenhof over een bijzondere status van het OM of verklaar deze als een verspreking.

5. (Speciaal voor Koekkoek). Beste Alis, in het voornoemde overleg op 3 oktober heb je de minister gesteund in haar streven de onafhankelijkheidspretenties van het OM terug te dringen. Het vervolgingsbeleid moet geheel onder democratische controle komen te staan, zo vond ook het CDA. Zoals je weet was dat ook al het streven van de vorige minister van justitie Hirsch Ballin, een partijgenoot van jou. Ook Hirsch Ballin had te maken met een verzet van de procureurs-generaal in 1992 dat bekend is geworden onder de naam 'Paasbrief'. Jij weet als staatsrechtsgeleerde en als voormalig lid van de commissie-Van Traa ook best dat het OM streeft naar onafhankelijkheid en dat we dit streven moeten frustreren, omdat daarvan geen sprake mag zijn in een democratie. Wanneer je vandaag opnieuw inzet op het kritiseren van de minister van justitie en niet op de zaak zelf, doe je het CDA meer kwaad dan goed. Het is zo langzamerhand iedere burger duidelijk - met name na je optreden in Nova van afgelopen donderdag - dat het CDA geen oppositie voert met het oog op het publiek belang. De klas wordt afgebroken door de leerlingen en in plaats van de leerlingen tot de orde te roepen blijf jij maar klagen over het gebrak aan gezag bij de leraar.

6. Dames en heren Kamerleden in het algemeen: Wanneer u gaat spreken over de zaak-Steenhuis probeer dan de vraag waar het om gaat voor ogen te houden. Een voorbeeld. Als een rechter zijn gironummer doorgeeft aan de partijen die aan zijn oordeel zijn onderworpen ga je niet onderzoeken of ook daadwerkelijk geld is overgemaakt. Het geven van dat gironummer is voldoende. Zo hoeft u ook niet te gaan onderzoeken of Steenhuis daadwerkelijk invloed had op de tekst van het rapport, maar of hij het, gezien de positie waarin hij zichzelf door zijn adviseurschap gebracht had, eventueel zou kúnnen hebben. (Ook Dolman stelde dus niet vlekkeloos de relevante vraag aan de orde).

8. Onze premier sprak van 'kinderachtig' gedrag van de PG's. Met alle respect voor onze premier, maar dat onderschat de consistentie van het optreden van de PG's en de intelligentie van de voorzitter van dat college. Lees de interviews met Docters van Leeuwen van de laatste tijd of zijn 'Burgemeesterslezing' (op Internet op de homepage van het OM) en u zult zien dat het betwisten van de bevoegdheid van de minister over het OM geen incidentje is en dus ook niet zomaar 'kinderachtig', maar vast beleid van de top van het OM.

Trekt u hieruit uw conclusies.

Ik wens u een vruchtbaar debat toe.

mailIcon print |