Jansen, leraar Engels, werkte 25 jaar lang met veel genoegen in het lager technisch onderwijs. Het ging niet goed met zijn school. Niet omdat Jansen niet hard genoeg werkte. Het tegendeel was het geval, maar in de markt van teruglopende leerlingenaantallen werd het steeds moeilijker het hoofd boven water te houden.
Ouders gaven de voorkeur aan hogere opleidingen zoals de mavo even verderop. De technische school liep geleidelijk leeg, werd opgeheven en Jansen stond op straat. Hij meldde zich bij de mavo. Daar konden ze hem wel gebruiken, was zijn verwachting. Hij kreeg te horen dat ze er niet aan dachten hem in dienst te nemen. Als de mavo eventueel later zou inkrimpen, zou hij met zijn dienstjaren het eigen personeel verdringen. Dus nam de school een andere leerkracht: mevrouw de Vries, goed en wel dertig en, zo had de administratie berekend, voor niemand 'bedreigend'. Het gevolg was dat het ministerie nu twee mensen moest betalen. Jansen die thuis zat en wachtgeld kreeg en mevrouw de Vries. Omdat ouders het beste wensen voor hun kinderen en scholen het beste voor hebben met hun personeel, werd het lyceum, een school voor havo/VWO, steeds minder kritisch in haar toelatingsbeleid. Nu was het de beurt aan de mavo leeg te lopen en dood te bloeden.
Zo raakte ook mevrouw de Vries haar baan kwijt. Omdat zij inmiddels niet zo jong meer was en de last van een aantal dienstjaren met zich meetorste, kon ze niet terecht bij het lyceum. Dat gaf de voorkeur aan de niemand bedreigende, net afgestudeerde Petra. Vanaf die dag betaalde het minsterie drie mensen waar één salaris toereikend had kunnen zijn. De minister ging naarstig aan de slag de regelgeving die leidde tot zulke absurde consequenties te wijzigen. Dat zou je althans verwachten, maar bij gebrek aan politieke moed besloot Deetman, onder aanmoediging van de PvdA, tot een omweg. Om probleem A aan te pakken werd oplossing B uit de kast gehaald. De extra kosten hadden voorkomen kunnen worden, zo bedacht men, wanneer alle drie die scholen één school waren geweest. Dan was meneer Jansen met het verschuiven van de leerlingen van het ene naar het andere schooltype meegeschoven. Dan was er nooit sprake geweest van een mevrouw de Vries, noch van een Petra. Dus kwamen er regelingen om fusies te stimuleren of af te dwingen. Voor veel schoolleiders opende dit ongekende perspectieven want net als burgemeesters kennen ook zij een directe relatie tussen schaalgrootte en salaris. Zij spanden zich in om hun personeel de zegeningen van schaalvergroting uit te leggen. De fusiemolens maalden op volle toeren. Inmiddels is gebleken dat de lesuitval op grote scholen ruim een kwart hoger ligt dan elders, een indicatie dat op veel plaatsen de fusies organisatorisch weinig goeds hebben opgeleverd. Niet zo verwonderlijk natuurlijk: als we alle alleenstaanden zouden dwingen met hun buren te trouwen, zou dat ook maar weinig gelukkige relaties opleveren. Ze zouden elkaar ontlopen, zitten mokken, zich geringschattend uitlaten over de ander, kortom gebukt gaan onder de ziekte waar het halve Nederlandse onderwijs aan lijdt: het postfusie syndroom.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.