AMSTERDAM-OSDORP - De binnenstad slaapt uit en de trams naar en uit het centrum zijn nog leeg. Maar bij het tuincentrum-Osdorp, een groot complex, is het druk. Honderden auto's vol met kinderen, beertjes en buggies zoeken een plekje op het smalle dijkje voor de ingang.
Zoals Hemelvaartsdag zich voor tienduizenden Nederlanders tot 'Meubeltoonzaaldag' heeft ontwikkeld, zo is uit de Tweede Pinksterdag de 'Tuincentrumdag' gegroeid, beweren kenners van het moderne leven. Wat Osdorp en omstreken betreft, klopt het.
“Weet je wat helpt tegen die beesten?” zegt een meneer achter een enorme winkelwagen vol met gebeitste paaltjes en gaas tegen de man naast hem. “Je moet een beeld van een roofvogel in je tuin zetten, met de vleugels zo gespreid.” En de meneer doet voor hoe een roofvogel de vleugels spreidt als hij pijlsnel op zijn prooi neerdaalt. “Je meent het!!?”, vraagt zijn vriend verbijsterd. “Nee, echt, daar zijn ze bang voor. Ze zien die schaduw, snap je.”
“Weet u waarom u vandaag vrij heeft?”, vragen we beleefd aan een jongeman die het klaphek aan de ingang doorgaat. “Ik zou het bij god niet weten”, antwoordt de jongeman, terwijl hij haastig doorloopt. “Nee, daar hebben wij geen tijd voor”, zegt een mevrouw, terwijl ze haar kinderen voor zich uit drijft. “Met Pinksteren vieren wij een vrije dag”, doet een andere vrouw kwinkslagerig. Twintig van de vijfentwintig door ons belaagde klanten van het tuincentrum antwoorden in deze geest. “Sodemieter op”, varieert een middelbare scholier verlegen, terwijl hij met afgewend hoofd langs loopt.
Een jonge vrouw met een draagzakbaby onder haar natte regenjas denkt rustig na en kijkt haar echtgenoot aan. “Jíj bent nog een beetje christelijk opgevoed”, zegt ze. “Maar volgens mij was het iets met de Heilige Geest die zich aan de apostelen laat zien. Ik heb het wel eens nagevraagd, omdat ik de kinderen in mijn klas wilde kunnen uitleggen waarom we met Pinksteren vrij hebben.” Haar man knikt zonder veel overtuiging. “Was het niet met die ongelovige Thomas en dat hij dan de wonden in zijn hand laat zien? Dat had je óók”, zegt hij.
Het is een heel gemanoeuvreer bij de ingang, met lege en volle winkelkarren. De volle karren zijn beladen met planten maar ook met kabouters, prachtvazen, mini-bruggetjes voor over hele kleine vijvertjes in juweeltjes van tuintjes in Hoofddorp, Purmerend, Nieuw-Sloten, Almere en andere centra voor ex-Amsterdammers.
Een man met sneeuwwit haar en een rood, vriendelijk gezicht kan zelf nauwelijks geloven dat hij de vraag niet in detail kan beantwoorden. “Het is toch ongelooflijk, dat dat zo ver kan wegzakken”, zegt hij. “Het heeft met de Heilige Geest te maken.” Zijn vrouw probeert aan te vullen. “Eerst gaat' ie dood, dat is met Pasen. En dan staat 'ie weer op en dat is met Pinksteren.” Nééé, zegt de oude man, “Zo zit het niet. Je hebt God de Vader en God de Zoon, maar dit is met God de Heilige Geest.” Is dit echtpaar-op-leeftijd christelijk grootgebracht? “RK, mevrouw, zíj in een gezin met veertien kinderen en ik in een gezin met negentien kinderen”, vertelt de vriendelijke man trots. “Mijn zus zit al vijfendertig jaar in het klooster, die zou ik het zo kunnen vragen, als we nou nog in Brabant woonden. Mijn vrouw komt uit het gezin van een hoofdonderwijzer en ik ben er één van een kroegbaas. Dat botst hoor, ja niet tussen ons, maar wel bij de oudere generatie.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.