Van een onzer verslaggeefsters AMSTERDAM - Amsterdammers hebben gistermorgen op diverse tramhaltes, vooral de haltes die maar door één tram worden aangedaan, soms extreem lang bibberend op vervoer moeten wachten. Oorzaak was een combinatie van factoren. In de tramremise in de Lekstraat was kortsluiting ontstaan in een voedingskabel en bovendien waren op enkele plaatsen in de stad bovenleidingen bevroren.
Door in de Lekstraat de trams niet 'door de voordeur', maar via de achterkant, met behulp van takelwagens, de remise uit te slepen, waren de meeste problemen aan het eind van de ochtend verholpen. Om in de tussentijd de wachttijd op de haltes te bekorten waren op sommige lijnen bussen ingezet en werden bovendien die trams die al beschikbaar waren zoveel mogelijk over de diverse lijnen verdeeld.
Rond twaalf uur 's middags reden de meeste trams weer volgens de dienstregeling. Dat een dergelijk probleem zich bij aanhoudende vorst nog een keer zal voordoen, is niet waarschijlijk, zegt GVB-woordvoerder Van den Berg. Volgens hem zijn bevroren bovenleidingen namelijk, zelfs bij extreme vorst, een zeldzaam verschijnsel. “Als bovenleidingen kapot gaan, gebeurt dat meestal doordat ze kapot worden gereden door vrachwagens.”
Ondanks de zware ijsgang varen twee van de drie veerponten over het IJ min of meer normaal. Een van de drie is vervangen door een klein pontje, wat regelmatig tot ernstige vertraging leidt. Dat de andere ponten hun dienstregeling min of meer geregeld kunnen uitvoeren is volgens Van den Berg te danken aan de gemeentelijke Havendienst, die boten heeft ingezet die constant het ijs kapot varen. “Dat is ook zeer noodzakelijk”, zegt de GVB-woordvoerder, “want zodra de pont er doorheen gevaren is, vriest het water achter de pont ogenblikkelijk weer dicht.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.