*

 
dossier

Archief

COLUMN

ROB SCHOUTEN − 29/07/97, 00:00

Heilig was mijn voornemen om nooit tijdens een Tour de France-etappe op een Franse berghelling te worden waargenomen. En nimmer zou ik in de meute met een spons of flesje water zwaaien of de naam van mijn favoriete renner op het plaveisel kalken, noch zou ik naar mijn familie thuis wimpelen of met een fiets meerennen onder begeleiding van het commentaar van Mart Smeets: “Levensgevaarlijk!, wat bezielt zo'n gek?”

Drie maanden geleden bleek ik in mijn onnozelheid voor afgelopen zaterdag een nachtje Disneyland Parijs te hebben geboekt. Naarmate het moment suprême naderde, werd het mij allengs duidelijker dat mijn bezoek aldaar samenviel met het moment dat de Tour-karavaan dit pretpark als lokatie voor de laatste tijdrit zou aandoen.

Hoewel ik tegen ieder die het horen wilde, steen en been klaagde over mijn noodlot dat me op weg naar het kinderparadijs in duivelse files van benden modale zotten zou doen belanden, koesterde ik het heimelijk verlangen om eindelijk, ongewild en onbedoeld, een levende glimp van het wielerspektakel op te vangen.

Reeds zag ik de rode boog, die aankondigde dat de tijdrijders hun laatste kilometer ingingen; boven ons ronkten de wentelwieken, overal zag ik gezinnen waarvan vaders met een smeulende blik rondliepen, loerend op de eerste de beste gelegenheid om hun verwanten aan hun lot over te laten en zich aan hun sportieve geslachtsgenoten te spiegelen. Ook ik zon op een manier om mijn kinderen die nog geen geklede eend of muis hadden gezien, te overtuigen van de verplichting vóóó alles een wielerwedstrijd te bezoeken.

U begrijpt het al, er kwam niks van terecht. Terwijl op honderd meter afstand alles waar een sporthart van klopt rondreed, schafte ik een Mickey Mouse-ballon aan, zag gelaten in de theekopjes Alice in Wonderland en miste op een haar na wat er bij u op de tv te zien was.

Zo dicht bij de vreugde en toch zo ver weg! Pas 's avonds terug in het hotel begreep ik dat Olano gewonnen had en Erik Dekker vijfde was geworden. Alsof dit mijn laatste kans was geweest ooit nog een historisch momnent mee te maken, sliep ik in. Maar als het dan geen finish mocht zijn dan moest ik mij dan maar tevreden stellen met een start. En zo stonden wij de volgende dag in Disneylands Main Street, vanwaar de laatste etappe naar Parijs vertrok. En ik zág ze: honderd en nog wat ruggen met Banesto en TVM erop; wel twee seconden lang.

“Wanneer komt Goofy nou”, jengelde het onder mij. “Zo meteen”, fluisterde ik. “Eerst even dit”. “Wat is dat pappa? Waarom fietsen die mannen? Zijn dat clowntjes? Krijgen we een ijsje?” “Nee”, zei ik, “Ja, straks.” Ik geloof zelfs dat ik Erik Breukink herkende. In een flits.

Het was genoeg. Laat nu uw dienstknecht gaan in vrede.

mailIcon print |