Feestelijke, met pruimen gevulde flensjes. Geen zoet dessert, maar een hartig hoofdgerecht. Eet bijvoorbeeld een gemengde salade met champignons vooraf en zet als toetje diverse kazen met toastjes op tafel.
Voor de vulling hebt u nodig: 20 gedroogde pruimen, 2 eetlepels boter, 300 gram rundergehakt, 1 winterwortel, 1 ui, 1 prei, 4 stengels bleekselderij, zout,
vers gemalen zwarte peper.
Verder hebt u beslag voor de flensjes nodig plus een ei en een bekertje crème fraîche.
Week de gedroogde pruimen tenminste zes uur in koude thee. Laat ze uitlekken, verwijder de pitten en snijd ze in kleine stukjes.
Rasp de wortel, hak de ui klein, snijd de prei in ringen en de bleekselderijstengels in plakjes.
Verhit de boter en bak het gehakt rul. Voeg de wortel, de ui, de prei en de bleekselderij toe. Roerbak dit alles tot de groenten beetgaar zijn. Voeg de kleingesneden pruimen toe en breng het mengsel op smaak met peper en zout.
Maak een beslag van 100 gram bloem, 3 eieren, een snufje zout en een halve liter melk en bak daarvan flensjes of gebruik uw eigen recept. Volkoren flensjes kunnen ook.
Verwarm de oven voor op 200'C.
Vet een ondiepe, ovenvaste schaal in.
Verdeel de vulling over de flensjes, rol de flensjes op en leg ze dicht naast elkaar in de ovenvaste schaal.
Klop het ei los met de crème fraîche en een snufje zout en giet dit mengsel over de flensjes.
Zet de schaal hoog in de voorverwarmde oven (in het midden als u de flensjes lang van te voren gemaakt hebt en alles koud is) tot de flensjes met een fraai bruin laagje bedekt zijn. Als de flensjes bij het in de oven gaan nog warm waren duurt dat tien tot vijftien minuten, als ze koud waren wat langer.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.