De grijze, 66-jarige Ron O'Grady schudt vele handen tijdens het congres in Stockholm over seksuele uitbuiting van kinderen. Na koningin Sylvia van Zweden - die alleen dinsdag het congres bijwoonde, maar dan wel de héle dag - en de minister van buitenlandse zaken van België is de goedlachse Nieuw-Zeelander de bekendste persoonlijkheid in het conferentiecentrum in de Zweedse hoofdstad.
De ene helft van de 1000 bezoekers kent O'Grady van zijn gedreven werk voor Ecpat (End Child Prostitution in Asian Tourism), de andere helft wíl hem kennen, al was het maar omdat hij - zijn organisatie Ecpat - erin slaagde voor het eerst op wereldschaal een conferentie bijeen te krijgen waarbij landen aanwezig zijn die tot voor kort het bestaan van kinderporno of kinderprostitutie zelfs ontkenden.
O'Grady hield op de eerste dag van het congres een meeslepende toespraak. “Ik ben de afgelopen zes jaar oud geworden met Ecpat”, zei hij. Hij wist eigenlijk niet wat hij nou het meest duivelse vindt aan de commerciële seksbusiness: het trieste lot van een miljoen meisjes en jongens of het feit dat miljoenen volwassen mannen bereid zijn die kinderen te misbruiken, te mishandelen, te vernederen. Vaders, mensen met een keurige baan, een net gezin thuis. “Mannen uit mijn land en uit uw land.”
“Ja, het was nogal een emotionele speech”, zegt hij de ochtend erna. “Ik vond het belangrijk dat je tijdens die lange vergadersessies ook je hart laat meespreken. Ik heb in Azië geleefd, heb honger en armoede gezien. Maar seksueel kindermisbruik stijgt daar boven uit. Ik ben de laatste jaren blootgesteld aan afschuwelijke zaken die ik niet voor mogelijk had gehouden. Voor mij was het, en is het nog, moeilijk voorstelbaar dat er mensen zijn die deze afschuwelijke dingen met kinderen kunnen uithalen.”
Eind dit jaar wil hij stoppen met zijn werk als internationaal coördinator voor Ecpat. De organisatie verliest daarmee een drijvende kracht, een diplomaat van het eerste uur, die ervoor zorgde dat in minstens twintig landen het sekstoerisme op de politieke agenda staat. “Ik wil niet cynisch worden of vervallen in lethargie. Het is tijd dat een ander het overneemt”, zegt hij.
Het begon voor Ron O'Grady in 1990 tijdens een bijeenkomst in de Thaise stad Chiang Mai. Een groepje mensen, bezorgd over het kindersekstoerisme, besprak het probleem. O'Grady, toen als predikant voor kerken werkzaam in het mensenrechtenwerk, was erbij. “De verhalen die we hoorden waren schokkend. Ik dacht, dat ik door mijn twintigjarige verblijf in Azië redelijk immuun was geworden voor het lijden van mensen, maar daar werd ik plots geconfronteerd met het blote feit dat jonge kinderen systematisch werden misbruikt doordat volwassenen hen zagen als seksueel object.” O'Grady was vastberaden iets te doen voor deze kinderen. Een ervaring kort daarna gaf hem het laatste duwtje.
In het voorwoord bij zijn zojuist verschenen (en door hem geschreven) boek over Ecpat, beschrijft O'Grady die ervaring. “Ik besprak de discussies in Chiang Mai met een Filippijnse mensenrechtenactivist. Hij wist eigenlijk niet precies hoe de situatie in Chiang Mai was en daarom besloten we diezelfde avond nog met onze eigen ogen te gaan kijken. We bezochten bordelen in Chiang Mai, waar jonge vrouwen achter glas zaten met nummers op hun kleding, wachtend op een oproep. Het was duidelijk dat verschillende meisjes nog geen achttien waren.”
“Buiten op straat praatten we met tuktuk-chauffeurs. Allemaal boden ze aan ons naar een andere plaats te brengen voor goed vermaak. Een van hen zei, dat hij een adres wist waar kinderen beschikbaar waren en we lieten ons overhalen met hem mee te gaan. Hoewel mijn metgezel de stad goed kende, raakte hij terwijl we door donkere achterweggetjes en steegjes reden al snel het spoor bijster. Onze bestemming bleek een donker huis, dat een beetje apart van de rest stond. Binnen kwamen we in een vrijwel kale kamer, waar alleen een houten bank voor een wand stond. Een zwaar gebouwde man bekeek ons nauwlettend, terwijl we gingen zitten. Toen liep hij de kamer uit en schreeuwde iets naar iemand daarbuiten. Vervolgens kwamen zes jonge meisjes, armzalig gekleed, langzaam de kamer in gelopen, voortgeduwd door twee jonge mannen. Ze stelden zich op tegen een muur vóór ons en de baas vroeg ons welk meisje we wilden. Mijn metgezel had inmiddels door dat het ging om Birmese meisjes. We schatten de jongste op acht of negen jaar.”
“Wat ons het meest aangreep, was de doffe blik in hun ogen. Het leek alsof ze verdoofd waren, of misschien getraumatiseerd. Terwijl ze daar stonden, gaven ze eigenlijk geen teken van leven. Ze staarden door ons heen. De baas werd kwaad op ons, toen bleek dat we geen van 'zijn' meisjes wilden. We haalden diep adem en liepen weg. Ook de tuktuk-chauffeur was woedend, omdat hij zijn commissie misliep, maar uiteindelijk bracht hij ons terug naar een veiliger omgeving. We stonden te trillen op onze benen.”
Door O'Grady's werk voor Ecpat en door het werk van Ecpat-afdelingen in tal van landen buiten Azië, is het sekstoerisme inmiddels een zeer omstreden bedrijfstak geworden. Zelfs in landen die tot dusver het bestaan van seksueel kindermisbruik en kinderporno volstrekt ontkenden. “Je ziet dat hier in Stockholm”, zegt Frans de Man, coördinator van Ecpat-Nederland (een samenwerking van de organisaties Kinderen in de knel, Stichting kinderpostzegels, Raad van kerken, Defence for Children en Stichting retour). “Toen we vorig jaar Ecpat-Nederland lanceerden door op de vakantiebeurs in Utrecht actie te voeren tegen sekstoerisme, was de reactie bij veel landen nog zeer afhoudend. We hadden een stand pal tegenover die van Costa Rica. We noemden Costa Rica in onze campagne als een bestemming voor sekstoeristen. Dagelijks hadden we felle discussies met de vertegenwoordigers van Costa Rica. Nu, in Stockholm, loopt er een vertegenwoordiger van de regering van Costa Rica rond die vrijuit toegeeft dat zijn land dit soort praktijken kent. Er is dus sprake van een verschuiving.”
Nederland hoeft zich voorlopig nog lang niet op de borst te kloppen, vinden O'Grady en De Man. Geroutineerd plukt de Nieuw-Zeelander uit zijn congresmap zijn lijstje met de herkomst van zedenmisdadigers die tussen 1988 en 1996 in Azië zijn opgepakt. “Vijf mannen uit Nederland. Dat zijn er vergeleken met de VS (58 personen), Duitsland (38) en Engeland (31) niet veel, maar jullie zijn ook een klein landje. Het zegt iets over de Nederlandse samenleving dat er bij jullie mannen zijn die zich met deze praktijken bezighouden. Nederland is altijd redelijk relaxed geweest over de seksuele ethiek. Jullie zijn allang niet meer het centrum voor de kinderporno, maar dat heeft volgens mij alleen maar een economische achtergrond. Jullie hebben alle reden dit probleem goed aan te pakken.”
Frans de Man weet nog precies hoe moeizaam - nog maar een jaar geleden - de Nederlandse afdeling van Ecpat van de grond kwam. “Dat had een aantal oorzaken. We haddden in Nederland wetgeving waarin ook het recht van het kind op seks werd beschermd. We wilden niet op pedofielen gaan jagen, dat vonden we wat te goedkoop. En in de begintijd van Ecpat leek het er wel op dat deze organisatie vooral op pedofielen uit was. We hadden een pornowetgeving in Nederland en het was moeilijk organisaties te vinden die mee wilden doen. We hebben elkaar uiteindelijk gevonden op de gemeenschappelijke noemer dat we allemaal vinden dat sekstoerisme dient te verdwijnen.”
Het lang uitblijven van een Nederlandse Ecpat-afdeling leverde bittere reacties op uit Aziatische landen. “We kregen telefoontjes van Ecpat in Bangkok: 'Dus jullie reputatie als kinderpornoland klopt? Jullie krijgen het niet eens voor elkaar een actiegroep tegen het sekstoerisme van de grond te krijgen'?” Maar het lukte toch. Uiteindelijk is het met de productie van kinderporno in Nederland niet erger dan in andere landen, denkt De Man.
Juist omdat seks met kinderen zo'n beladen onderwerp is, vindt hij het wereldcongres in Zweden van onschatbaar belang. “Er zijn hier landen vertegenwoordigd die op verschillende manieren aankijken tegen kinderen en seksualiteit. We hebben elkaar uiteindelijk gevonden op die ene misstand die we in ieder geval allemaal willen bestrijden: het commerciële seksuele misbruik van kinderen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.