*

 
dossier

Archief

Bezwaren tegen rol ds. Vissinga

Door: redactie − 15/01/98, 00:00

Van onze kerkredactie AMSTERDAM - Ir. J. van der Graaf, algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond in de hervormde kerk, zet als eerste kerkelijke vertegenwoordiger óók vraagtekens bij de opstelling van ds. R. Vissinga in de commotie die de dominees Van Drimmelen en Huttenga hebben ontketend over het onderwerp pedofilie.

“De belastende en wat mij betreft symptomatische uitspraken van ds. Vissinga in zijn functie als preses van de gereformeerde synode, mogen niet ondergesneeuwd raken onder de maatregelen die intussen tegen ds. Van Drimmelen en ds. Huttenga terecht zijn genomen”, schrijft hij in het Friesch Dagblad van gistermiddag.

Het was tweemaal schrikken en slikken voor Van der Graaf. Eerst maakt Van Drimmelen er in Trouw geen geheim van pedofiel te zijn en breekt hij een lans voor pedofilie-in-liefde. Vervolgens meldt hij dat hij zijn boodschap in scène heeft gezet en als klap op de vuurpijl blijkt er dan ook nog een connectie te zijn met ds. Huttenga, die bevriend is met een voor ontucht met minderjarigen veroordeelde pastoraal medewerker.

Maar, benadrukt Van der Graaf, wat nu aan de aandacht dreigt te ontsnappen is dat synodepreses Vissinga “niet alleen direct voor Van Drimmelen in het krijt trad maar ook zoveel zei als: 'moet kunnen'. Ook (zelfs) een predikant moet pedofiel kunnen en mogen zijn.”

Symptomatisch noemt Van der Graaf Vissinga's uitlatingen, omdat “dit de tweede maal in successie is dat de gereformeerde synodepreses een uitspraak deed, waarvan de echo breed in de kerk hoorbaar was. Eerder kreeg hij in de gereformeerde synode de handen op elkaar, toen hij verklaard had trots te zijn op een theoloog als Den Heyer, die, zijn loochening van 'verzoening door voldoening' ten spijt, het gesprek over de verzoening dan toch maar had gediend.” Vissinga bruuskeerde daarmee niet alleen een deel van zijn medekerkgenoten, “maar ook dat deel van de hervormde kerk, dat eerder in eigen kerk het geding om de verzoening voerde en zich nu in dezen door gereformeerden in de steek gelaten voelt.”

En dan nu de uitspraak dat pedofilie moet kunnen, schrijft Van der Graaf verontwaardigd. “Waarom toch steeds die gretigheid om kerkelijk openingen te maken voor wat eerder nooit kon?”

Vissinga's waardering voor de 'moed' van Van Drimmelen is inmiddels omgeslagen in verontwaardiging. Zijn verontwaardiging geldt echter niet, wat Van der Graaf zou willen, Van Drimmelens pleidooi voor meer begrip voor de pedofiele medemens, maar enkel en alleen diens handelwijze. Hoewel hij zondagmiddag al op de hoogte was van het 'bedrog' van Van Drimmelen, heeft hij het nog maandag in de media voor hem opgenomen. Pas nadat de connectie met Huttenga en de veroordeelde pastoraal medewerker goed tot hem was doorgedrongen, noemde hij het ineens “bijzonder wrang” dat Van Drimmelen heeft gelogen over zijn geaardheid om pedofilie uit de taboesfeer te halen.

Naar zijn eigen zeggen is ds. Vissinga in de vergadering van het gereformeerde synodebestuur jongstleden dinsdag niet aangesproken op zijn optreden in deze zaak.

mailIcon print |