*

 
dossier

Archief

Stip voor stip, stap voor stap, ster voor ster

ED VAN THIJN − 10/05/95, 00:00

Een van de sprekers op de nationale joodse herdenkingsdienst, zondag, in de Portugees-Israëlietische Synagoge in Amsterdam was Ed van Thijn, oud-burgemeester van de hoofdstad. In zijn rede, die we hier integraal afdrukken, noemde hij het inzicht in de vraag hoe mensen het opbrachten onder de meest erbarmelijke omstandigheden ethische beginselen te laten prevaleren boven puur lijfsbehoud, een ethisch kompas voor de toekomst. Een ethisch kompas dat onontbeerlijk is om 'het monster dat voortdurend weer de kop opsteekt', te ontmaskeren en te bestrijden.

Het was heftiger dan ooit. Het is moeilijk temidden van de leegte die achterblijft de woorden nog te vinden. En de vragen te stellen, de duizenden vragen die er altijd al waren maar die ook deze keer niet beantwoord konden worden.

Hier is geen waarom? zegt Primo Levi over Auschwitz. Maar met dat feit is niet te leven. Bij de 50-jarige herdenking van de bevrijding van Auschwitz stelde Elie Wiesel dan ook de vraag der vragen. “Hoe kon het gebeuren dat wij routinematig - ja mijn vrienden - routinematig dit koninkrijk van de eeuwige nacht binnen gingen? Welke zieke geest heeft dit uitgedacht? Met welk doel? En het werkte. De moordenaars moordden, de slachtoffers bezweken en de wereld bleef de wereld.”

Waarom bleef de wereld wereld? Is hier geen waarom? Waarom bleef Nederland Nederland? Deze vraag heeft in de afgelopen dagen en weken de hoog opgelaaide discussie over de Tweede Wereldoorlog beheerst. Waarom bleef Nederland Nederland? Waarom was het percentage gedeporteerde Joden in Nederland het hoogste van West-Europa? Waarom hebben zovelen de andere kant opgekeken? Of zelfs een handje meegeholpen? Hoe was het mogelijk dat wij routinematig konden worden afgevoerd met duivelse perfectie, stip voor stip, stap voor stap, ster voor ster.

Het is deze beklemmende vraag die ons, na alle heftigheid van de laatste dagen, in een grote leegte achterlaat. Temidden van veel schaamte. Was het beeld over Nederland te positief?

Ik citeer uit de rede van H. M. de Koningin: “De herinneringen aan die dagen zijn na een halve eeuw soms te zwart-wit gekleurd. Voor een juiste beeldvorming kan niet worden verhuld dat naast moedig optreden ook passief gedrag en actieve steun aan de bezetter zijn voorgekomen.”

Dat was de barre werkelijkheid. Om deze goed op ons te laten inwerken en daar ook verder mee te kunnen leven, om te voorkomen ook dat de ene mythe door een andere vervangen wordt, moeten wij, naar mijn mening, drie begrippenparen goed onderscheiden: wit versus zwart, goed versus fout en wij versus zij.

Natuurlijk was de situatie ten tijde van de Bezetting niet zwart-wit. Zoals Presser al schreef: er was een hemelsbreed schemergebied van passiviteit en onverschilligheid dat zich heel moeilijk achteraf, zonder de omstandigheden te kunnen wegen, met de precisie van de moraliteit laat inkleuren. Bovendien was nergens de intimidatie en de terreur zo groot als in Nederland. Hier trok niet de Wehrmacht maar de SS aan de touwtjes. De februaristaking werd met een genadeloze terreur en harde represailles neergeslagen.

Men kan de vraag ook omdraaien. Hoe is het mogelijk dat temidden van een ongekende terreur, van de talloze fusillades, toch nog zoveel mensen in het verzet zijn gegaan? Waar haalden zij de moed vandaan?

Voor mij staat één ding buiten kijf. Hoe breder het schemergebied, hoe grijzer het grijs, des te markanter is de rol van het verzet.

En dat brengt mij op het tweede begrippenpaar: goed en fout. Juist omdat de geschiedenis niet zwart-wit was, denken velen schoon schip te kunnen maken met het helse goed/fout-dogma. Bij zoveel grijs zouden de grenzen nog maar moeilijk te trekken zijn en verliest het morele imperatief, zoveel jaren later, zijn betekenis.

Niets is echter minder waar. Temidden van zoveel grijs wint het aan betekenis. Zonder de begrippen goed en fout ontzielt men de geschiedenis en laat men toekomstige generaties met lege handen staan. Het inzicht in de vraag hoe mensen het opbrachten onder de meest erbarmelijke omstandigheden ethische beginselen te laten prevaleren boven puur lijfsbehoud vormt een ethisch kompas voor de toekomst.

Zo'n inzicht kan maatgevend zijn bij de opvoeding van nieuwe generaties in democratie en weerbaarheid, in het belang van mensenrechten en menselijke waardigheid en mag niet ten prooi vallen aan pogingen de samenleving zelfs met terugwerkende kracht te verzakelijken. Wat is er mis met het morele imperatief? Waarom zouden latere generaties het verzet niet in hun hart mogen sluiten, bewonderen en zich voornemen - zo ooit nodig - daaraan een voorbeeld te nemen?

Van Randwijk heeft het zo kernachtig gezegd. “Het verzet was de triomf van de enkeling toen de volksgemeenschap faalde”. Juist tegen de achtergrond van zoveel passiviteit, onverschilligheid, vluchtgedrag, rationalisatie, sauve qui peut, waarover ik achteraf niet wil of kan moraliseren, blijft het voor mij een ethische daad van de eerste orde dat tienduizenden enkelingen in verzet zijn gekomen en hun leven in de waagschaal hebben gesteld. Wat ook hun motieven waren, hoe kort of lang erover is nagedacht, of ze bang waren of onverschrokken, of ze het vanzelfsprekend vonden of niet, ze waren goed.

En dat brengt mij op het derde begrippenpaar: wij versus zij. Betekent het blijven koesteren van begrippen als goed en fout de instandhouding van haat en onverzoenlijkheid? Wat mij betreft is daar geen sprake van. We zijn drie generaties verder. “Hoe lang blijft schuld trouwens staan?” vraagt Anil Ramdas zich af in 'Ethiek als vitaal belang'. “Wie schuld heeft moet die aflossen, dat is simpel, dat is eerlijk, dat is redelijk. Maar de afstammeling van de schuldige? Moet iedere afstammeling van de schuldige iedere afstammeling van het slachtoffer genoegdoening verschaffen? ... Wie alleen zijn eigen schuld wil vereffenen en geen rekening houdt met de mogelijkheid dat door die vereffening opnieuw vreselijke dingen kunnen gebeuren, blijft aan de gang in een narcistische cirkel van verontschuldigingen.” Waar het om gaat is dat gevoelens van schuld worden omgezet in een grotere “ethische verantwoordelijkheid”.

Wij moeten juist af van het denken in termen als wij en zij. Dat is de belangrijkste les uit het grijze verleden. De Shoah zelf is niet te bevatten, maar het mechanisme dat tot dit ultieme kwaad heeft geleid, stip voor stip, stap voor stap, ster voor ster, is alleszins herkenbaar, ook in de wereld van vandaag. Het veroordelen van mensen omdat zij anders zijn, hen beoordelen op groepskenmerken, de ontkenning van de uniciteit van elk individu, dat is het monster dat voortdurend weer de kop opsteekt. Antisemitisme, vreemdelingenhaat, racisme, apartheid, 'eigen volk eerst', etnisch purisme, fundamentalisme maar ook moslimhaat, niets ontziende intolerantie, soms ook in eigen huis, het zijn loten van één stam. Om dat te kunnen ontmaskeren en te bestrijden is het ethisch kompas onontbeerlijk.

Nooit hoorde ik de kern van de boodschap zo simpel en zo prachtig verwoord als in het lied uit de Poolse getto's dat zojuist gezongen werd. Het lied over de Ziamele, het zaadje, de koosnaam voor die talloze, naamloze, verweesde zwerfkinderen die alles kwijt zijn, hun mamele, hun tatele, en nu als een schmatele, een vodje, door het leven gaan. “Vayl ikh bin a Yid”, omdat ik een jood ben.

Vandaag zijn er weer tienduizenden van die 'vodjes' in heel Europa, mikpunten van racistisch geweld. Vier zigeuners die in Oberwart (Oostenrijk) worden opgeblazen, een Marokkaan die tijdens een verkiezingsbijeenkomst in Frankrijk van het Front National in de Seine wordt gesmeten en verdrinkt.

Zwart versus wit, goed versus fout, wij versus zij. We zijn drie generaties verder. De Koningin heeft het prachtig gezegd: “het is niet nodig de oorlog zelf te hebben meegemaakt om te beseffen dat het leed van toen de fundamentele waarden en beginselen zichtbaar heeft gemaakt die nu de grondslag zijn van ons staatsbestel”.

Moge dit ook de bouwstenen zijn voor een toekomstig Europa. Moge de normalisering van de betrekkingen tussen Nederland en Duitsland die vanaf nu zo hoog op de agenda staat, ook betekenen dat wij ons samen inzetten voor een Europa zonder Ziameles.

Een Europa waarin alle mensen, waar zij ook vandaan komen, waar zij ook deel van uitmaken, hoe zij er ook uitzien, hoe ze ook cultureel verschillen, dezelfde waardigheid hebben. En de zelfde rechten.

Moge normalisering ook betekenen dat wij samen woedend zijn met de honderdduizenden demonstranten in Hamburg, Frankfurt en Berlijn, in Rome, Parijs en Wenen, in Kopenhagen en Amsterdam, elke keer als het monster van het racisme weer de kop opsteekt. Honderdduizenden enkelingen die in actie komen als de volksgemeenschap faalt. Als de wereld wereld blijft, Europa Europa, Nederland Nederland.

mailIcon print |