Gewonden zijn er niet meer, het puin is grotendeels opgeruimd, maar nog steeds zijn 250 000 mensen dakloos. De aardbeving, eind januari, in Colombia verwoestte in negentien seconden grote delen van de stad Armenia. Ook veel dorpjes in de omgeving werden getroffen.
De daklozen, bijna de helft van de bevolking van Armenia, werden in provisorische hutjes in 89 kampen opgevangen. Ze wonen er nog steeds. De omstandigheden waarin de mensen leven zijn erbarmelijk. Er is geen drinkwater en ze wonen veel te dicht op elkaar. Daardoor neemt de spanning toe. Geweld en kindermishandeling zijn aan de orde van de dag. De kinderen gaan niet meer naar school en leven op straat. Ook tienerzwangerschappen vormen een probleem.
Meteen na de ramp kwam de internationale en nationale hulpverlening op gang. Maar mede door slechte coördinatie gingen veel mensen plunderen, vertelt Carlos Rodriguez Patiño op een bijeenkomst van Memisa. Hulpgoederen kwamen niet op de plaats van bestemming of werden opgeslagen in plaats van verdeeld. Patiño is directeur van de Colombiaanse hulporganisatie Fundaps, die steun krijgt van Memisa. Fundaps werkt samen met de gezondheidsdienst van Cali, die de hulp in Armenia en drie randgemeenten coördineert.
Het enige voordeel van de ramp is dat particuliere hulporganisaties en de overheid nauw zijn gaan samenwerken. De regering werkt aan de wederopbouw, nu in de meest acute noden is voorzien. Voor Armenia moet een compleet nieuw bouwplan opgezet worden. Pas als zones zijn aangewezen die niet gevoelig zijn voor aardbevingen, kan de wederopbouw echt beginnen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.