*

 
dossier

Archief

Liever Kok dan een gek

Willem Breedveld − 02/02/00, 00:00

Het ontredderde optreden van het CDA in de verkiezingscampagne 1994, de vrije val waarin de partij toen terecht kwam en het uiteindelijke aantreden van een paars kabinet, kunnen ten dele verklaard worden door het feit dat Ruud Lubbers in die cruciale maanden het belang van het CDA ondergeschikt maakte aan het belang van voortzetting van 'zijn', in de loop van drie kabinetten ontwikkelde beleid. Liever Kok aan de macht, die dat beleid 'kon aantrekken als was het zijn eigen jas (...) om de dingen te doen die noodzakelijk zijn', dan de in zijn ogen gevaarlijke gek Brinkman een kans te geven. Liever Turks (paars), dan paaps (CDA).

Dit onthutsende beeld komt naar voren in het vorige week gepresenteerde boek Ruud Lubbers, Peetvader van het poldermodel van Parool-journalist Bert Steinmetz. Voor Lubbers stond al geruime tijd voor de verkiezingen vast dat het CDA met de door hemzelf op het schild geheven kroonprins Elco Brinkman aanstevende op een regelrechte ramp: te rechts en te rechtlijnig. Bovendien opereerde Brinkman onhandig in de permanente WAO-perikelen. Lubbers was 'witheet' toen tien maanden na de met veel publiekelijk vertoon bezworen 'bami-crisis' over de WAO, Brinkman op een CDA-bijeenkomst op 16 november 1993 de WAO-uitwerking opnieuw ter discussie stelde. Lubbers had het, zo citeert Steinmetz de gemoedsstemming van de premier op dat moment, over ,,een absolute black-out'', over ,,absolute stompzinnigheid'' en over een ,,zelfmoordpoging''. Sterker nog: ,,Dat was de doodklap''.

Sindsdien probeerde Lubbers het 'gevaar' Brinkman op alle mogelijke manieren te stoppen. Door zelf het partijvoorzitterschap op zich te willen nemen, door anderen (Frans Andriessen, Peter Kooijmans, of Wim Deetman) dan Brinkman als premier naar voren te schuiven en door enkele dagen voor de verkiezingen te verklaren dat hij zijn stem niet op lijsttrekker Brinkman zal uitbrengen, maar op Ernst Hirsch Ballin. Zijn voorstellen werden echter ter zijde geschoven en op de buitenwacht maakte hij de indruk de kluts kwijt te zijn. Of zoals Lubbers het ziet: ,,Ik was de kluts niet kwijt, ik was vertwijfeld (...) ik had geen macht meer, die had ik weggegeven''.

Het boek laat slechts ruimte voor één conclusie: die Brinkman was een gevaarlijke gek, een tijdbom die gelukkig op het nippertje door Lubbers ontmanteld kon worden. Jammer dat daarmee het CDA de vernieling inging zodat Kok, en met hem 'paars', de fakkel kon overnemen. Maar het landsbelang en daarmee ook het poldermodel was tenminste gered. Of zoals Steinmetz Lubbers de erepalm uitreikt: ,,Op het cruciaalste moment uit de geschiedenis ontpopte Ruud Lubbers zich wederom als de man die zijn kabinet - of sterker nog, wat hij voor het land van belang vond - liet voorgaan op het belang van zijn partij'.

Geen twijfel mogelijk: vanuit het perspectief van Lubbers klopt dit beeld. Diezelfde Lubbers vergat echter gemakshalve dat er ook andere opvattingen over het landsbelang bestonden. Zo kon Brinkman voor zijn onbuigzame harde optreden rekenen op de unanieme steun van zijn fractie. Ook de partij stond vierkant achter hem. Sterker nog, met het verkiezingsprogram beoogde de partij (tot woede van Lubbers) zelfs een 'waterscheiding' aan te brengen met het tot dusverre gevoerde Lubberiaanse beleid. Ook werd Brinkman ten slotte door het CDA-congres met een ongekend ovationeel vertoon tot lijsttrekker uitgeroepen.

Je kunt deze koers rampzalig vinden (dat vond ook deze krant), het was wel een honderd procent democratisch uitgestippelde koers, die het verdiende zó aan de kiezers te worden voorgelegd en desnoods door diezelfde kiezers te worden afgestraft. Strikt genomen was dus niet Brinkman de gevaarlijke gek, maar de man die zich daartegen als enige verzette en zo de ontreddering compleet maakte. Lubbers zelf dus.

mailIcon print |