BARENDRECHT - Zijn heerschappij over keu, ballen en tegenstanders is niet meer. De grootvorst van het driebanden-spel heeft zijn onderdanen niet meer onder controle. Torbjörn Blomdahl bezit de wereldbeker sinds 1994, maar moet het kostbare kleinood dit weekeinde zo goed als zeker afstaan.
Barendrecht is vanaf vandaag het decor voor het laatste toernooi van de wereldbeker. Het evenement zou oorspronkelijk in Zuid-Korea worden gehouden, maar door de economische malaise in dat land zijn alle sportevenementen daar afgelast. Alleen een wonder kan Blomdahl nog aan zijn zevende wereldbeker helpen, maar zelf mikt hij op een goed toernooi en de tweede plaats. Dick Jaspers is dit seizoen de nieuwe koning. Blomdahl heeft veel respect voor de Brabander, maar het ontzag is niet onmetelijk. “Geen enkele speler is compleet. Ik niet en Dick ook niet. Goed aan zijn spel vind ik dat hij 'bal twee' altijd goed raakt. Dat is een technische term. Bal twee is de eerste bal waar de speelbal naar toe gaat. Verder is hij altijd sterk in de beslissende punten. Op cruciale momenten in sets staat hij er. Een nadeel in zijn spel is dat Dick een slow-starter is. Vooral in een partij over 50 caramboles wil hij in het begin nogal eens een onoverkomelijke achterstand oplopen. Daarom is het setsysteem ook in zijn voordeel.”
Zelf kampt Blomdahl met een opmerkelijke biljart-handicap. Hij heeft namelijk last van een 'scheve afstoot'. “Dat kun je vergelijken met een geweer waarvan de loop een afwijking heeft. Je schiet en de kogel wijkt af van de lijn die je in gedachten had. Dat heb ik met de afstoot. Ik moet altijd rekening houden met een bepaalde afwijking. Vooral als de ballen ver uit elkaar liggen, is dat soms lastig.” Maar wie zo lang domineert heeft natuurlijk ook sterke kanten. “Ik ben een gevoelsbiljarter met een goede ondergrond. Ik doorzie de stootbeelden gauw en weet de manier waarop ik ze uit moet voeren.” Na 21 zeges in toernooien die meetellen voor de wereldbeker en zes eindoverwinningen in die cyclus, waarvan de laatste drie op rij, moet het voor Blomdahl een hard gelag zijn om anderen met de eer en glorie te zien strijken. Niets is minder waar. Zoals het een goede sportman betaamt weet Blomdahl dat verliezen er ook bij hoort. “Je weet dat het een keer moet gebeuren. Je kunt niet eeuwig winnen. Sinds 1987 maak ik deel uit van het profcircuit. In die tien jaar heb ik alles gewonnen wat er te winnen viel. Drie jaar op rij de beste zijn is voor mij al een hele prestatie. Biljarten is een bijzondere complexe sport. Veel factoren spelen een rol: het materiaal, de tegenstander, je eigen vorm en de omgeving. Er hoeft maar iets te gebeuren of je mist een punt. Om dan zolang aan de top te staan, vind ik nogal wat.” Dit seizoen heeft Blomdahl moeten leren leven met een plaats op het tweede plan. “De grote winst van dit seizoen is dat ik geen angst meer heb om te verliezen. Eerder moest ik winnen. Dat verwachtte ik en iedereen om mij heen. Nu ben ik soms al blij als ik in de finale sta.” In de periode dat Blomdahl met straffe hand regeerde, heeft het driebanden een vlucht genomen. Waren de moyennes die de Zweed enkele jaren speelde nog een utopie voor de rest, nu dijt de wereldtop stukje bij beetje verder uit. Blomdahl beseft dat hij eigenlijk zijn eigen graf heeft gegraven. “In het begin dacht iedereen; wat hij kan is onmogelijk. Dat is langzaam omgeslagen in de gedachte 'dat wil ik ook kunnen'. Voor de sport is die ontwikkeling fantastisch. Een partij met een gemiddelde van één is niets aan om naar te kijken, maar nu spelen sommige spelers al een moyenne van twee over een heel toernooi. Nu bestaat de echte top nog uit tien spelers die elkaar weinig ontlopen. Ik denk dat die groep binnen een paar jaar uitgroeit tot een man of dertig.”
Hoewel de concurrentie dus hevig is toegenomen, heeft dat niet geleid tot ongezonde rivaliteit. Blomdahl: “We gaan heel goed met elkaar om. De meeste jongens zijn bereid om kennis te delen. Ik geef ook altijd aanwijzingen en krijg daarvoor tips terug. Vooral mijn band met Marco Zanetti is speciaal. Ik denk niet dat er veel topsporters zijn die zo goed overweg kunnen als wij tweeën.”
Hoewel Blomdahl dit seizoen de nederlaag manmoedig wegslikt, heeft hij wel problemen met de nieuwe opbouw van de wereldranglijst. Doordat, na jarenlang touwtrekken, de vrede tussen de reguliere bonden en de profbond eindelijk getekend is, moest er ook een nieuwe opbouw van de ranking komen. Besloten werd om alle punten van voor dit seizoen te schrappen en alle spelers op nul te laten beginnen. Blomdahl voerde de ranglijst sinds 1987 bijna onafgebroken aan, maar na zijn vroege uitschakeling in Oosterhout tijdens het eerste wereldbekertoernooi verloor hij de koppositie. “Ik ben blij dat alles tussen de bonden opgelost is, laat ik dat voorop stellen. Maar de manier waarop ze de ranking hebben georganiseerd steekt me wel een beetje. Door de nederlaag in Oosterhout verloor ik de nummer één-positie, waarvoor ik jarenlang geknokt heb. Eén nederlaag betekende het einde. Als de oude regels nog hadden gegolden, had ik bovenaan gestaan. Ik vind niet dat ik dat verdiend heb. Aan de andere kant is het zo dat de honger om te winnen daardoor weer gegroeid is.” In woorden wil Blomdahl het niet zeggen, maar diep in zijn hart voelt hij zich nog steeds de beste driebander. “Kijk naar de gemiddelden in de sterke Nederlandse competitie. Dick heeft bijna net zo'n hoog moyenne als ik.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.