*

 
dossier

Archief

Palestijnse verkiezingsstrijd is voornamelijk onderonsje van de aanhangers van Arafat

INA FRIEDMAN − 16/01/96, 00:00

JERUZALEM - Het meest opvallende aan de Palestijnse verkiezingen van aanstaande zaterdag is dat ze in wezen een knusse aangelegenheid zijn. Er zijn natuurlijk slechts 1 miljoen Palestijnse kiezers, maar dat is niet de belangrijkste reden voor de bijna intieme sfeer tijdens de campagne.

Want waar in de meeste democratieën verkiezingen een gevecht zijn tussen twee of meer grote partijen, die òf aan de macht zijn òf in de oppositiebankjes zitten, lopen de scheidslijnen in het Palestijnse politieke landschap heel anders. Hier gaat het eigenlijk maar om één partij die de strijd aangaat met zichzelf: de Fatah-beweging van Jasser Arafat.

Sinds het eind van de jaren tachtig, toen de intifada, de Palestijnse opstand, langzaam aan kracht inboette en de islamitische Hamas opkwam, leek zich in de Palestijnse politiek een traditionele tweestrijd te ontwikkelen. De Palestijnse kiezer zou de keuze krijgen tussen de fundamentalistische ideologie van Hamas en de wereldlijke, gematigder visie van Arafats PLO (die ten slotte ook beide Oslo-overeenkomsten met Israël heeft gesloten waardoor er nu verkiezingen zijn).

Maar Hamas kondigde al snel aan dat zij niet met eigen kandidaten zou komen, en riep vervolgens het electoraat op de verkiezingen volledig te boycotten. Ook het Democratisch Front voor de Bevrijding van Palestina (DFLP) en het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina - twee kleine maar zeer luidruchtige linkse facties binnen de PLO - zijn tegen de verkiezingen, vooral omdat die onderdeel zijn van de door hen verafschuwde akkoorden van Oslo. Het gevolg is dat het leeuwedeel van de 672 kandidaten voor de 88 zetels in de Palestijnse Raad van Fatah is.

Turbulent

Vreemd genoeg doen 505 Palestijnen mee als onafhankelijke kandidaat. De meesten zijn loyaal aan 'Fatah', maar zijn 'onafhankelijk' geworden na de turbulente voorverkiezingen in de zestien kiesdistricten. In veel opzichten waren die voorverkiezingen leuker dan de komende stembusstrijd, omdat ze vaak gingen tussen 'de insiders' - de jonge, charismatische dertigers en veertigers die de intifada hebben geleid en die doorgaans tot hun meerdere eer en glorie, in Israëlische gevangenissen hebben gezeten - en de 'outsiders' - de PLO-bureaucraten die met Arafat mee terugkwamen uit Tunis en die de laatste anderhalf jaar de belangrijkste posten in het Palestijnse Nationale Bestuur hebben vervuld.

Niet onverwacht wonnen de meeste 'insiders' de voorverkiezingen met gemak. In het district Toelkarem bijvoorbeeld, waar vier zetels zijn te vergeven, kwam Hakam Balawi (voormalig PLO-ambassadeur in Tunesië en coördinator van de Palestijnse veiligheidsdiensten) pas op een anonieme negende plaats van de Fatah-lijst. Dat ging voorzitter Arafat iets te ver. Hij veranderde eigenhandig de lijsten in verscheidene districten om ze een 'meer evenwichtige' samenstelling te geven. Balawi kwam zo weer op een verkiesbare plaats.

Veel 'insiders' keken bij dit soort praktijken niet lijdzaam toe. In Gaza-stad koos Diab Alloeh - die negen jaar in een Israëlische gevangenis heeft gezeten - voor een onafhankelijke kandidatuur, en hetzelfde deed in Ramallah Djamil Tarifi - leider van een van de onderhandelingsdelegaties, die zelfs op audiëntie was geweest bij premier Jitschak Sjamir op het hoogtepunt van de intifada. Hetzelfde geldt voor beroemdheden als Hanan Asjrawi, voormalig woordvoerster en ombudsman, en de activist Jonathan Koettab. Arafat probeerde deze 'rebellie' de kop in te drukken, maar zijn bevel aan de onafhankelijken hun kandidatuur in te trekken is massaal genegeerd.

In sommige districten spelen hele andere zaken een rol. In gebieden waar grote en vaak welvarende 'families' de boventoon voeren, zoals de Masri's, de Natches, en de Sjauwa's, hebben hun kandidaten een grote kans een zetel te bemachtigen. Heel algemeen gezegd geldt dat hoe kleiner het district hoe invloedrijker de gevestigde families. Hoewel ze ook aanzienlijke invloed hebben in en rond grote steden als Nabloes, Gaza, en Hebron. Deze vertegenwoordigers van het, voor Palestijnse begrippen, 'grote geld' willen niet dat de nieuwe Raad wordt gedomineerd door jonge, minder conservatieve afgevaardigden. Een vergelijkbare scheidslijn loopt tussen de onderklasse van vluchtelingen in de kampen bij Gaza en Nabloes, en de gevestigde 'inheemse' bevolking van die steden.

Toch voorspellen de deskundigen dat je de tegenstanders van Arafat in de Raad met een vergrootglas zult moeten zoeken. Al valt nauwelijks te zeggen welke kandidaten de verkiezingen gaan winnen, omdat de 'onafhankelijken' zoveel verschillende belangen vertegenwoordigen. Wèl zijn al zes zetels gereserveerd voor christenen, en één voor een lid van de driehonderd leden tellende gemeenschap van Samaritanen.

Vrouwen

Er doen maar 28 vrouwen mee - buiten Samiha Halil, de 73-jarige activiste die het als enige durft op te nemen tegen Arafat in de presidentsverkiezingen. De Palestijnen mogen zaterdag namelijk niet alleen hun 'parlement', maar ook de 'president' van de uitvoerende raad kiezen.

De vrouwen hebben luidkeels feministische punten aan de orde gesteld, zoals een protest tegen de uitspraak van het huidige Palestijnse bestuur dat vrouwen geen paspoort mogen krijgen zonder dat hun echtgenoten daarvoor toestemming geven.

Verder zijn er enkele aan Hamas gelieerde kandidaten. Volgens waarnemers zou hun overwinning Arafat zeer welkom zijn, om zo de Raad tenminste het aanzien te geven van een echt parlement.

De echte strijd tijdens de verkiezingen is uiteindelijk niet tussen de supporters en tegenstanders van de akkoorden van Oslo. Zelfs Hamas, dat aanvoelde hoeveel steun de akkoorden bij de bevolking hebben, heeft zijn anti-Oslo-retoriek laten vallen, en wil nu een boycot omdat slechts één derde van de Palestijnen kan deelnemen (de rest woont in ballingschap). Maar de Palestijnen op de westelijke Jordaanoever, in de Gazastrook, en in Oost-Jeruzalem, van wie negentig procent zich als kiezer heeft laten registreren, zijn duidelijk zeer enthousiast over hun eerste democratische experiment.

En met reden. Want in deze strijd tussen de generaties (waarbij 67 procent van de bevolking onder de veertig is en 43 procent onder de dertig), tussen 'insiders' en 'outsiders', tussen leren jasjes en strakke pakken, kunnen de fundamentele politieke gevolgen van de intifada eindelijk werkelijkheid worden. Doordat de Palestijnen zich uitspreken met pen en stembiljet, in plaats van met bommen en stenen.

- Pag. 10: Kok roept in Jericho op tot Palestijnse democratie

mailIcon print |