*

 
dossier

Archief

Hoe twee Vlamingen Shakespeare hebben opgeleukt

JAAP DE BERG − 07/01/98, 00:00

ROTTERDAM - Vanaf vandaag kan Nederland zich verlustigen in een toneelproductie waarin Shakespeare met veel bombarie wordt verkracht. Twee Vlamingen hebben acht van zijn koningsdrama's afgeroomd, ingedikt, opgeleukt, met riooldrab overgoten en anderszins veractualiseerd tot één eigentijds mammoetspektakel. De Blauwe Maandag Compagnie, die er sinds eind november Vlaanderen mee verblufte, vertoont het monstrum in de Rotterdamse Schouwburg.

Climaxen, in zekere zin, bereikt het stuk wanneer van oorsprong vijftiende-eeuwse vorsten quasi aan het vozen slaan. Koning Hendrik V doet het met een Franse prinses; koningin Margaretha, gade van Hendrik VI, met de hertog van Suffolk, van wie op het moment suprême een lichaamsdeel wordt afgehakt. Het hoofd.

Verbaal komt tekstbewerker Tom Lanoye zelf klaar in de laatste subdrama's van de bijna twaalf uur durende vertoning. In een ratjetoe van Nederlands en Amerikaans slang geven Edwaar the King (Shakespeare's Edward IV), Risjaar Modderfokker den Derde (Richard III) en anderen daar staaltjes van vuilbekkerij ten beste waar een vuilnisbakkenras nog geen brood van lust.

Eén voorproefje. Why, what should you fear? ('Hoezo? Wat heb je te vrezen?'), zegt Shakespeare's seriemoordenaar Richard III huichelachtig tegen een van zijn neefjes, die opzien tegen logies in de Londense Tower (waar hun de dood wacht). Lanoye's Risjaar is wat langer van stof: “There is no fokking sodding stupid shithouse / Kutklote bloddie safer place to sit!/ / Wat denk je: that some fokking junky monster / Will get in, to come sokking on your bones / Or snokking on your little hairless willies (piemeltjes)?”

'Ten Oorlog', zoals Lanoye en regisseur Luk Perceval hun opus hebben gedoopt, heeft levensbeschouwelijke pretenties. Het biedt niet zozeer een beeld van de Engelse Rozenoorlogen - zei Perceval in een interview - als wel “een impressie van zevenhonderd jaren mensdom, beginnend in de herfst van het feodale tijdperk en eindigend in de brakke poel van oorlog en vervuiling die de wereld vandaag is”.

Dat Shakespeare hiertoe uitgekleed, door de modder gehaald en opgedirkt werd, was blijkbaar onvermijdelijk. Aan hun kwestieuze geschiedbeschouwing uitsluitend gestalte te geven met eigen stof en tekst, zal de krachten van Lanoye en Perceval te boven zijn gegaan.

- Pagina 16: 'Wij moeten het van schone stijl niet hebben'

mailIcon print |