*

 
dossier

Archief

In burgeroorlog partij kiezen dient vrede niet

JOEP CREYGHTON; HANS FEDDEMA − 21/06/95, 00:00

De auteurs zijn resp. polemoloog en antropoloog en voorts beiden bestuursleden van het Nederlandse Komité Macedonië en Kosova.)

Oostlander baseert zijn benadering op een formeel-juridisch argument, namelijk dat er sprake zou zijn van een 'wettige regering' in Bosnië. Het begrip 'wettig' suggereert in feite te veel en ontkent in elk geval het karakter van het conflict: een etnisch-religieuze burgeroorlog. Schermen met begrippen als wettig snijdt dan weinig hout, ook al zijn er in Bosnië kort voor het begin van de etnische geweldsuitbarsting verkiezingen gehouden.

De onberaden erkenning van Kroatië door de EG op aandringen van Duitsland was vragen om moeilijkheden. Het gaf een extra verleiding aan Servië en Kroatië om Bosnië onderling te verdelen en zo werd de intern al dreigende burgeroorlog in Bosnië onvermijdelijk. Vervolgens is tevens Bosnië als onafhankelijke staat erkend. Tal van auteurs hebben ook die erkenning onberaden en volkenrechtelijk voorbarig genoemd, te meer omdat de door de moslims gedomineerde regering nooit meer dan een deel van het grondgebied heeft gecontroleerd.

De karakterisering van de strijdende partijen als 'agressor en hun prooi' is ons te simplistisch. Inderdaad waren het de Serviërs die de burgeroorlog begonnen en met bruut geweld etnische zuiveringen doorvoerden. Daarover is geen twijfel mogelijk. Maar ook van Kroatische en moslim-zijde zijn wreedheden begaan: in burgeroorlogen is geen enkele conflictpartij schuldloos.

Het gaat hier overigens niet in de eerste plaats om het beantwoorden van de schuldvraag, maar om de vraag hoe het meest effectief vrede en verzoening tot stand te helpen brengen. Oostlander is een voorstander van militaire interventie. Dat is althans de consequentie van zijn standpunt.

Interveniëren in Bosnië met militaire middelen vereist, volgens Willy Claes, secrtaris-generaal van de Navo, een massale inzet van zwaar bewapende troepen. “Dan nog,” voegde hij er aan toe tijdens een interview op 1 februari 1995, “heb je geen garantie op een oplossing op korte termijn, en mag je verzekerd zijn van heel wat slachtoffers bij de civiele en militaire bevolking.” Is dat het wat Oostlander wil?

In een burgeroorlog moet je o.i. nimmer partij kiezen. Dat verergert de situatie alleen maar en bovendien maak je je zelf dan tot onderdeel van het conflict.

De gebruikelijke opvatting is, dat er in Bosnië drie etnische groepen tegenover elkaar staan. De werkelijkheid is aanzienlijk ingewikkelder. We hebben in Bosnië enerzijds te maken met een onontwarbaar kluwen van facties en strijdgroepen; anderzijds botsen in dit gebied drie grote wereldgodsdiensten en wereldculturen op elkaar, die van de islam, het oosterse en het westerse christendom.

Aangezien het om een westers ingrijpen zou gaan, roept dit het gevaar op van een polarisatie op wereldschaal tussen deze drie culturen, en tussen Oost en West. Het eenzijdig opleggen van een oplossing vanuit het Westen aan de conflictpartijen bergt, afgezien van de haalbaarheid, dus vele risico's in zich.

De oplossing moet meer gezocht worden in bemiddelen en diplomatiek overleg. Van buiten af kan immers in een burgeroorlog slechts geprobeerd worden met alle mogelijke niet-militaire middelen het bloedvergieten te verminderen, humanitaire hulp te bieden aan de slachtoffers en de partijen bijeen te brengen. Dat is wat thans in feite in theorie plaatsvindt: 'peace keeping'.

Peace keeping impliceert volgens de Britse oud-militair en strateeg Charles Dobby, “drie primaire beginselen: instemming van de bevolking, onpartijdigheid en minimaal geweld”. Humanitaire en vredesoperaties zijn gedoemd te mislukken als tegen deze principes wordt gezondigd, aldus Dobby in NRC-Handelsblad van 8 juni jl.

Ziehier de oorzaak van de huidige impasse. Net als in Somalië is deze niet te wijten aan te weinig partij kiezen, zoals Oostlander meent, maar, integendeel, aan het feit dat de grenzen van peace keeping werden overschreden. Men hield zich niet voldoende aan de genoemde drie beginselen en belandde zo in het grijze gebied tussen peace keeping en peace enforcing (vrede dwingend opleggen).

Het Servische verwijt dat de safe havens werden gebruikt als uitvalsbasis door de Bosnische regeringstroepen - zoals in Bihac - was niet geheel ten onrechte. Bij veilige havens moet het immers louter gaan om de bescherming van burgers. Ook was er geen sprake van 'minimaal geweld', toen Navo-vliegtuigen in Pale Servische munitie- en wapenopslagplaatsen bombardeerden. Uiteraard evenmin van 'onpartijdigheid'.

In tegenstelling tot Oostlander lijkt Unprofor thans te willen leren van de gemaakte fouten en voortaan “elke confrontatie met de strijdende partijen te vermijden”, aldus zijn woordvoerder Alexander Ivanko. We denken dat dit een juist beleid is.

Is het sturen van een snelle interventiemacht, waartoe recent werd besloten, doelmatig? Er is in ieder geval een risico aan verbonden. Het kan de bescherming van de huidige blauwhelmen ten goede komen, nu eenmaal de grenzen van peace keeping zijn overschreden, maar het kan ook de opstap zijn naar verdere escalatie. In dat laatste geval zou het scenario van Oostlander alsnog realiteit kunnen worden en de Bosnische burgeroorlog, zoals we eerder schetsten, een internationale dimensie krijgen.

Daarmee is niemand geholpen, ook niet de burgerbevolking van Bosnië. Toch pleit Oostlander daarvoor. Zijn bewogenheid over het onrecht de moslims aangedaan valt te waarderen. Ook ons gaat dat ter harte. Solidariteit en vrede kunnen hier echter botsen.

In een burgeroorlog partij kiezen door dik en dun voor een der conflictpartijen is niet vredebevorderend. Blijven binnen de grenzen van peace keeping is dat wel.

mailIcon print |