Bus rijdt fietser aan in Dorpsstraat. Station zal mogelijk toch verdwijnen. Vluchtelingenwerk vraagt vrijwilligers. IJzel brengt forensen in problemen. Inbreker gesignaleerd. Inbreker opgepakt. De regionale krant op de tv, dat is het nieuws dat de mensen willen zien, zo leerde Hilversum van omroepen als AT 5 in Amsterdam en TV Drenthe. De nieuws- en actualiteitenprogramma's van die zenders trekken kijkers. Omrop Fryslân bijvoorbeeld is 'marktleider' in de streek. TV Drenthe ook. En TV Oost uit Overijssel is er niet ver vanaf.
Het vensterprogramma moet een samenwerking worden tussen de NOS, de regionale omroepen (verenigd in de stichting ROOS, Regionale Omroep Overleg en Samenwerking) en de provincies. De NOS draait in eerste instantie op voor de kosten van het dagelijkse programma, de regionale omroepen verzorgen de uitzendingen en Hilversum en de provincies betalen na twee jaar ieder de helft van de kosten.
Wat er binnenkomt aan advertentie-opbrengsten wordt verdeeld tussen de NOS en de regionale omroepen. Omdat de NOS betaalt, stelt de nationale omroep ook eisen. Eenvoudige eisen. Het vensterprogramma moet bijvoorbeeld nieuws en actualiteiten uit de regio bevatten. Dat is wat de mensen willen zien. Maar dat weten de regionale omroepen als geen ander, ook de zenders die nu nog alleen maar radio maken.
De dertien regionale omroepen staan allemaal te trappelen van enthousiasme. Zomaar opeens wordt hen een zak met geld uit Hilversum toegeworpen, vergezeld van de opdracht: 'Maak drie kwartier televisie voor Nederland 2'. De radiostations hadden het zich niet beter kunnen wensen. Want uitzenden op een publieke zender betekent nog altijd een groter bereik dan op de kabel, ook al is bijna heel Nederland inmiddels bekabeld. Bovendien betekent het NOS-geld meer personeel, meer apparatuur en studio's. En, net zo belangrijk, de kans om dat arrogante Hilversum eens te laten zien waartoe ze in de provincie in staat zijn.
Jan Westerhof, hoofdredacteur van Omroep Gelderland: “Ik verwacht van de regiovensters echt een verpletterend succes. Ik heb geen spoor van twijfel.” Gelderland heeft nog nooit televisie gemaakt. Er is nog geen studio, er is nog veel te weinig personeel. De zender waar de uitzendingen vandaan moeten komen is nog niet klaar. “We moeten risico's nemen. Maar als de studio in september nog niet klaar is, dan treedt gewoon plan B in werking”, zegt Westerhof, die desgevraagd naar de dikgevulde ordner vol sollicitatiebrieven wijst. Allemaal Gelderlanders die bij het regiovenster aan de slag willen. “Ik ben verbaasd over de kwaliteit van de sollicitanten.”
Ook Radio Limburg maakt nog geen televisie. Geen probleem, want “het plan is op papier klaar”. Zo reageren ook Radio Utrecht, Omroep Flevoland en Omroep Zeeland. De laatste twee maken pas een kleine vijf jaar radioprogramma's. “We vertrouwen erop dat we kunnen rekenen op de expertise van de regionale omroepen die al langer televisie maken”, zegt hoofdredacteur G.J. Schaaf van Omroep Flevoland.
Op die steun kunnen Zeeland en Flevoland rekenen. De regionale omroepen gedragen zich als een grote familie. Afgelopen woensdag kwamen ze bijvoorbeeld allen bijeen in de studio van TV Oost in Hengelo. Om ervaringen uit te wisselen en kennis over te dragen. En zo komen alle regiozenders tot de conclusie dat het waarschijnlijk het beste is om de radio- en televisieredacties zoveel mogelijk te integreren, maar dat die samenwerking niet te ver moet gaan. TV Drenthe deed slechte ervaringen op met verslaggevers die tegelijkertijd voor radio en televisie moesten werken. Dat bleek onmogelijk. Maar een verslaggever de ene dag op pad sturen voor een radio-item en de volgende dag voor een televisie-onderwerp, dat kan weer wel. Net als één eindredacteur voor televisie en radio. Dat kan ook. “We willen niet dezelfde fout maken als Hilversum”, zegt hoofdredacteur Henny Everts van TV Oost. “Daar hebben ze veel te laat geprobeerd om de televisie- en radioredacties nader tot elkaar te krijgen. Het bleken totaal verschillende culturen. Het was onmogelijk. Hier kunnen we die twee dingen nog samen op laten gaan.”
Voor de zittende radioverslaggevers is de komst van de televisie dan ook geen probleem. Wie televisie wil gaan maken mag solliciteren. Wie alleen maar radio wil maken, kan dat ook. Per slot van rekening zullen er per station zo'n twaalf tot twintig technici en verslaggevers bij moeten komen. “Een proeftuin voor jonge talenten noemt Hilversum het”, zegt Everts. “Daar zouden ze nog wel eens van op kunnen gaan kijken. Ik denk dat het andersom is. De laatste twee televisieverslaggevers die wij aannamen waren afkomstig uit Hilversum. De een van de Vara, de ander van de NCRV.”
Alle optimisme van de regionale omroepen ten spijt, is de komst van de regiovensters per 1 september nog niet helemaal zeker. Ten eerste is er het zenderprobleem. Om tegelijkertijd op dertien verschillende plaatsen in het land dertien verschillende programma's uit te kunnen zenden zijn er dertien zendmasten nodig. Tot nog toe heeft Nederland er slechts zeven. Een nieuwe zender is niet gemakkelijk te verkrijgen. Zenderbaas Nozema werkt al maandenlang aan een oplossing voor een ander probleem: de ontvangst van Radio 1 in de buurt van Utrecht en Amsterdam. Hoe lang het gaat duren voordat de zendermaatschappij alle dertien zenders operationeel heeft weet niemand. Ook de Nozema zelf niet. Bovendien zal aan iedere regionale omroep een frequentie moeten worden toegewezen, en dat gebeurt ook niet even op een achternamiddag. Daar is internationaal overleg voor nodig, toestemming van ministeries in diverse omringende landen.
Voor een aantal regio's staat dan ook al vast dat de vensters er niet per 1 september, maar per 1 januari zullen komen. Voor Flevoland bijvoorbeeld. Dat komt de omroep daar trouwens erg goed uit. Flevoland gaf opdracht tot het bouwen van een studio in Almere. Die zal niet voor juli klaar zijn. Dan moeten er nog zeven technici en zeven journalisten worden aangenomen, proefgedraaid, getest. “Al die dingen kunnen we op zichzelf wel aan. Maar ik denk niet vóór september”, zegt hoofdredacteur Schaap van het toekomstige televisiestation Flevoland.
Anderen beginnen juist eerder. Als pilot kunnen de inwoners van Friesland en de Rijnmond al per 1 april regiovensters verwachten, tussen zes en zeven op Nederland 2. Tenminste, dat is de planning van de NOS. De regionale omroepen zelf zijn nog niet zo zeker. “De keus van Nederland 2 staat voor ons nog helemaal niet vast”, aldus Ben Groenendijk, voorzitter van de stichting voor regionale omroepen ROOS.
Voor de NOS is het belangrijk dat de regiovensters niet gaan concurreren met de actualiteitenrubriek '2 Vandaag' van de Tros en de EO. Een uitwijkmogelijkheid is er niet. Volgens de NOS kunnen ze 'ab-so-luut' niet op Nederland 1. Nederland 3 is ook al uit den boze, want daar zit op dat tijdstip al sinds jaar en dag het 'kinderblok' met Sesamstraat, Jeugdjournaal en Klokhuis. Omdat het tijdstip van uitzending door alle partijen als ideaal wordt ervaren, zullen de regiovensters derhalve door '2 Vandaag' worden 'heengevlochten': na het nieuws van zes uur komen er eerst 'regioheadlines', daarna volgen landelijke actualiteiten, regionale activiteiten, weer landelijke enzovoort.
Een wangedrocht, vindt Roel Dijkhuis, eindredacteur van TV Noord (Groningen). “Bolle waanzin. Dat kan alleen in Hilversum bedacht zijn.” Westerhof, van Omroep Gelderland, denkt er net zo over. “Ik had liever op Nederland 1 het hele regionale venster als een blok.” Ook Limburg spreekt zich uit tegen het 'vlechten'. ROOS-voorzitter Groenendijk: “We zijn nog niet uitonderhandeld met de NOS.” - Vervolg op pagina 2
'Er is geen markt voor twee regionale zenders' Vervolg van pagina 1
En er is nog een probleem. De provincies. Die moeten zich nu al bereid tonen om in 1998 de helft van de kosten van de regiovensters voor hun rekening te nemen. Daarover zullen ze gezamenlijk, in het Interprovinciaal Overleg (IPO), een standpunt innemen. Maar extra kosten voor de provincie betekent ook extra kosten voor de burgers. Hun omroepbijdrage moet dan omhoog. Daar hebben niet alle provincies veel trek in. Eergisteren kondigden Noord- en Zuid-Holland al aan zo'n verhoging te weigeren.
De provincie Overijssel lag een week daarvoor dwars, met het standpunt dat er minder bemoeienis van NOS-zijde moet zijn. Overijssel ging vanwege de lonkende NOS-miljoenen toch overstag. Of Noord- en Zuid-Holland dat ook zullen doen blijft nog even de vraag, want het IPO zal pas half april een definitief standpunt bepalen - nota bene nadat Friesland en Rijnmond al van start zijn gegaan met de testfase van het project.
De datum die voor de instelling van de regiovensters is gekozen is niet toevallig. Het moet zo snel mogelijk gebeuren, want zodra de nieuwe Mediawet door de Eerste Kamer is mogen ook uitgevers zich op de markt van regionale televisie storten. En daar hebben ze veel zin in. Maar de NOS heeft er belang bij dat ook de regionale advertentie-inkomsten bij het publieke bestel terecht komen. “Er is geen markt voor twee regionale zenders”, weet Henny Everts van TV Oost. In zijn gebied wil uitgever Wegener graag aan de slag. TV Oost was zelfs een tijd met Wegener in onderhandeling, maar de arrogantie van het uitgeversconcern deed die stuklopen. Nu moet Wegener nog maar zien of ze het redt, want de samenwerkende regionale zenders richtten al een advertentiebedrijf op dat landelijk adverteerders gaat werven voor de regio's. Bovendien hebben alle regionale zenders al een eigen advertentiebedrijf dat voorheen alleen maar voor de radio werkte, maar dat gemakkelijk ook voor televisie kan doen. En dan nog, zeggen ze allemaal, moet er geld bij. Voor het hele regionale net is slechts een kwart te financieren uit advertenties. Televisie is duur. Zeker als de omroepen zich houden aan de maximale reclamezendtijd die de Mediawet publieke omroepen toestaat.
De gezamenlijke uitgevers, verenigd in de Nederlandse Dagblad Pers (NDP), willen ook wel zo'n netwerk van regionale zenders. Maar plannen daartoe zijn in een veel minder vergevorderd stadium dan de NOS-plannen. In afwachting van verdere samenwerking beginnen sommige uitgevers alvast zelf: de VNU kondigde vorige week aan binnenkort in Brabant en Limburg regionale televisie te gaan brengen, Perscombinatie/Meulenhoff kocht zich in bij de Amsterdamse zender AT 5, de Fries-Groningse Pers is geïnteresseerd in televisie in de noordelijke regio's en in Zeeland toont de Provinciale Zeeuwsche Courant belangstelling. “Op termijn zal het wel tot samenwerking met de NOS komen”, voorspelt Groenendijk.
Maar dat mag nog niet van de Mediawet. Ook niet van de nieuwe.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.