Het Europese bedrijfsleven is niet klaar voor de daadwerkelijke invoering van de euro in 2002. Na de succesvolle entree van de munt in het betalingsverkeer, een jaar geleden, leunen ondernemingen lui achterover in de verwachting dat de overschakeling vanzelf soepel verloopt.
Daarvoor waarschuwt het accountants- en adviesbureau KPMG. Het bureau, dat jaarlijks onderzoek doet naar de Economische en Monetaire Unie (Emu), constateert in zijn jongste rapport dat noodzakelijke voorbereidingen te laat dreigen te komen. Veel bedrijven geven minder prioriteit aan de ontwikkelingen rond de euro, blijkt uit hun enquête onder de groten in de Europese ondernemingswereld.
Bedrijven onderschatten de gevolgen voor bijvoorbeeld harmonisering van lonen en prijzen. Samen met andere trends zoals de opkomst van de elektronische handel, zal dit de Europese industrie echter op zijn kop zetten, voorspelt KPMG. De adviseurs voorzien problemen in de concurrentiekracht bij ondernemingen die laks blijven.
De introductie van de euro kost het Europese bedrijfsleven zeker 1100 miljard gulden, een gemiddelde van 123 miljoen gulden per groot bedrijf, menen de ondernemingen zelf. Dat is het vijfvoudige van de investeringen, die nodig waren voor de oplossing van het millenniumprobleem.
Maar KPMG gaat er vanuit dat het prijskaartje wel eens hoger kan uitvallen. Veel kosten zijn over het hoofd gezien. Uit het onderzoek blijkt dat ondernemingen meer aan de overschakeling zijn gaan uitgeven. Alleen bedrijven in de Benelux-landen hebben hun budget niet opgeschroefd, maar zijn in vergelijking met buurlanden wel het verst.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.