Kokmeeuwen roepen met rauwe kreten boven een van de smalle eilandjes in de Grote Wije. Er zwemmen nog wat jongen rond, bont getekend in hun eerste verenkleed, dat maar een paar weken blijft. Het broedseizoen is afgelopen, maar er zijn nog wat meeuwen in de kolonie blijven hangen.
Kokmeeuwen broeden in Botshol, zo lang ik me kan herinneren. En ik kom hier al vanaf mijn veertiende jaar. Ogenschijnlijk is er in al die tijd - met elkaar zo'n vijfenveertig jaar - nauwelijks iets veranderd. Er zijn nog wat meer van de oude legakkers - de smalle eilandjes in de Grote Wije - door stormen weggeslagen. De overgebleven eilandjes worden beschermd met takkenschermen tegen de oever. Nog steeds groeien daarop hoofdzakelijk vuilboom, vlier en bitterzoet. Die gedijen op de meeuwemest.
Op de eilandjes zijn de broedende meeuwen en hun kuikens ook veilig voor de vossen, die tegenwoordig in Botshol huizen. Dat is ook iets van de laatste jaren.
De meest opvallende verandering laat het water zien. Vroeger dronken we uit het midden van de Grote Wije. Dat kon zonder gevaar. Het water was zo helder dat je op de bodem, zo'n twee meter onder je, de eindeloze velden van groene kranswieren als in een aquarium kon bekijken. Nu laat je het wel uit je hoofd om uit de plas te drinken. Als er al kranswieren in groeien, zijn die onzichtbaar door de groene troebeling, die het hele jaar door aanhoudt.
Overtollig water uit de Polder Groot-Mijdrecht wordt uitgemalen naar de Oude Waver, het veenriviertje dat als ringvaart dienst doet. Dit door de landbouw overbemeste water wordt in Botshol ingelaten. Een defosfateerinrichting bij de inlaat was aanvankelijk een succes. In een jaar tijd was het water weer helder en groeiden opnieuw diverse soorten kranswieren in de Grote en de Kleine Wije. Maar nu helpt de waterzuivering niet meer: het veen levert fosfaten na, die in tientallen jaren op de bodem zijn neergeslagen. Maar vaar je ver van de inlaat in de smalle kreken van het moeilijk toegankelijke Moeras De Boer, dan blijk je weer tot de bodem te kunnen zien. Kranswieren groeien er niet, maar wel meterslange lichtgroene guirlandes van het groot blaasjeskruid, een vleesetende waterplant, die tussen de draadvormige slippen van haar blad blaasvormige valletjes heeft, waarin allerlei planktondiertjes worden gevangen. Zwermen blinkende zwarte schrijvertjes cirkelen er op het gladde water, waar schaatsenrijders alle kanten op vluchten, als je met de roeiboot passeert. Vergane lisdoddebladeren dragen witte stikseltjes van rijen eitjes van de staafwants, die met twee luchtbuisjes als een splitpen door het blad heen gestoken zijn vastgemaakt. De staafwants, die op een wandelende tak lijkt, is een traag zwemmend roofinsekt van grote wateren, dat door de watervegetatie sluipend andere waterdieren naar het leven staat.
De overvloed aan waterlelies en gele plompen in Botshol is ook aan te danken aan de inlaat van gebiedsvreemd water. Het schedefonteinkruid en de krabbescheer, vroeger zo dicht opeen groeiend dat je er met de roeiboot alleen met grote moeite doorheen kon komen, zijn daardoor verdwenen. Het is bijzonder dat het groot nimfkruid er in augustus nog steeds zo massaal voorkomt. Deze stekelige waterplant komt elk jaar opnieuw uit zaad op en er hoeft maar weinig te gebeuren of het groot nimfkruid gaat het klein nimfkruid achterna, dat in 1904 in ons land is uitgestorven. Groot nimfkruid staat op de Rode lijst van bedreigde plantesoorten, in de categorie 2, 'sterk bedreigd'. Het de zeldzaamste van de Botsholplanten, maar de galigaan, die hier gelukkig ook nog hele velden vormt, en de welriekende nachtorchis, net uitgebloeid bij de Putjes (allebei Rode lijst categorie 3) hebben hier ook nog een sterk bolwerk. En nergens zag ik ooit zoveel moeraslathyrus, die nu op veel plaatsen klimmend in het riet zijn eerst roodpaarse, later blauwe vlinderbloemen te pronken hangt.
Af en toe klinkt het schorre ''korrrr...' van een futenpaar met jongen, de explosieve kreet van een meerkoet, hees gekrijs van een waterral verborgen in het riet, een geluid als van een bang speenvarken. De barse roep van twee overvliegende nijlganzen doet tegelijk denken aan blaffen en aan trompetteren. Ook zij behoren tot de verandering: nijlganzen zie je hier pas de laatste vijftien jaar. In het voorjaar telde ik in de polder Botshol veertien stuks, samen met vier grauwe ganzen, die hier de laatste jaren ook zijn komen broeden in de ontoegankelijke wildernis bij het Moeras De Boer.
Daar in de dichte moerasbosjes omringen de vogels je van alle kanten. Tjiftjaf en fitis zingen er weer bijna even luid als in de zomer en schallend klinkt het liedje van de zwartkop. Een roodborst met net uitgevlogen jongen tikkert ongerust. Een late karekiet roept zijn naam in het riet, alleen herkenbaar in het bescheiden liedje voor wie dat erin horen wil. Een tuinfluiter imiteert een merel in een te snel toerental. En steeds weer klinkt van dichtbij en verder weg het rollende gezang van de onvermoeibare winterkoning. Daar tussendoor kraakt af en toe het kwaken van een groene kikker. In dit moeras dempen de hoge rietkragen alle geluiden van buiten. Je hebt alleen te maken met de vogels, de insekten en de planten. Als je het weer mee hebt tenminste...
Als je langs de riviertjes tussen Ouderkerk, Uithoorn en Abcoude het natuurgebied Botshol nadert, attenderen borden langs de weg erop dat je een stiltegebied binnenkomt. Terecht, want nergens is zo'n behoefte aan een plek waar je de drukte van het dagelijks leven kunt ontvluchten als in de randstad. Vroeger waren die borden overbodig. Het was vanzelf als een stiltegebied.
Een stiltegebied is een gebied van tenminste enige vierkante kilometers, waarin de geluidsbelasting door menselijke activiteiten te verwaarlozen is. Dat lijkt nauwelijks te verwezenlijken in de nabijheid van de grote steden. Toch is Botshol inderdaad een oase van rust - als het regent, als het mist of als er zwaar weer op til is. De geluiden van de vogels dringen het verre dreunen van het verkeer op de A2 naar de achtergrond, buiten je bewustzijn. Het ronken van een enkele landbouwtrekker iets dichterbij, in de polder Nellestein of op de weiden langs de Oude Waver, lijkt de rust nog te onderstrepen.
Maar het maskerende effect van de natuurlijke achtergrondgeluiden bestaat helaas niet voor de sportvliegtuigjes, die bij goed weer opstijgen van het Hilversumse vliegveld bij Nieuw-Loosdrecht. Jankend komen ze over, zodra het weer helder en betrouwbaar wordt. Het geluid van de ene is nog niet weggestorven of de volgende reuzenmug kondigt zich al aan. Op mooie zomerdagen is het lawaai geen moment van de lucht. Dat lawaai is misschien de grootste verandering. Stiltegebied? Vergeet het maar.
NATUUR DEZE WEEK
De gierzwaluwen verzamelen zich in troepen boven oude stadswijken. Ze staan op het punt te vertrekken naar Zuid- Afrika, waar ze tot in april zullen blijven. Nog niet alle broedsels zijn uitgevlogen. Als de jongen het nest verlaten, moeten ze meteen vliegen, zonder enige oefening. Daardoor vallen nogal eens jongen op de grond. Als ze hoog worden opgegooid, lukt het ze meestal wel door te vliegen en zich bij de andere gierzwaluwen te voegen. - Nu de broedtijd erop zit, ruien de zwarte kraaien, de kauwen en de eksters. Soms zien ze er erg voddig uit. Dat valt vooral bij de eksters op, die nu vaak met incomplete staart rondvliegen. - Er is nog steeds veel vogelzang te horen, vooral in de morgenuren. Bij zonsopgang zingen merel en zanglijster nog uit volle borst. Zwartkop, matkop. tjiftjaf, boomkruiper en kleine karekiet zijn ook overdag nog vaak te horen. - In de vroege avond klinkt de hinnikende roep van overtrekkende regenwulpen, die hier blijven pleisteren voordat ze doorreizen naar zuidelijker streken. - Roepende bosuilen kun je het hele jaar door horen, tot midden in de winter. Behalve de joelende roep is in het donker nu ook het bedelgeluid van jonge bosuilen te horen. - Egels paren van april tot in juli. Nu zijn veel mannetjes op pad op zoek naar een vrouwtje. De vrijerij gaat met veel lawaai gepaard, van blazen en knorren tot zoevende en snurkende geluiden. - Overal sjirpen nu de grote groene sabelsprinkhanen, vaak in hoog opgeschoten planten, maar het meest in flinke struiken en in de kruinen van bomen. De zwoele zomeravonden zijn vervuld van het geluid, waarmee de mannetjes de vrouwtjes voor de paring uitnodigen. - Een miniatuur uitgave van de grote groene is de eikesabelsprinkhaan, die al sjirpend een zacht snorrend geluidje maakt. Dit nachtdier is vooral op lage eiken te vinden, waar het overdag aan de onderkant van de bladeren rust. Wij zien het 's avonds nogal eens op verlichte ramen of in huis. Het dier leeft voornamelijk van rupsjes en bladluizen.
EN VERDER
Publiekswandelingen van het IVN (gratis): morgen wijkwandeling in Sportdorp te Rotterdam, om 10 uur van pleintje Sportsingel hoek Arenastraat (RET-bussen 72 en 75 stoppen er); wandeling over de Gorselse heide, om 14 uur van de skelterbaan aan de Elzendijk in Gorsel; open dag in de heem- en vlindertuin Presikhaaf in Arnhem, om 14 uur rondwandeling; dinsdag zomeravondwandeling door Warnsborn bij Arnhem, om 19 uur van Bakenbergseweg hoek Stroolaan; Montferlandwandeling, om 19.30 uur vanaf het Europaplein in Zeddam; woensdag wandelen in het gebied rond de Kromme Aar in Alphen aan den Rijn, om 19.30 uur van kinderboerderij Zegersloot; donderdag excursie in de bossen van Nemelaer, om 19 uur Kasteellaan 2 in Haaren. - Tot en met 27 augustus is in het Milieu Educatie Centrum aan de Genneperweg 145 in Eindhoven de tentoonstelling 'Bioritme' te zien, over levensritmen van planten, dieren en mensen. Open van maandag tot vrijdag van 13.30 tot 17, op zondag van 14 tot 17 uur, gratis toegang. - Tot 27 september staat in het Centrum voor Natuur- en Milieueducatie op het Amersfoortse landgoed Schothorst de tentoonstelling 'Vlinders', over hoe een vlinder in elkaar zit, hoe hij zich gedraagt, waar hij zich thuisvoelt, en ook allerlei levende vlinders op de bloeiende buddleja's op het landgoed. Open op werkdagen van 13.30 tot 17, op zondag van 13 tot 17 uur, gratis toegang. - Tot 1 oktober duurt de tentoonstelling 'Als het donker wordt...' over de nacht in de Biesbosch, vleermuizen, uilen en andere wezens van de duisternis. Eigenlijk een dubbeltentoonstelling, verdeeld over twee Biesbosch-centra: in Drimmelen aan de Biesboschweg 4 (open van dinsdag tot zondag van 10 tot 17 uur) en in Dordrecht aan de Baanhoekweg 53 (in juli en augustus elke dag open van 9 tot 17 uur). Vanuit Dordrecht naar Drimmelen wordt een speciale vaartocht dwars door de Biesbosch georganiseerd op 3 augustus, afvaart om 10 uur. Reserveren moet: Drimmelen tel. 01626-82233, Dordrecht tel. 078-211311.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.