*

 
dossier

Archief

De VVD gaat er met Kok vandoor

HANS GOSLINGA − 31/01/98, 00:00

Hoewel opiniepeiler Maurice de Hond er alles aan doet om een race tussen Kok en Bolkestein om het premierschap op gang te brengen, zal het daar vermoedelijk niet van komen. De reden is dat de liberalen daar helemaal geen belang bij hebben. Ze weten dat de kiezers veel liever Kok dan Bolkestein in het Torentje zien, dus kan zo'n race alleen maar in hun nadeel uitpakken en de kans verkleinen om voor het eerst sinds de invoering van het algemeen kiesrecht in 1917 de grootste partij van Nederland te worden.

Voor de VVD is het dus zaak de strijd om het premierschap te voorkomen. Bolkestein heeft dat vorige week effectief gedaan met de opmerkelijke uitspraak, dat hij best in een kabinet onder leiding van Kok wil zitten, zelfs als zijn partij groter zou zijn dan de PvdA. De kans dat hij die woorden gestand zal moeten doen, is louter theoretisch. Nog afgezien van de vraag of de PvdA bereid zou zijn de programmatische prijs daarvoor te betalen, gelooft niemand dat Kok bij de gratie van de liberale grootmoedigheid het premierschap zal willen voortzetten. De PvdA-leider zit niet zo in elkaar dat hij uit de hand van Bolkestein genadebrood zal eten. De liberale leider kon dus veilig zeggen wat hij zeggen wilde.

Dat maakt zijn zet niet minder slim. Hij heeft niet alleen (tot verdriet van de opiniepeilers die baat hebben bij een spannende competitie in de campagne) de race bij voorbaat onmogelijk gemaakt, maar ook nog eens de suggestie gewekt dat de VVD zich bij de premierkeuze laat leiden door redelijkheid en ruimhartigheid, sterker nog, door de wens van de kiezers. Daarnaast zijn er uiteraard tactische voordelen. Zo stoot Bolkestein in elk geval niet die kiezers af die hem onder geen beding op de stoel van Kok willen zien.

Het ergste voor de PvdA is natuurlijk de verborgen suggestie in Bolkesteins uitspraak dat Kok zó'n liberalenvriend is, dat zelfs een grote VVD er geen probleem mee heeft onder zijn leiding te dienen. Dat is niet minder dan een politieke ontvoering. De VVD is er op klaarlichte dag gewoon met Kok vandoor gegaan. Het vervelende daarvan voor de PvdA is dat de kiezers, die vinden dat de sociaal-democratie te veel in neo-liberale richting is afgegleden, in die opvatting worden bevestigd. Dat vergroot de kans dat deze kiezers op een partij ter linkerzijde van de sociaal-democratie, GroenLinks of SP, stemmen. Volgens de jongste peiling van De Hond zou deze groep op dit moment goed zijn voor 18 Kamerzetels.

De PvdA spon in het verleden, toen het CDA nog de grootste concurrent was, garen bij het stellen van de machtsvraag. In 1977, na vier jaar premierschap van Den Uyl, boekte de partij een historische winst en vaagde zij klein links bijna volledig weg. Wil de PvdA de strijd om het Torentje toch op de wagen krijgen, dan moet zij haar politieke leider derhalve zo snel mogelijk uit de klauwen van de liberale kidnappers bevrijden. Dat kan door de kiezers duidelijk te maken dat Kok alleen premier blijft als zij de PvdA de grootste partij maken.

Maar al deze strategospelletjes, hoe aantrekkelijk ook voor de Haagse bittertafels, gaan voorbij aan de kern van de zaak. Het probleem voor de sociaal-democratie is niet dat de VVD er met haar leider vandoor gaat, maar met haar kiezers. Het zou niemand hoeven te verbazen als binnen pakweg tien jaar de posities van VVD en PvdA in de samenleving volledig zijn omgedraaid. Toen de liberale partij in 1948 werd opgericht, vertegenwoordigde zij de elite in de samenleving - de dokter, de notaris en de hereboer. De twee jaar eerder opgerichte PvdA stond in dezelfde periode vooral voor de arbeidersmassa. Sinds Wiegel 25 jaar geleden brutaal een stratenmaker uit de PvdA opvoerde, tot bijna wilde verontwaardiging van alles wat zich toen links of progressief noemde, heeft de VVD zich in vrij hoog tempo verbreed en is zij werkelijk een volkspartij geworden, die haar basis heeft in de brede, ontkerkelijkte middenklasse.

De VVD kan die basis nog verder verbreden als de ontkerkelijking en de welvaartsgroei zich voortzetten. De partij speelt zonder schaamte in op het materiële eigenbelang en op angst- en onvredegevoelens jegens migranten. Daarnaast appelleert zij als enige in de Nederlandse politiek aan zowel een neiging de gordijnen voor de boze buitenwereld te sluiten als een (naar lijkt toenemende) drang tot hedonisme. Iemand als Annemarie Jorritsma, de minister van verkeer, staat eigenlijk veel meer dan de intellectueel Bolkestein model voor de VVD van de jaren '90.

De ontwikkeling van de PvdA verloopt in omgekeerde richting, van een massabeweging tot een elitepartij. Dat elitekarakter blijkt sterk uit de jongste kandidatenlijst voor de Tweede Kamer, die wordt gedomineerd door hoog opgeleide, randstedelijke professionals. Het gevaar is niet denkbeeldig dat de PvdA, om de concurrentie met de VVD vol te houden, steeds meer op die partij gaat lijken en het contact met de sociale achterblijvers verliest. Een amerikanisering van de Nederlandse politiek in die zin zou rampzalig zijn. Het is daarom gunstig dat het CDA zich met een sterk sociaal program heeft gepresenteerd. Dat biedt het perspectief van een breed sociaal alternatief voor de oppervlakkige vrijheid, blijheid van de VVD, zeker als de nieuwe generatie christen-democratische politici de daad bij het woord zal voegen.

De paradox van de samenwerking tussen PvdA en VVD is dat de nieuwe big bang tussen deze concurrenten er in ligt besloten. De vraag is alleen welke kwestie (Europa, de inkomensverhoudingen, het asielbeleid liggen stuk voor stuk voor de hand) de trekker overhaalt en wanneer dat zal gebeuren. Als de verkiezingsuitslag de verhoudingen niet al te zeer verstoort, ligt voortzetting van de paarse coalitie voor de hand. Maar met een VVD die groter is dan de PvdA wordt het al lastig, tenzij de sociaal-democraten op een of andere manier pacteren met D66.

PvdA-fractieleider Wallage heeft zich al een- en andermaal in die richting uitgelaten. Regeren zonder D66 is voor de PvdA, na de ervaringen in de vorige regeerperiode, een nachtmerrie, zoals trouwens voor D66 regeren mét de PvdA voor de derde keer en nu zelfs in de begeerde paarse droomcoalitie, op een nachtmerrie dreigt uit te draaien. Misschien dat de dreiging van een steeds grotere VVD beide partijen toch naar elkaar drijft en zelfs tot nieuwe partijvorming dwingt.

Van Mierlo zei vier jaar terug dat de bij het vervagen van de oude ideologische tegenstellingen de groeimogelijkheden van D66 onbeperkt waren. Tot nu toe is het alleen de VVD die daarvan profiteert.

mailIcon print |