*

 
dossier

Archief

Rabobank: lastenverlichting voor bedrijven levert nu geen banen op

INEKE NOORDHOFF − 15/09/95, 00:00

AMSTERDAM - Verhoging van de nettolonen levert nu meer werk op dan verlaging van de lasten voor werkgevers. Daarom doet de overheid er goed aan de beloofde lastenverlichting voor het bedrijfsleven te heroverwegen. Ook als de voorgestelde lastenverlichting van negen miljard gulden naar de werknemers gaat, komt dat uiteindelijk de werkgevers ten goede.

Dat stellen W. van der Velden en P. van de Ven, economisch onderzoekers bij de Rabobank. Zij baseren zich op een analyse van de recente winstgroei in het Nederlandse bedrijfsleven. In de eerste helft van dit jaar boekten de 95 beursfondsen die tot nu toe hun resultaten bekend maakten een winstgroei van 32 procent. Die toename is vooral te danken aan de industrie. Daarbij komt nog dat vooral de op export gerichte bedrijven hun fraaie winstcijfers van vorig jaar consolideerden.

De op de binnenlandse markt gerichte sectoren zien hun winst minder hard stijgen. Dat heeft te maken met de achterblijvende bestedingen. “Voor de werkgelegenheid is dit ongunstig”, duidt Van der Velden, “want het grootste deel van de werkgelegenheid ontstaat in de op het binnenland gerichte sectoren.”

Derhalve wil hij opnieuw discussie over de lastenverlichting aan het bedrijfsleven die het paarse kabinet in zijn regeerakkoord opnam. De onderzoekers vinden het logischer om de wig (het verschil tussen bruto- en nettoloon) bij werknemers te verkleinen. Die krijgen dan meer te besteden, wat de op het binnenland gerichte bedrijven meer afzet bezorgt. Indirect profiteren de werkgevers daar ook van.

De onderzoekers verwachten dat lastenverlichting voor het bedrijfsleven voor een belangrijk deel uitmondt in hogere nettowinsten en nauwelijks tot extra investeringen leidt - een ontwikkeling die nu al zichtbaar is. Maar dat was niet de bedoeling, meent het Rabo-duo: het ging er om werkgelegenheid te scheppen.

Veel voorstanders van lastenverlichting voor het bedrijfsleven menen echter dat meer geduld is vereist: bedrijven moeten eerst meer winst maken, daarna gaan ze investeren en dat leidt weer tot nieuwe banen. Van der Velden en Van de Ven zien echter een 'verstoring' van dit scenario: “Het is niet ondenkbaar dat die hoge winsten via beleggingen of investeringen (deels) naar het buitenland wegvloeien. Bovendien heeft de winst ook zonder de lastenverlichting al weer de topniveaus van eind jaren tachtig bereikt.”

De onderzoekers van de bank concluderen dat de netto winst als percentage van de toegevoegde waarde fors stijgt (van 21 procent in 1993 naar 30 procent in '94). De investeringen, afgezet tegen die toegevoegde waarde, gingen echter omlaag van 21,2 procent naar 20,8 procent. “Hiermee heeft de winststijging in dat jaar dus ruimschoots de investeringsgroei overtroffen. Naar verwachting is dat ook in 1995 het geval. Het winstherstel en daarmee ook de lastenverlichting voor het bedrijfsleven, komt vooral de financiële positie van de bedrijven ten goede.”

De onderzoekers menen daarom dat verhoging van het arbeidskostenforfait een effectievere manier is om werk te scheppen dan lastenverlichting voor bedrijven. Dat vergroot zowel de koopkracht van werknemers als hun motivatie om te werken.

De hoge winsten van de exporterende bedrijven zijn opvallend, omdat de koers van de dollar ongunstig was. Rabobank Nederland signaleert in de interne notitie over beursondernemingen echter dat bedrijven met succes hun kosten hebben beperkt. Dat is deels te danken aan loonmatiging, deels aan het feit dat bedrijven er beter in slagen hun kosten in dollars te berekenen, zodat het valutarisico wordt verkleind.

Ondanks de ongunstige wisselkoersen hebben sectoren als chemie, metaal, papier en transport de winstcijfers bijna zien verdubbelen in de eerste helft van 1995. Het ging om een stijging van 82 procent in de industrie en 90 procent bij transportondernemingen, terwijl in diezelfde periode een jaar eerder de winst al met 107 procent was gestegen. Bij de voedings- en genotmiddelenindustrie daalden de winsten gemiddeld 5 procent. Dat lag vooral aan Unilever. De omzet van de beursgenoteerde bedrijven ging gemiddeld 6,4 procent omhoog. Vooral dienstverlening en transport groeiden. In de bouw stagneerde de omzet. Detailhandel en zakelijke dienstverlening tonen lagere groeicijfers.

mailIcon print |