Voornamelijk vanwege zijn bijzondere positie die hij als minister van binnenlandse zaken inneemt, doet Bram Peper er tot dusver voornamelijk het zwijgen toe. De ex-burgemeester van Rotterdam, die deze functie zestien jaar uitoefende, moet inwendig niettemin koken van woede over de wijze waarop de commissie die onderzoek doet naar zijn declaraties met hem én de publiciteit omspringt.
Als burgemeester schuwde Peper het gevecht niet, met als climax de controverse tussen hem en de toenmalige korpschef J.W. Brinkman. In de kwestie rond zijn declaraties zou hij liefst opnieuw zo'n publiek gevecht aangaan, maar aangezien hij Paars 2 daar geen dienst mee bewijst, ziet hij ervan af. Waar het echter geenszins in zijn aard ligt zich te laten afslachten, staat vast dat de minister hard aan zijn verdediging werkt. En méér nog dan dat, tegen het onrecht dat hem, onmiskenbaar, voor zijn gevoel wordt aangedaan.
Kern is dat de Commissie Onderzoek van de Rekening zaken zou aansnijden, die niet op haar weg liggen en dat de raadsleden zo hun bevoegdheden te buiten gaan. Het betreft dan onder meer dienstreizen, die Peper als burgemeester meermalen naar landen als Cuba en Indonesië maakte. De (toenmalige) gemeenteraad van Rotterdam sanctioneerde al deze en andere reizen vóóraf en maakte hier ook achteraf nooit een punt van. Op dat onderdeel moet het Peper steken dat het beoogde 'rechtmatigheidsonderzoek' (de declaraties) van de commissie tevens een 'beoordelingsonderzoek' inhoudt (het nut van de door de ex-burgemeester gemaakte reizen).
De weigering van de commissie om Peper en zijn accountants, vooruitlopend op zijn verhoor, inzage te geven in de stukken, treft de minister nog meer. Vraag een willekeurige werknemer vandaag de dag spontaan zijn in 1988 ingediende kostendeclaratie van soms enkele tientjes toe te lichten en hij zal het antwoord schuldig blijven, redeneren Peper en zijn raadsman mr. J. Mentink. Zij vinden het, zeker waar het detailkosten betreft, billijk dat ze juist zulke bonnen ruim tevoren te zien krijgen en dan het antwoord over het 'hoe en waarom' geven. De afwijzende reactie om Peper vooraf inzage te verstrekken, kan daarom eens te meer reden zijn om de kort gedingrechter in te schakelen.
Drie jaar geleden verrichtte onder meer de belastingdienst onderzoek naar het declaratiepatroon aan de Coolsingel. Onoirbare zaken werden niet gevonden, maar desalniettemin werd toen vanuit de raad tot nader onderzoek besloten. Tot vier maanden geleden werd daarvan niets meer vernomen. In schril contrast hiermee staat de snelheid waarmee de commissie nu opereert, constateren Peper en Mentink. Mag de cliënt van de laatste ook tegen die achtergrond niet even tijd worden gegund om zich grondig te prepareren op een cruciale ontmoeting met de commissie, waar deze zichzelf jarenlang kennelijk wel tijd gunde? Dit waar het, inclusief de declaraties van in totaal 23 wethouders, om 700 000 bonnen gaat?
Een bijzonder aspect zijn de kosten die met het onderzoek zijn gemoeid. Mede door het inschakelen van topfunctionarissen van KPMG belopen die inmiddels zo'n één miljoen gulden. Daarnaast werden ongeveer 21 000 (ex)-ambtenaren - van wie een aantal overigens overleden bleek - aangeschreven met de vraag of zij informatie over de gang van zaken binnen het stadhuis kwijt wilden. Een aantal hapte toe en kwam aan bod, anderen vernamen niets meer van de COR. Voor advocaat Mentink is dat de komende weken een voorname troef: het zou er op kunnen duiden dat de commissie arbitrair en monopolistisch handelt. Precies zoals cliënt Peper ongetwijfeld al langer vermoedt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.