Gek, maar belangrijk is het niet, wel het noemen waard. Er kan maandag een nieuwe nummer één op de tennisranglijst staan. Beseft u dat als we dit rijke sportweekend ingaan? Als wij, in Holland en Friesland, nogmaals op de knieën gaan voor de klapschaats, ditmaal op 1000 meter hoogte?
Wielrenners fietsen in Frankrijk of zwoegen tegen de Alsemberg op, maar de grootste aardverschuiving kan in Key Biscaye plaatsvinden. Daar kan de Chileense kwajongen Marcello Rios de nieuwe 'numero uno' van de wereld worden en daarmee de bijna zalig verklaarde Pete Sampras voor het eerst sinds mensenheugenis verdringen.
Er hangt altijd een vreemd, nauwelijks te definiëren spanningsveld rond die wereldberoemde eerste plaats. Ooit vertelde Stefan Edberg, me hoe moeilijk het was om eerste te blijven en hoe relatief gemakkelijk het was om eerste te worden. Hij legde uit dat de druk rond die computer-gestuurde lijst niet te beschrijven was, dat sommigen er hem wel eens aan herinnerden, maar dat het hem zelf koud liet tot het moment dat hij pardoes nummer één stond. Dat toen de rapen gaar waren en er week in, week uit moest worden gewonnen.
Sampras heeft zich, niet lang geleden, in ongeveer dezelfde bewoordingen uitgelaten. In de Herald las ik zijn woorden: “In feite hoort het er niets toe te doen waar je staat, maar iedere week weer lees je erover en op de tv noemen commentatoren jouw naam in samenhang met je ranking. Ik heb dat altijd vreemd gevonden.”
Sampras kan makkelijk praten. Hij heeft heel lang één gestaan en zijn stapje terug lijkt met niet al te veel pijn samen te gaan. Sterker nog, de Amerikaan die de laatste weken al snel in welk toernooi ook verdween, na kansloze en soms zelfs een tikje genante nederlagen tegen modale toernooispelers, lijkt een beetje opgelucht nu hij van die wankele top wordt verdrongen. Pat Rafter had de kans in Rotterdam, maar verslikte zich in Siemerink en had ook niet zo heel veel zin, want ook hij wist dat adel verplicht en dat spelen vanuit de tamelijke luwte makkelijker is dan de baan oplopen met dat aureool van nummer één boven je hoofd. Ook de aardige Peter Korda liet verleden week zijn beurt voorbijgaan. Het leek of hij niet erg geïnteresseerd was in die pole-position.
Het is dus aan die tamelijk ongelikte heer Rios. Nog bij de Australian Open maakte hij duidelijk dat hij zich niet aan de regels van de toptennissers wenste te conformeren, dat hij deed wat hij wilde en dat al die mannen met camera's en opschrijfboekjes wat hem betreft dood konden vallen.
Sampras en de meeste van zijn voorgangers hebben dat nooit gedaan. Ze stelden zich altijd correct op, zelfs de boerse Jimmy Courier, die nog wel eens in mono-syllabes kon antwoorden, maar tenminste normale mensenmanieren hanteerde, conformeerde zich. Overigens. . where have you been Jim Courier? Zat van het tennis? Zat van het reizen en touren, van het slepen en sleuren, van het trainen en spelen?
Je ziet dat spelers die langere tijd in de buurt van die beroemde eerste plaats hebben gestaan ook met griezelige snelheid de weg omlaag kiezen. Becker, Agassi. . ineens hield het op. Ineens was de spanning van die jaren, maanden, weken en al die wedstrijden op topniveau te veel voor ze. Er kwamen blessures, óf lichamelijk óf geestelijk, en de voormalige nummer één spartelde verder, tennismoe, soms zelfs ongeplaatst in een toernooi.
Welk omen kleeft er aan die eerste plaats? Sampras heeft deze positie wel heel lang ingenomen en heeft schijnbaar, weinig geleden. Zijn snelle optredens van de laatste weken echter laten zich misschien wel verklaren. Net of hij geen trek had in groots presteren, net of die eerste plaats als een blok beton rond zijn nek hing. Net of die kleinere toernooitjes hem ineens niet meer interesseerden. Net of hij pas weer bij Roland Garros wakker wilde worden.
Weet die Rios waar hij aan begint? Kent hij deze regels of lapt hij ook deze aan zijn Chileense laars?
Dat laatste lijkt logisch omdat het jongmens zonder conventies leeft en denkt. Hij heeft lang niet de eigenschappen voor de mondiale nummers één die al zijn voorgangers (minus Agassi!) wel uitdroegen. Wellicht dat hij die kostbare positie wel kleur kan geven en er iets aardigs mee gaat doen. En de vraag blijft bovenal: hoe lang blijft hij nummer één?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.