*

 
dossier

Archief

Voormalig bouwvakker werd koning in Ghana

Merlijn Schoonenboom − 25/01/00, 00:00

Henk Otte, voormalig bouwvakker uit Amsterdam-Zuidoost, is sinds 1997 regerend vorst van de Ewe, een groep van vijf Ghanese stammen. De stamleiders hadden in hem de reïncarnatie van hun overleden leider herkend. Henk werd koning Korsi Ferdinand Gakpetor II: een geliefd vorst, overtuigd van zijn uitverkiezing, maar met onvervalste Amsterdamse humor. In zijn krappe etagewoning in Amsterdam-Zuidoost vertelt de blanke Afrikaanse koning -in joggingbroek- ontspannen over de voor- en nadelen van macht over 100000 zielen, over de noodzaak van monogamie, en over zijn missie.

Otte zit breed op zijn troon, tegenover de tv. Voeten op een flink dierenvel, vergulde staf binnen handbereik. In plat-Amsterdams proest hij: ,,Als ik in Ghana kom worden de koeien al bang. De mensen willen me zo graag geschenken geven, dat ze me vers geslachte koeien, schapen en geiten aanbieden. Ik kan de hele Albert Heijn met geschenken bevoorraden.''

Henk Otte (43) leert langzaamaan te leven met zijn 'lot'. Twee maanden per jaar is hij in 'zijn' gebied -'zo groot als Amsterdam'- met zo'n veertig dorpen, waar hij wordt behandeld zoals ooit in Europa de Zonnekoning: ,,In het stadje Mepe zijn ze apetrots op hun blanke koning. Kinderen die ik een hand geef, willen die niet meer wassen. Mensen zijn zo blij me te zien, dat ze er kilometers voor lopen. Er worden in heel Ghana zelfs ansichtkaarten met mij erop verkocht.'' Ook Ghanezen in Amsterdam zien hem als een rechtmatig heerser: ,,Loop je bij McDonald's en dan begint er iemand voor je te buigen. Jongens, dat ken toch niet, zeg ik dan. Maar zij zien je als Togbe, koning.''

Het begon allemaal toen hij in 1982 verliefd werd op de Ghanese vrouw Patience. Zij woonde sinds enkele jaren in Nederland, en werkte als schoonmaakster in hetzelfde bedrijf waar Otte beveiligingsbeambte was. Henk en Patience trouwden, en in 1987 ging hij voor het eerst mee naar Ghana. 'Pat' bleek de kleindochter te zijn van de overleden koning van de Adzigo-clan, Ferdinand I.

In Ghana voelde Otte zich gelijk thuis. ,,Alles kwam me bekend voor'', herinnert hij zich. De stamleden waren onder de indruk van hem. ,,Vooral de oude mensen voelden het meteen'', zegt Otte. ,,Ze hebben me daarna jaren geobserveerd. Tot in Nederland toe.'' Uiteindelijk, in 1995, wisten ze het zeker. Henk Otte moest een reïncarnatie zijn van Pats grootvader, Ferdinand I, kleinkind van de oprichter van het vorstendom. Pats oom, dokter in het stadje Mepe, vroeg Otte om hun koning te worden.

Otte was toen al in Nederland in de WAO terechtgekomen door een ongeluk in de bouw. Hij was halfinvalide. Zijn werk en toekomst (hij wilde met zijn broer een bouwbedrijf beginnen) waren verdwenen. ,,Ik keek die oom aan alsof hij helemaal gestoord was. Ga je weg! Ik?'', lacht Otte. ,,M'n broers waren er ook bij. Ze stikten zo wat van het lachen. Henk koning?'' Een traditionele priester van de clan deed Otte's scepsis echter snel omslaan. ,,Hij wist van alles over mijn leven. Hoe komt die goser dat toch allemaal te weten dan, dacht ik.'' Otte bleek in zijn gedrag, zijn uiterlijk zo'n grote overeenkomst te vertonen met wat men vertelde over FerdinandI, dat hij zelf ook overtuigd raakte van zijn uitverkiezing. Otte zegde toe en werd gekozen tot leider van de Adzigo's. In 1997 werd hij tevens benoemd als 'koning voor het leven' van de vijf stammen van de Ewe: ,,Ze zien het als de bedoeling van God. Het was voorbestemd. Niet dat ik zelf in God geloof, maar dat hoeft ook niet. Ik kan daar gewoon mezelf blijven, dat willen ze ook. Je hoeft niet te geloven om een goed mens te zijn.''

In Otte's huiskamer bevinden zich tijdens het gesprek ook Otte's vrouw -sinds 1997 koningin Mamaa Awo Mepeyo Kpui, zijn broer en een rits kinderen, die uit plastic bakjes opgewarmde bami eten. Een ervan is hun zoontje Michel: ,,Op school noemen ze me prins'', glundert hij. Otte mijmert vertederd: ,,Hij vraagt nu al wanneer ik ermee ophou. Dan kan híj koning worden. Ik mag wel oppassen, anders krijgen we een Brutus-effect.''

Pat: ,,Henk had altijd al iets Afrikaans. Ik dacht vanaf het begin af aan dat m'n familie hem leuk zou vinden. In Ghana maakt het niemand uit of hij zwart of wit is.'' Otte laat foto's zien van hemzelf als glanzend middelpunt van een grote groep Ghanezen. Inderdaad, de gezette Amsterdammer loopt daar als een milde heerser onder zijn onderdanen. In een lang Afrikaans gewaad, met een kroon op. Het volk lijkt tevreden.

Otte speelt zijn rol, maar dat is niet altijd even gemakkelijk voor de 'jongen uit de Jordaan', zoals hij zich noemt: ,,Vroeger liep ik daar in korte broek. Dat kan nu niet meer. Ik mag ook niet eten en drinken op straat. En altijd lopen er lijfwachten met je mee. Ook als je naar de wc gaat. Dat is een overblijfsel van vroeger, toen werden koningen nog wel eens ontvoerd.'' Otte mag in het openbaar niet bij zijn voornaam worden aangesproken, ook niet door familie. ,,Patty Brard was voor Veronica-televisie mee naar Ghana. Zij riep me een keer bij m'n voornaam, en iedereen werd vreselijk boos. Ze móest buigen, op d'r knieën. Schelden dat ze later deed! Maar toen wist ze wel gelijk dat het echt is. Het zit in die cultuur. Het is de traditie. Ik dacht zelf ook in het begin: Jongens, dat hoeft toch helemaal niet. Maar zo gaat dat hier. Ik moet het wel accepteren. Het is m'n lot.''

Hoe vreemd en moeilijk de uitverkiezing nog dagelijks is voor Henk Otte, toch voelt hij sterke banden met Ghana. ,,Telkens als ik in Nederland terugkom val ik toch in een gat. Daar ben ik altijd buiten, en in het middelpunt van de belangstelling. Hier zit ik altijd binnen in m'n eentje.'' Eigenlijk is de opvoeding van zijn zoontje de enige reden dat hij slechts twee maanden per jaar in Ghana woont. ,,Hij moet toch naar school, en daar is dat allemaal niet zo goed geregeld. Maar als hij ouder is, wil ik er gaan wonen.''

Heeft Otte wel macht als hij er nooit is?: ,,Boven mij staat nog één opperkoning van het hele gebied. Maar ik heb de feitelijke macht. Ik hoef maar iets te vragen en ze doen het. Het dagelijkse bestuur laat ik over aan mijn woordvoerder, maar de belangrijkste beslissingen neem ik zelf per telefoon of fax.''

,,Ik móet niet iets doen. Ik krijg er ook geen geld voor. Ik ben een symbool, mensen worden blij als ze me zien. Als ik er ben sta ik ze met raad en daad bij. Geef adviezen over van alles, van landbouw- tot huwelijksproblemen. Ik probeer hen bijvoorbeeld te overtuigen dat het hebben van drie of vier vrouwen niet goed is. Het getuigt niet van respect voor een vrouw, maar vooral: daardoor verspreiden zich de vreselijkste ziektes, zoals hiv. Ik ben al jaren bezig geld in te zamelen. Ik wil dat er iets gebeurt. Ik kan niet tegen lijden, ik krijg een brok in m'n keel van al die invaliden in Afrika. Op z'n minst wil ik een kliniek. En meer werkgelegenheid. Maar eerst wil ik de scholen verbeteren.''

mailIcon print |