Binnenkort zal de Tweede Kamer de 'armoedenota' bespreken waarin extra maatregelen worden voorgesteld voor vrouwen, ouderen, allochtonen en daklozen. Ter voorbereiding op het debat ontmoetten PvdA-Kamerleden afgelopen week leden van de anti-armoedebeweging, waaronder de kerken. Samen met kardinaal Simonis vond fractieleider Wallage dat de armsten moeilijk bereikbaar zijn. Henri van Rijn van ATD-Vierde Wereld zat ook aan tafel bij de PvdA en constateert nu bitter dat de nota voorbijgaat aan de allerarmsten.
Haar in 1977 overleden vader hoorde toen bij de lange rij mannen voor de stempellokalen, waar werklozen twee keer per dag hun kaart moesten laten afstempelen om te voorkomen dat zij iets bijverdienden. Hij begon als kachelsmid, maar zijn hele verdere leven was gevuld met onzekere banen als fabrieksarbeider en los werkman. Alle generaties Meermans daarvoor, terug tot aan de 17de eeuw, behoorden tot de onderste regionen van de arbeidsmarkt en waren onder meer sjouwer, dienstbode of landarbeider.
Het leven van Irene Meermans en haar voorouders wordt beschreven in het zojuist verschenen boek 'Armoede, noodlot of onrecht?', geschreven door Henri van Rijn (uitgeverij Babylon De Geus).
Stigma
Van Rijn, volontair bij ATD Vierde Wereld, laat zien hoe armoede van generatie op generatie wordt 'doorgegeven'. Ontsnappen is bijna onmogelijk, ook vanwege het stigma waarin de samenleving armen gevangen houdt: “Volhouden is voor de armste generaties lang het enige wachtwoord geweest. Dat is ook nu het woord waarin de armsten zichzelf en lotgenoten herkennen, terwijl de omringende samenleving hen daarin juist niet herkent. Met zo povere riemen stroomopwaarts roeien is nauwelijks mogelijk, het is al mooi als je in de stroomversnelling van bittere armoede niet verder afzakt. Maar de samenleving ziet vooral dat je niet omhoog komt en bestempelt je daarom als 'sociaal zwakkere' ”, staat er in het voorwoord.
Irene Meermans behoort nog steeds tot de armste gezinnen van Nederland. Als ze al eens in staat is om vlees te kopen, weet ze voor haar grote gezin van één pond gehakt een kilo te maken. Ze heeft geen aanvullende verzekering bij het ziekenfonds en bij een nieuwe bril komt ze in grote problemen. Van Rijn: “Ze is nog steeds gedwongen op meer fronten tegelijk risico's te nemen die uiteindelijk duur uitpakken.”
In de jaren zestig en zeventig werden acht van haar kinderen gedwongen uit huis geplaatst. Er was een bierfles in het bed van haar jongste kind gevonden, met een speen erop. Uit geldgebrek gebruikte ze die als melkfles en dat bevestigde in de ogen van de kinderbescherming haar 'a-sociaal en onverantwoordelijk' gedrag. In 1985, na een lange strijd, waarin zij door aansluiting bij een groep lotgenoten steeds sterker werd, kreeg ze de voogdij terug. De meeste van haar kinderen zijn dan al volwassen.
De geschiedenis van de familie Meermans (overigens een schuilnaam) wordt in het boek verweven met politiek-maatschappelijke ontwikkelingen, gezien door de ogen van armen. De visie van 'Den Haag' dat de armoede in Nederland wel zou zijn opgelost op 1 januari 1965 met de invoering van de Algemene bijstandswet, wordt door de ervaringen van de armsten weerlegd: “Wij werden nog steeds alleen gekend door wat we niet zijn, niet doen, niet weten: een onaangepaste, een niet-werker, een onwetende (vaak analfabeet), een moeder die haar kinderen niet kan opvoeden, een vrouw die haar man niet weet te ondersteunen, ouders die te veel kinderen ter wereld brengen . . .” Irene Meermans: “Binnen vier muren is het armoe en buiten moet je je groot houden.”
Het stigma is ze nooit kwijtgeraakt, ook niet toen ze zich in de jaren tachtig aanmeldde in haar kerk voor vrijwilligerswerk. “Als je je vrijwillig aanmeldt en ze vragen uit welke buurt je afkomstig bent, hebben ze je plotseling niet meer nodig.”
Van Rijn: “De armsten schamen zich ten onrechte over hun afkomst. Door hun geschiedenis te laten zien, hopen we dat ze zelf trots op hun moedige voorouders kunnen zijn.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.