Wat moet een leerling die schoonheidsspecialiste wil worden later kennen en kunnen? Op zoek naar de eisen van het vak in een salon, een particulier opleidingsinstituut en een gesubsidieerde school. Een schooldirecteur: “Veel meisjes stappen hier in vol ornaat en opgedoft binnen, maar het gaat niet om glamour. Ze moeten later euvels wegwerken, mensen met een onrustige huid helpen.”
Schoonheidsspecialiste en kapster Alice Kamerbeek uit 's-Gravenhage weet exact te omschrijven aan welke eisen haar personeel moet voldoen. Haar salon aan het Noordeinde bestaat al vijfentwintig jaar. In die periode heeft ze zo'n dertig personeelsleden in dienst gehad, varierend van de jongen die tijdens het sollicitatiegesprek hardnekkig weigerde zijn chique regenjas uit te trekken (omdat daaronder een oud T-shirt schuil ging) tot het personeelslid dat moest vertrekken omdat ze een penetrante transpiratielucht verspreidde.
Kamerbeek doet geen poging haar verkeerde inschattingen onder de mat te vegen. Ze zegt: “Ik heb mij vaak vergist. Dan dacht ik: 'Het wordt nooit wat met Yvonne. Ze praat plat Haags, kleedt en gedraagt zich verkeerd.' Terwijl zo'n meisje helemaal in het vak groeide en zich hier perfect ging thuisvoelen, zelfs met klanten die deftig en dik doen. Maar soms viel een leerling tegen, dat is ook gebeurd.”
De clientele die haar zaak begunstigt, is tamelijk bemiddeld, vertelt ze: “Wij hebben klandizie uit Voorburg, Rijswijk en van verder weg. De salon is niet trendy; jong spul komt hier niet, tenzij via de moeder. De meesten van mijn klanten werken; in de ambtenarij, de advocatuur, het onderwijs of het notariaat. Veel vrouwen zijn universitair opgeleid, al komen hier ook mensen die bij de Konmar achter de kassa zitten. Wij zijn belist niet de goedkoopste salon, maar trekken geen echte rijke clienten of het corps diplomatique. Wij houden namelijk niet van gelikt gedoe en we maken geen enorme show van de behandeling. Aan de andere kant zijn we evenmin gericht op koopjesjagers, klanten die met een bon uit Libelle komen aanzetten voor tien gulden korting.”
Van sollicitanten verwacht zij, dat opgeleid zijn voor het beroep. “Als ik een meisje aanneem, verwacht ik allereerst dat ze de vakdiploma's schoonheidsspecialiste A en B heeft, hoewel enkel A in het begin voldoende is. Of de diploma's zijn gehaald via een commercieel instituut of aan een gesubsidieerde school maakt mij niets uit. De exameneisen zijn gelijk.”
Ze eist verder dat haar personeel er fris en schoon uitziet. “Ze moeten netjes gekleed gaan, van make-uphouden, verzorgde nagels hebben en geen vet haar. Iemand met een kantoorbaan, die geen mensen ontmoet, mag van mij vijf ringen in d'r oor dragen en een gele pluk op d'r hoofd hebben, maar een schoonheidsspecialiste moet de uitstraling hebben dat ze achter persoonlijke verzorging staat. Ik heb wel eens personeelsleden naar huis gestuurd omdat ze niet correct waren gekleed.”
Iemand die naar transpiratie ruikt zal zij niet snel aannemen. “Dat hoeft niet. Transpiratie stinkt namelijk nooit, tenzij ze oud is. U moet niet vergeten dat een schoonheidsspecialiste met haar oksels dicht bij de klant staat.” Schots en scheve tanden, vindt zij evenmin acceptabel, “want ook daaraan kun je wat laten doen.” Dikzijn mag weer wel. “Echter, tegen een meisje met kwabben in een kort jackje en een strakke legging, zou ik zeggen 'Joh, Annemarie, die legging is leuk, maar doe er een wijde blouse over.' Maar met maat 50 kun je er goed en verzorgd uitzien.”
Hoe een sollicitant zal omgaan met klanten, weet Kamerbeek vaak niet vooraf. “Soms is een meisje tijdens een sollicitatiegesprek aardig, maar doet ze later nors of chagarijnig tegen clienten. Om dat te ontdekken, is een proeftijd belangrijk. Ik heb een verlegen meisje in dienst gehad, dat uit een heel eenvoudige familie kwam. Zij werd in de salon onzeker en sloeg dicht, omdat ze moeilijke woorden van klanten niet begreep. Uiteindelijk is ze om die reden vertrokken.”
“De wisselwerking tussen personeel en klanten is belangrijk. Sommige vrouwen zijn hoog opgeleid, maar kunnen juist door hun ontwikkeling met iedereen praten. Helaas heb je ook klanten die het lekker vinden om het een eenvoudig meisje moeilijk te maken.”
Kamerbeek probeert diefstal door het personeel te voorkomen. “Mijn personeel kan alle artikelen tegen inkoopprijs plus BTW krijgen, maar het is twee keer gebeurd dat personeelsleden artikeltjes wegnamen. Het ging om permanentvloeistof, die ze pikten voor hun moeder. En ik heb een keer iemand op staande voet ontslagen wegens diefstal van geld. Voor dat meisje had ik een truc uitgezet, omdat ik het zeker wilde weten.”
Mevrouw Sigrid Weijland-Houwen, directeur van het Gelders Opleidingsinstituut, zegt op haar particuliere school in het groene Arnhem-Noord uiteenlopende cursisten te krijgen: “Er zijn meisjes die op de glamour van schoonheidsverzorging afkomen. Ze stappen hier in vol ornaat en opgedoft binnen. Maar schoonheidsspecialiste heeft weinig te maken met knap-zijn of miss zus-en-zo. Het gaat erom dat je bij clienten bepaalde euvels wegwerkt, mensen met een onrustige huid, zoals dat heet, helpt. Glamourmeisjes kunnen beter foto- en filmsterren opmaken, visagiste of reizend consulente worden, of gaan werken in eenparfumerie.”
Het instituut trekt naast schoolverlaters vooral een ouder publiek, van boven de 25 jaar: kapsters die het erbij doen, verpleegkundigen die zich laten herscholen, vrouwen die ondernemer willen worden. Weijland: “Het zijn cursisten die niet meer dromen van de prins op het witte paard, maar die gemotiveerd hun nieuwe toekomst voorbereiden.
Nederland telt tientallen particuliere instituten die opleiden tot schoonheidsspecialiste. Niet alle docenten die daar lesgeven hebben een vakdiploma en van sommige instellingen vallen de examenresultaten tegen. De betere opleidingen zijn erkend door het ministerie van onderwijs en aangesloten bij Vakos, de vereniging vakopleiding schoonheidsverzorging en/of de Anbos, de bond van schoonheidsinstituten. Vanaf 1996 is het niet langer verplicht een vakdiploma te hebben. Iemand uit de branche verzucht: “Een aardappelboer met enkel een ondernemersdiploma mag dan een salon openen. Het wordt een ramp.”
De kosten voor particuliere opleidingen en voor het middelbaar dienstverlenings- en gezondheidszorg onderwijs (MDGO), dat eveneens opleidt tot schoonheidsspecialiste, ontlopen elkaar niet veel. Het Gelders Opleidingsinstituut rekent in totaal ruim zesduizend gulden voor lesgeld, boeken, stencils, werkmateriaal en examens. Voor dat bedrag wordt twee jaar lang eenmaal per week les op school gegeven. De rest van de studie moet thuis worden gedaan. Ter vergelijking: de dagopleiding schoonheidsverzorging aan MDGO Vredeborch in Utrecht kost gerekend over drie jaar bijna net zoveel, maar er staan uiteraard meer lesuren tegenover.
Vredeborch ontving vorig jaar zoveel aanmeldingen voor schoonheidsverzorging van lbo-, mavo- en ook enkele havo-gediplomeerden dat velen - wegens ruimtegebrek - niet toegelaten konden worden. De leerlingen komen uit Utrecht en uit heel Oost-Nederland, van de Achterhoek tot Kampen. Waarnemend directeur Mechtild Alferink: “De selectie van leerlingen vindt plaats op gezondheid (ze mogen geen rugklachten hebben), motivatie en sociale vaardigheden (hoe presenteren ze zichzelf, kunnen ze luisteren? ). Ik ontmoette op onze open dag een vader en dochter die elkaar in de haren vlogen. Toen ik vroeg of er nog vragen waren, zei de vader meteen: 'Nee'. De dochter wierp tegen: 'Jawel'. Daarop werd de vader enorm kwaad. In geval van selectie zou ik de dochter als leerling aannemen en de vader afwijzen.” De school krijgt ook veel dochters dochters van wie de moeder graag schoonheidsspecialiste had willen worden. Alferink: “Die moeders zijn bij een demonstratie niet weg te slaan uit de praktijkruimte. Ze duiken meteen op de Biodermal, die ze hebben gezien in de 5 uur-show. Het gesprek met de selectiecommissie moet de dochterechter alleen doen; moeder blijft achter de drempel.”
De combinatie vader-dochter is veelal beter, meent Alferink: “Die willen samen een onderneming beginnen. Leuk: dochter haalt het diploma, vader levert het startkapitaal. Een fotograaf van trouwpartijen uit Veenendaal kwam hier met zijn dochter, die later achter zijn fotozaak een schoonheidssalon is begonnen voor bruiden.”
Alferink betreurt het maar haar opleiding trekt nog steeds veel meer meisjes dan jongens. “We proberen altijd minstens twee jongens aan te nemen, zodat ze op elkaar kunnen oefenen bij praktijkvakken. Jongens moeten knokken om hier te overleven. Meisjes nemen tegenwoordig wel makkelijk hun vriend als model mee.”
Naast lessen over kwaliteitszorg, hygiene en bedrijfsvoering krijgen de leerlingen ook algemene vormende vakken, die aansluiten op de praktijk. Alferink: “Bij maatschappijleer komt een prostituee van de Rode Draad praten, want hoeren zijn een belangrijke doelgroep. Ook een arts van de Vrije Universiteit komt bij ons op bezoek. Hij vertelt over zijn operaties van transseksuelen. Transseksuelen zelf komen eveneens aan het woord, ook zij zijn immers klanten die je zeker niet mag mislopen. Ik woon dit soort lessen altijd zelf bij, wegens de telefoontjes van ouders die ik hierover later krijg.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.