*

 
dossier

Archief

Bij een biljart past geen nomadenbestaan

Kadir van Lohuizen − 16/01/99, 00:00

De tegenstelling tussen het oude en het nieuwe in het land van de dalai lama inspireerde fotograaf Kadir van Lohuizen tot een korte serie.

Vandaag aflevering 2, Nomaden en merkkleding.

In het uiterste noorden van Tibet, vlakbij de bron van de Yangtze, logeer ik bij een nomaden-familie. Gedurende de korte Tibetaanse zomer trekken deze mensen met hun kuddes en hun tenten van jakhaar over de Tibetaanse hoogvlakte. Maar zomer is hier een relatief begrip; op een hoogte van 5000 meter ligt er als ik 's ochtends wakker word al sneeuw.

Mijn chauffeur en tolk komen uit de grote stad. Ze kijken met bevreemding naar de taferelen die zich hier in alle vroegte afspelen. Voor het ontbijt geven ze de voorkeur aan de meegebrachte Chinese instant noodles, boven het traditionele nomaden-voedsel. Maar als blijkt dat de familie net een beer heeft gevangen zijn ze weer helemaal bij. De vacht en de poten, waar medicijn van gemaakt wordt, zijn in de stad een kapitaal waard. We rijden uiteindelijk terug naar Lhasa met een beer op het dak van de auto.

Als de winter nadert trekken de families naar hun winterverblijven. Kleine nederzettingen die een steeds permanenter karakter krijgen. Critici beschuldigen de Chinezen ervan een doelbewuste politiek te voeren om de nomaden te dwingen, zich permanent te vestigen, om zo grip te krijgen op dit zwervende volk.

De meeste jongeren in Lhasa, de hoofdstad van Tibet, zegt het nomadische bestaan niets.

De nomadische traditie, waarin hun ouders nog stonden, vinden zij ouderwets. De jonge Tibetaan van vandaag identificeert zich steeds meer met de Chinezen (die in 1950 Tibet binnenvielen). Wat telt is status: merkkleding, een mobiele telefoon en veel drinken en uitgaan. Op straat en in cafés staan tegenwoordig biljarttafels.

mailIcon print |