*

 
dossier

Archief

Liberalen hoeven niet meer te emigreren

HANS GOSLINGA − 09/12/00, 00:00

Haya van Someren-Downer, een van de kopstukken van de VVD in de jaren zestig en zeventig, verklaarde ten tijde van het kabinet-Den Uyl dat ze zou emigreren als de middenschool zou worden ingevoerd.

Ze had haar koffers al klaargezet, voegde ze er met haar zware stem dreigend aan toe. Had zij nog geleefd, dan was ze deze week getuige geweest van de liberale triomf in een kwarteeuw politiek debat over de eerste fase van het voortgezet onderwijs. Dat debat was een diepgaande ideologische botsing, waarin VVD en PvdA lijnrecht tegenover elkaar stonden. Nu de sociaal-democraten bij monde van het kamerlid Marleen Barth hebben erkend dat een brede, uniforme vorming voor alle twaalf- tot vijftienjarige leerlingen niet werkt, is duidelijk dat de PvdA ook op dit cultuurpolitieke vlak haar ideologische veren heeft afgeschud. De politieke vraag voor de komende tijd is of ze nog weerwerk kan bieden aan de VVD, die het initiatief in het onderwijsdebat volledig naar zich toe heeft getrokken. Als de oude Adam van de liberale onderwijspolitiek nog leeft, kan het zijn dat we terugkeren naar het oude 'standenonderwijs' met een selectie van leerlingen na de basisschool.

De PvdA deed in de jaren zeventig de onderwijswereld in Nederland op haar grondvesten trillen met het plan voor een middenschool voor alle twaalf- tot zestienjarigen. In die uniforme school moest het ideaal van gelijke kansen voor iedereen gestalte krijgen. Het plan van minister Jos van Kemenade was een pregnante uitdrukking van het geloof in een maakbare samenleving en daarmee in het sturend vermogen van de centrale overheid, die inkomen, macht en kennis moest spreiden. Van Kemenade zag het bestaande onderwijsstelsel als de 'bevestiging van van de sociale gelaagdheid' in de samenleving. Met de midddenschool wilde hij de binding tussen school en maatschappelijke klasse doorbreken. Daarin sprak ook het oude socialistische ideaal van de verheffing van de arbeider mee. Wie voor een dubbeltje werd geboren, moest een kwartje kunnen worden. De liberalen keerden zich wit van verontwaardiging tegen dit plan. Het kamerlid Neelie Kroes beschuldigde Van Kemenade van 'indoctrinatie' en schilderde hem af als een sinister sujet die met 'een rood injectiespuitje' in het onderwijs rondging. Van Someren onthulde in de senaat ten overstaan van het kabinet-Den Uyl haar emigratieplannen.

Het verzet van de VVD kwam niet uit de lucht vallen. Onder aanvoering van Van Someren waren de liberalen tien jaar eerder ook al te hoop gelopen tegen de Mammoetwet van Cals, die door invoering van het idee van doorstroming afrekende met het Thorbeckiaanse 'standenonderwijs' (ambachtsschool, mulo, hogere burgerschool en gymnasium). Ze vreesden de grootschaligheid en de nivellering en vooral de ondergang van hun geliefde gymnasium. In hun strijd tegen de middenschool kwamen deze argumenten stuk voor stuk terug. Ze zagen in dit schooltype een eenheidsworst, die de kwaliteit van het onderwijs bedreigde en de verschillen in begaafdheid miskende. Vanuit dezelfde achtergrond verwierp de VVD begin jaren negentig de basisvorming. De basisvorming was een compromis tussen PvdA en CDA, in feite de inplanting van de grondgedachten van de middenschool (algemene vorming en uitstel selectie) in het mammoetonderwijs.

Nu de Kamer het mislukken van die opzet en daarmee de triomf van de liberalen al dan niet volmondig heeft erkend, kan het niet verbazen dat de VVD na meer dan een kwarteeuw tandenknarsen eindelijk haar kansen schoon ziet. Het slimme kamerlid Cornielje nam direct het initiatief met een voorstel om binnen de basisvorming verschillen in niveaus, studietempo en vakken aan te brengen. In het licht van de geschiedenis is politiek het meest pikant het onderscheid dat de liberalen weer willen aanbrengen tussen het beroepsonderwijs (vmbo) en het algemeen vormend onderwijs (havo en vwo), omdat daarmee ook het dertig jaar lang bestreden 'voorsorteren' weer lijkt terug te keren. Voor zover de splitsing ertoe zou leiden dat het stiefmoederlijk bedeelde middelbare beroepsonderwijs wordt verbeterd, is dat trouwens helemaal niet slecht.

De politiek relevante vraag is of de PvdA zich na de opruiming van de laatste restanten van de middenschoolgedachte, in een liberale onderwijspolitiek voegt. Adelmund beschouwt het onverminderd als 'onrecht', zei ze, dat de opleiding van de ouders nog altijd de beste voorspeller van de schoolcarrière van het kind is. Maar wat ze denkt te doen om dat patroon te doorbreken, is niet zo duidelijk. Met het vragen van een advies van de Onderwijsraad tilt ze die vraag naar de volgende regeerperiode. Intussen voert ze samen met de liberaal Loek Hermans een beleid, dat de centrale overheid verder op afstand van het onderwijsveld zet, meer vrijheid toekent aan de scholen en uitgaat van verschillende begaafdheidniveau's. Dat kan Van Someren in haar stoutste dromen niet hebben vermoed.

mailIcon print |