Onrechtmatig en niet te motiveren, zo omschrijven diverse kunstvakorganisaties de 'Belastingherziening 2001' van minister Zalm en staatssecretaris Vermeend van financiën. Kunstenaars en musici zouden er door de nieuwe belastingplannen financieel flink op achteruit gaan.
Door de plannen zouden bijvoorbeeld reiskosten met de auto binnen tien kilometer niet meer vergoed worden, waardoor musici met grote en kostbare instrumenten zoals harp of contrabas financiële schade lijden. Ook kleine afstanden naar de concertzaal kunnen zij vaak niet anders dan met de auto afleggen.
De Koninklijke Nederlandse Toonkunstenaars Vereniging (KNTV) en de Nederlandse Toonkunstenaars Bond hebben zich tot de Tweede Kamer gewend om te pleiten voor wijzigingen in de 'Belastingherziening 2001'.
Directeur H. Luif van de KNTV noemt een ander in het oog springend nadeel: ,,Door de nieuwe regeling van beroepskostenaftrek hebben musici gemiddeld 200 gulden minder per maand te besteden, voor muzikanten met dure instrumenten kan dat uitkomen op 500 gulden minder. Maar musici in loondienst bij symfonieorkesten, conservatoria en muziekscholen moeten kwalitatief hoogstaande instrumenten kunnen aanschaffen én onderhouden. Ook moeten ze zich kunnen bijscholen.''
Onlangs verscheen in reactie op de komende belastingherziening de brochure 'Kunst en Cultuur belast'. Hierin dragen vakbond FNV Kiem en de Federatie van Kunstenaarsverenigingen alternatieven aan voor fiscale knelpunten die er voor kunstenaars en kunstinstellingen zullen komen.
Zo hebben de belastingplannen consequenties voor een kunstenaar die zich als zelfstandig ondernemer bij de belastingdienst opgeeft. Als ondernemer zou hij niet langer een bijbaantje kunnen nemen - zoals lesgeven in zijn vak - omdat hij dan boven een 40-urige werkweek komt. Voor de belasting zou hij dan geen ondernemer meer zijn en zijn fiscaal voordelige positie verliezen. Volgens de FNV zou staatssecretaris Vermeend het kunstonderwijs als onderdeel van het ondernemersschap moeten erkennen, én de 40-uursgrens voor kunstenaars verhogen. Dan kunnen meer kunstenaars profiteren van de fiscale mogelijkheden van het ondernemerschap.
Ook de kunstconsument zal de gevolgen merken, beweren de kunstvakorganisaties. Een woordvoerder van FNV Kiem haalt een praktijkvoorbeeld aan: ,,Bij de ongesubsidieerde kunsteducatie, zoals balletscholen, is de prijs beduidend omhoog gegaan, omdat men btw moet betalen. In het muziekonderwijs aan personen onder de 21 jaar geldt echter een btw-vrijstelling, omdat muziek tot algemene vorming zou horen. Ook het dansonderwijs beschouwen wij als algemene vorming en moet dus een vrijstelling krijgen.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.