*

 
dossier

Archief

Witte school (5)

EVERT DE VOS − 28/07/97, 00:00

“Er is hier een lerares, die neemt zelfs haar hond mee naar school!” De rillingen lopen Naomi Bulo (14) over de rug als ze het vertelt. “Dat vind ik wel zo vies. Zoiets doe je toch niet, je hond mee naar school nemen. . . Laat hem lekker thuis. Het beest schijnt vooral zwarte mensen te bijten. De meesten van ons zijn als de dood voor hem.”

Cultuurverschillen spelen op school een grotere rol dan je in eerste instantie zou zeggen, heeft Naomi dit jaar gemerkt. Ze was een van de weinige gekleurde leerlingen van het Montessori Lyceum. “Het heeft een tijdje geduurd, maar ik kreeg het echt naar mijn zin”, vertelt ze. “Ik werd vriendinnen met een aantal andere meisjes. Het ging in die periode zowel thuis als op school niet zo goed. Maar ik kon bij hen met alles terecht. Daar ben ik ze nog steeds dankbaar voor.”

Het werd een hechte groep. “We trokken ook na schooltijd veel met elkaar op. Bezochten elkaars feesten. We waren het stille groepje. Wat anderen in de klas deden, vonden we vaak stom. Eigenlijk waren we anti alles. Als iemand geblowd had, vonden we dat heel stom. We waren geen heilige boontjes, maar het kwam wel een eind in de richting.”

Maar na slechts twaalf weken in het nieuwe schooljaar kreeg Naomi te horen dat ze naar de mavo moest. “Vreselijk vond ik het. Op de mavo zaten toch hele andere kinderen? Enorme huilbuien heb ik gehad. Maar ik had een te grote achterstand en moest van de ene op de andere dag naar de Montessori mavo.”

Ze voelde zich hier vanaf het begin op haar gemak. Wat is het belangrijkste verschil met het lyceum? “Er zitten meer kinderen van mijn eigen soort op de mavo”, flapt ze eruit. Eigen soort? “Ja, kinderen die net als ik Surinaamse of Antilliaanse ouders hebben. Dat heb ik me nooit zo gerealiseerd, maar het maakt toch uit. Je hebt vaak dezelfde, strenge opvoeding gehad, je denkt meestal hetzelfde. Dat geeft veel herkenning. Je hebt vaak aan een half woord genoeg.”

De overstap naar de mavo is goed voor haar geweest, realiseert Naomi zich nu. “Ik voel me thuis op deze school. Ik ben daardoor ook veranderd. Ik durf nu voor mijn mening uit te komen. Ze vinden me nu zelfs brutaal. Vroeger zocht ik bijvoorbeeld zo min mogelijk contact met een leraar. Ik heb leren inzien dat ik er niet ben om een leraar gelukkig te maken, maar dat het voor mij beter is om naar hem toe te stappen, als ik iets niet begrijp.”

Waarom ging het mis op het lyceum? Uit tests blijkt dat Naomi havo of VWO makkelijk aankan. Maakte het uit dat ze een van de weinige gekleurde leerlingen was? “Ik heb nooit iets van racisme gemerkt”, wil ze in ieder geval kwijt. “Maar wel vond ik het jammer dat het zo'n witte school was.”

“Ik had een enorme faalangst”, vervolgt ze. “Als ik een beurt kreeg, klapte ik helemaal dicht. Er kwam geen woord uit. Dat heb ik nu niet meer. Ik denk dat de sfeer in de klas daarbij wel een rol speelde. Ik vind het belangrijk dat het gezellig is.” Maar de belangrijkste oorzaak van de slechte schoolresultaten zoekt ze toch bij zich zelf. “Ik ben veel te gemakkelijk. Ik denk vaak: 'Laat maar, het komt toch wel goed'. Ik heb meestal niet genoeg zelfdiscipline.”

De vriendinnen van het lyceum bezoekt Naomi nog regelmatig, maar minder vaak dan in het begin. “Ik heb het gevoel dat ik ze in de steek laat”, zegt ze. “Ik stond eerst elke dag op ze te wachten. Nu nog maar één keer in de week. Het is toch meer hun groepje, waar ik achteraan loop. Ik ben anders geworden, heb andere vrienden gekregen. Zij kennen mij op een andere manier. Ze durven het niet te zeggen, maar ik zie het ze denken: 'Naomi is veranderd'.”

mailIcon print |