De spanningen tussen Iran en Afghanistan (de Taliban) lopen op. Berichten over een dreigende oorlog spreken elkaar tegen: 'ja' zegt de Amerikaanse inlichtingendienst CIA, 'nee' zegt Iraans hoogste leider Khamenei. Iran heeft geen baat bij strijd, zegt Fuad Hussein, Midden-Oosten-kenner.
Toen koning Zahir Shah van Afghanistan in 1973 werd afgezet door een staatgreep vluchtte hij naar Rome. Deze gebeurtenis sloeg in als een bom in Teheran. De Sjah van Iran beschouwde de verandering in Afghanistan als een communistische bedreiging voor zijn land. Hij besloot de afgezette koning maandelijks tienduizend dollar toe te stoppen via de Iraanse ambassade in Rome en er werd een huis voor hem gekocht. De Iraanse regering hoopte dat de koning ooit zou terugkeren op zijn troon. Deze hoop bleek ijdel te zijn, want de Sjah werd zelf in 1979 van de troon gestoten en de koning van Afghanistan heeft inmiddels begrepen dat zijn 'reis' naar het buitenland een enkele is.
De Iraanse regering vreesde dat de Russen Afghanistan zouden bezetten, wat de eerste stap zou kunnen zijn om Iran te veroveren en vervolgens het olierijke Golfgebied onder controle te krijgen. Toen de communisten aan het einde van de jaren zeventig daadwerkelijk de macht in Afghanistan veroverden, waren de Iraniërs bezig met hun eigen revolutie en een jaar later, in 1980, verwikkeld in een oorlog met Irak. Maar de situatie in Afghanistan werd in Teheran nauwlettend gevolgd.
Iran en Afghanistan hebben door de geschiedenis heen invloed op elkaar gehad. De buurlanden behoren tot het islamitische geloof, in Afghanistan is Dari een van de twee hoofdtalen. Deze taal is bijna hetzelfde als het Farsi van Iran. De Afghanen hebben in de oudheid Iran veroverd, terwijl de islam Afghanistan via Iran bereikte. Er zijn in Afghanistan verschillende minderheden, waaronder sjiïeten en ismaielieten. Deze twee stromingen binnen de islam krijgen veel sympathie van de Iraniërs, aangezien de meesten van hen sjiïet zijn.
De machtsovername door de communisten en de aanwezigheid van sovjettroepen in Afghanistan leidden tot verzet onder de Iraanse bevolking. De islamitische gewapende strijd werd al gauw een belangrijke factor in het politieke leven van Afghanistan. De oorlog bracht een stroom vluchtelingen op gang, die voor een groot deel (twee miljoen) naar Iran. Na beëindiging van de oorlog tussen Irak en Iran in '88 wilde Iran aan de grenzen en zag het Afghaanse vluchelingen graag terugkeren. De contacten van de Amerikanen en de Saoedi's met de Afghaanse verzetsgroeperingen baarden de Iraniërs zorgen, naast hun zorg over de aanwezigheid van sovjettroepen. Na de val van het communisme veroverde het islamistisch verzet Kaboel.
In dit stadium begon Iran een grotere rol te spelen in de Afghaanse politiek door verschillende organisaties steun te geven. In die politieke jungle gaf Iran niet alleen financiële steun aan de leiders en hun organisaties, maar ook aan de leiders van de sjiïetische en ismaielitische minderheden. Het probleem was dat deze groeperingen frequent en snel van allianties veranderden: soms werkten zij samen, dan voerden zij weer oorlog tegen elkaar. De allianties met buitenlandse machthebbers vertoonden eenzelfde verschijnsel.
De geboorte van de Taliban als organisatie in '94 en hun veroveringen in Afghanistan verrasten velen, waaronder de Iraniërs. De Taliban, die tot de Pashtun bevolking behoren en soenniet zijn, lieten al snel blijken tegen andere bevolkingsgroeperingen te zijn, met name de sjiïeten. De Taliban vormden ook een reële bedreiging voor de andere bondgenoten van Iran in Afghanistan.
De Iraniërs beschouwden de Taliban als product van de gezamenlijke inspanningen van de Pakistaanse militaire inlichtingendienst en de Saoedi's, met de goedkeuring van de VS. De Taliban werden door veel Iraanse bewindslieden gezien als bedreiging voor de nationale veiligheid van Iran.
Als de Taliban heel Afghanistan veroveren en zich in de toekomst verder bewapenen, zouden zij op de lange termijn een oorlog tegen Iran kunnen beginnen. De signalen die de Taliban de laatste weken hebben gegeven bevestigen hun agressieve houding ten aanzien van de Iraniërs. Volgens Iraanse regeringsbronnen werden 47 Iraniërs ontvoerd, onder wie diplomaten en een journalist. De Iraanse media praten over de bandieten van Taliban. In de hoofdstad van Iran, Teheran, wordt gezegd dat alle opties open zijn om de ontvoerde Iraniërs terug te krijgen. Om de daad bij het woord te voegen zijn duizenden revolutionaire gardisten naar de grens met Afghanistan gestuurd voor een militaire oefening met zware wapens.
De Iraniërs zitten met de Taliban in de maag. Men weet dat, ook als de Iraniërs die in handen zijn van deze bewegingen vrijkomen - stel dat het waar is en stel dat ze nog leven -, dit niet betekent dat de relaties zullen verbeteren.
In Iran is ook veel kritiek op het gevoerde beleid ten aanzien van Afghanistan. Critici zijn van mening dat de Iraanse regering meer steun had moeten geven aan de tegenstanders van de Taliban. De Iraanse regering is nu bezig deze fout te herstellen door enkele bevriende groepen te helpen. De vraag is of deze maatregel tot een verandering in de machtsverhouding in Afghanistan ten nadele van de Taliban kan leiden.
Naar mijn mening zal een dergelijke verandering zich niet gauw voltrekken, maar een machtsverschuiving in Afghanistan is geen wonder. De recente geschiedenis heeft laten zien dat de veroveraars de ingenomen gebieden niet heel lang bezet kunnen houden.
Het is belangrijk voor de Iraniërs om de Taliban diep in hun eigen land bezig te houden, liever dan hen op te wachten bij de grens. De Iraniërs hebben de oorlog tegen het regime van Saddam Hoessein nog niet verwerkt en voorlopig willen zij geen nieuwe oorlog. De oorlog in Afghanistan zal voorlopig doorgaan, wellicht in een laag tempo, want deze oorlog wordt niet alleen bepaald door het Afghaanse volk, maar voor een groot deel ook door buitenlandse machten. De prijs wordt voornamelijk betaald door Afghanen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.