*

 
dossier

Archief

Verzetsmuseum neemt gok met verhuizing

Door: redactie − 23/01/96, 00:00

Van een onzer verslaggeefsters AMSTERDAM - Sinds het telefoontje van het ministerie van VWS weet museumdirecteur Bea Brommer 'bijna zeker' dat de verhuizing van het Verzetsmuseum doorgaat.

Dank zij 2,4 miljoen gulden subsidie is het gepas en gemeet in de veel te kleine behuizing binnenkort verleden tijd. Het nieuwe onderkomen, een statig pand in de Amsterdamse Plantagebuurt, markeert het succes van het nog piepjonge museum.

Nog maar tien jaar bestaat het Verzetsmuseum. Het is het enige in zijn soort in Nederland, en ontstond door particulier initiatief. Geld voor een pand op een toplocatie was er destijds niet. Jarenlang is het museum tevreden geweest met de huidige behuizing, in de Amsterdamse Rivierenbuurt. In een voormalige synagoge, een opvallend gebouw uit 1937, kwam de kleine collectie goed tot zijn recht. Maar met 20 000 bezoekers per jaar voelt de directie zich steeds ongemakkelijker als gastheer. De akoestiek en de indeling van het pand zijn niet berekend op zoveel lopende, pratende en informatie zoekende mensen.

Nog belangrijker is dat het museum te moeilijk te vinden is. Het ligt verstopt in een bochtig straatje tussen hoge woonblokken. “Toevallige bezoekers komen hier nooit. En dat is zo jammer”, zegt directeur Brommer. “We liggen bovendien geïsoleerd van andere culturele instellingen.”

In de Plantagebuurt zijn al die beperkingen verdwenen. Het Verzetsmuseum wil pal tegenover Artis een pand betrekken. In de buurt liggen ook andere musea, waaronder het Tropenmuseum en het Joods Historisch Museum, de voormalige Hollandsche Schouwburg en het Vakbondsmuseum. In zo'n buurt rekent het Verzetsmuseum op flink wat extra 'combi-bezoekers'.

Het stadsdeel Zuid ziet de huidige gebruikers van de synagoge niet graag vertrekken. Er is in de Rivierenbuurt toch al zo weinig dat herinnert aan de oorlogsjaren, waarin de overwegend joodse bevolking van de wijk huis aan huis werd weggevoerd. Directeur Brommer begrijpt dat argument wel. “Maar voor ons telt nu zwaarder dat we in dit pand niet meer uit de voeten kunnen. ”

Al jaren is het bestuur van het Verzetsmuseum bezig met de verhuisplannen. De financiën waren steeds het grootste probleem. Drie jaar geleden werd Brommer op interim-basis aangetrokken om het project te realiseren. Het lijkt haar nu eindelijk te lukken. Er was al 400 000 gulden toegezegd door het ministerie. De resterende 2 miljoen maken nu dat opeens de plannenmakerij in versnelling raakt.

De huidige collectie is bij elkaar gesprokkeld zonder een cent aankoopbudget, en bestaat vooral uit wat particulieren aan spullen hebben afgestaan. Exemplaren van illegale kranten, stencilmachines, geboortekaartjes voor prinses Irene, foto's uit privécollecties, Duitse pamfletten. In het museum-nieuwe-stijl hoopt de directie ook meer plaats in te kunnen ruimen voor de historische context. Vooral de jaren vlak vóór de oorlog en erna verdienen meer aandacht. Ook het verzet in Nederlands-Indië én het Indonesisch verzet tegen het herstel van het Nederlands gezag erna, krijgen een plek in de collectie.

De directeur: “We willen meer nuancering aanbrengen in het beeld over het verzet. Vooral jonge bezoekers hebben dat nodig. Als je hen niet ook iets uitlegt over de crisis in de jaren dertig, over de indeling van de samenleving, dan ontstaat een beeld dat te zwart-wit is. Dan lijkt het of vanaf mei 1940 elke Nederlander de afweging heeft gemaakt om bij het verzet te gaan. En zo was het natuurlijk niet.”

Hoeveel van de ambities gerealiseerd kunnen worden, is echter opnieuw een centenkwestie. Het Verzetsmuseum krijgt dan wel geld voor de verhuizing, maar tegelijk staat juist de vaste subsidie op het spel. In de Kamer komt binnenkort een wetsvoorstel aan de orde waarin staatssecretaris Terpstra van welzijn voorstelt om het Verzetsmuseum, samen met enkele andere instellingen, alleen nog op projectbasis te steunen.

“Dat betekent”, zegt Brommer, “dat we straks misschien wel in een schitterend pand zitten, maar misschien geen geld meer hebben om het licht aan te doen”. Het Verzetsmuseum krijgt nu 200 000 gulden subsidie per jaar van VWS, en nog eens 170 000 gulden van de gemeente Amsterdam. Het is volgens de directeur onmogelijk om van alleen dat laatste bedrag de exploitatie te garanderen.

In die schizofrene situatie vindt de verhuizing plaats. Een andere keus is er echter niet, zegt Brommer. “De 2,4 miljoen krijgen we alleen als we gaan verhuizen. Blijven kan niet, want we willen juist meer bezoekers trekken om ook de exploitatie te verbeteren. We moeten de gok wel nemen, en hopen op een goede afloop.”

mailIcon print |