*

 
dossier

Archief

Cubanen gaan gewoon verder met hopen

WIM JANSEN − 26/01/98, 00:00

HAVANA - Als een 'boodschapper van hoop en waarheid' heeft de paus gisteren afscheid genomen van Cuba, veel Cubanen in lichte verwarring achterlatend. Johannes Paulus II riep op het gevecht voor de individuele vrijheid in eigen hand te nemen, maar of de overheid dat zal toestaan is de Cubanen absoluut niet duidelijk.

“Het is ontroerend”, zei kardinaal Jaime Ortega gisteren ter verwelkoming van de paus en de menigte op het redelijk volle Plaza de la Revolución, “het kruis van Christus in uw handen te zien worden geheven op dit plein, dat de bijzondere getuige was van onze meest recente geschiedenis.”

Opvallend, en voor sommige Cubanen zelfs schokkend, was de samensmelting van revolutie en kerk op het plein wel. Rechts van de menigte het gigantische monument, nog gebouwd door dictator Batista, ter ere van de dichter/vrijheidsstrijder José Martí. Links, op de muur van het ministerie van defensie, het enorme hoofd van de communistische revolutionair Che Guevara. En in het midden, over de volle hoogte van de nationale bibliotheek en recht in het zicht van de op de eerste rij gezeten Fidel Castro, een schildering van Jezus' Heilig Hart. En dat op de plaats waar de Cubanen bij vergelijkbare massa-bijeenkomsten mega-portretten van Marx of Lenin plegen aan te treffen.

Die mengeling zat ook in de laatste Cubaanse preek die de paus hield op dit plein. Hij veroordeelde, onder gejuich van de menigte, het 'kapitalistische neo-liberalisme' dat weer de kop opsteekt: “We zien een klein aantal landen steeds rijker worden, ten koste van een verdere verarming van een groot aantal andere.” Maar hij trok evenzeer applaus met zijn veroordeling van totalitaire staten en zijn roep om vrijheid en gerechtigheid.

Halfslachtig

Het publiek was al even halfslachtig. de opkomst was groot, maar opnieuw puilde het plein niet bepaald uit. De sfeer was veelal feestelijk, op slechts enkele plekken echt religieus. Een man die kleine plastic rozenkransen uitdeelde, werd door een menigte bestormd en moest door de politie ontzet worden. Een voorspelbare reactie in een land van schaarste.

Nadat de pausmobiel door de menigte naar het podium was gereden, hielden duizenden het al weer voor gezien. Nog voor de mis was begonnen gingen ze weer op huis aan, beladen met wit-gele balonnen, vlaggetjes en het gezangenboekje. Zij die bleven waren nieuwsgierig naar de rituelen, onwennig met de gezangen en gebeden.

Een wat oudere Cubaan zei deze week dingen te hebben gehoord “waarvan ik niet wist dat ze in Cuba gezegd konden worden”. Hij bekende dat hij in zijn jeugd wel eens op de Plaza de la Revolución in de massa heeft staan roepen 'Viva Angela Davis! Vrijheid voor Angela Davis!' Terwijl ze na afloop terug gingen naar huis liepen ze dan al grappend te speculeren wie die Angela eigenlijk was. Dat zal bij de paus wat minder het geval gweest zijn. Velen kenden weliswaar zijn status en gedachten niet, maar na vier op de tv uitgezonden preken hebben ze tenminste kennis kunnen nemen van zijn gedachtengoed.

De gezant van God zal de Cubanen in elk geval aan het denken hebben gezet. Doordat Fidel Castro zijn persoonlijke goedkeuring had gehecht aan een feestelijke welkom en zelfs alle revolutionairen had opgeroepen een mis bij te wonen, kon het 'bevriende staatshoofd' serieus genomen worden. De vraag is alleen of iedereen zijn woorden tot zich heeft kunnen nemen; het Spaans van de paus is niet altijd even helder verstaanbaar en Granma, het door de partij gecontroleerde en enige dagblad van Cuba, had geen of slechts hele korte samenvattingen van de preken.

Maar uit de reacties en de discussies, niet alleen in de beslotenheid van de woningen maar ook open op straat, viel wel op te maken dat het bezoek de Cubanen ook inhoudelijk bezig houdt. De paus benadrukte verscheidene malen het belang van individuele vrijheid, die niet ondergeschikt mag zijn aan het collectieve belang - wat nu in Cuba wel in hoge mate het geval is. Hij noemde niet alleen de vrijheid van religie, maar de vrijheden van meningsuiting, van particulier initiatief en van lidmaatschap van 'gepaste' organisties.

Bij de kroning van het beeldje van de Heilige Maagd van Liefdadigheid van Cobre benadrukte hij dat deze heilige in de vorige eeuw een belangrijke rol heeft gespeeld in de strijd tegen de slavernij. En tijdens een bezoek aan aids-patiënten en lepra-leiders riep hij het Cubaanse bewind onomwonden op om gevangenen die wegens hun politieke of religieuze opvattingen vastzitten, vrij te laten. De meeste Cubanen weten niet eens dat dat soort gevangenen bestaat, 'contrarevolutionairen' worden meestal ingedeeld bij de zware gewone criminelen.

Keer op keer wees Johannes Paulus II de Cubanen op hun individuele verantwoordelijkheid om die vrijheden de bevechten, met vreedzame middelen weliswaar. En altijd met als doel ook de normen en waarden van de katholieke kerk te respecteren, dus verwerping van abortus en bandeloos leven en van excessief materialisme'. Loop niet weg voor de problemen, zei hij, emigratie is geen oplossing. Waarmee hij een gevoelige snaar raakte bij de Cubaanse ballingen in Miami, die over het algemeen zeer katholiek zijn. Zij zijn in de Amerikaanse politiek een gevoelige factor en het belangrijkste obstakel op de weg naar toenadering tussen de VS en Cuba.

“Ik vertrouw erop dat in de toekomst de Cubanen zulllen leven in een beschaving van gerechtigheid en solidariteit, van vrijheid en waarheid”, zei de paus, min of meer zijn visie samenvattend, tegen 's lands verzamelde intellectuelen in de grote hal van de universiteit van Havana.

Risico

De vraag is wat Fidel Castro en het Cubaanse volk gaat doen met zo'n verwachting. Castro, die zijn gebruikelijk gevechtstenue deze week had verruild vooor een keurig burgerpak met stropdas, heeft zijn nek behoorlijk uitgestoken door de Heilige Vader te omarmen. Er was altijd een kans dat de menigten niet meer onder controle gehouden zou kunnen worden en zich tegen hem zou keren. Dat dit niet gebeurde, is voor hem nu wellicht het bewijs dat het volk nog steeds van hem houdt.

De vraag waarom Castro dat risico eigenlijk nam is afgelopen week niet beantwoord. Als hij meer internationale erkenning wilde in zijn ideologische strijd met de VS, dan heeft hij die zeker gekregen. De paus heeft zich duidelijk uitgesproken tegen het Amerikaanse embargo, waardoor de bevolking onnodig lijdt. Maar had Castro meer in gedachten, wil hij de Cubanen rijp maken voor een soort nationale verzoening en voorzichtige democratie, zodat hij rustig kan aftreden of sterven? Of is daar geen sprake van en had hij de paus juist nodig om rustig in het zadel te kunnen blijven? “Het antwoord op die vraag zal de komende maanden duidelijk worden”, zegt een Europese diplomaat, “als naar buiten komt wat het land eigenlijk doet met de aanbevelingen van de paus.”

Vochtige ogen

Niet iedereeen heeft de vertegenwoordiger van het Vaticaan kritiekloos ontvangen. 'Wij Cubanen hopen al ons hele leven, niet alleen wij maar ook onze voorvaderen leefden altijd tussen wanhoop', schreef de Cubaanse schrijver Abilio Estévez in de Spaanse krant El País. “Vrijwel niemand weet waarom we, nu de paus hier komt, hopen en waarop we eigenlijk hopen. (...) De naam van Johannes Paulus II valt tegenwoordig vaker dan die van Christus. En wij, sentimenteel als we nu eenmaal zijn als bewoners van de Cariben, zijn geroerd en krijgen vochtige ogen. Dan doet het er blijkbaar niet toe dat het gaat om de vertegenwoordiger van een krachtige orthodoxie, om een van de hardste en meest reactionaire mannen van deze eeuw, een vrouwenhater, tegenstander van het condoom, bestrijder van abortus en homoseksualiteit.”

Dat maakt ons Cubanen allemaal niet uit, aldus Estévez, de komst van 'de chef van de kerk' doet ons bijna ontploffen van hoop. “En als hij weg is en ons achterlaat met een kus op het asfalt, een heilige, een gekroonde Maagd, twee of drie zegeningen en de herinneringen aan een massale mis - dan gaan we gewoon verder met hopen. Want een goeie gewoonte moet je nooit overboord gooien.”

mailIcon print |