*

 
dossier

Archief

Dialoog

JAN GREVEN − 08/02/97, 00:00

Ik heb niet de indruk dat de joods-christelijke dialoog een geweldige impuls gekregen heeft door het debat dat afgelopen woensdagavond in de voormalige schuilkerk De Rode Hoed plaatsvond. De organisatoren hadden rabbijn David Lilienthal willen laten debatteren met dominee Nico ter Linden, nadat de rabbijn diens bijbelvertelling 'Het verhaal gaat' 'een belediging voor het jodendom' genoemd had.

Maar Ter Linden liet het afweten. Hij voelde zich absoluut niet aangesproken door Lilienthals verwijten. 'De gedachte die Lilienthal mij toedicht dat ik 'de joodse bijbel' als een proto-christelijk document zie, werp ik verre van mij', liet hij via deze krant weten. De reacties van Lilienthal en Ter Linden op elkaar lijken me exemplarisch voor de relatie joden/christenen in het algemeen: de joden beledigd en de christenen van geen kwaad bewust. In zo'n sfeer is het moeilijk debatteren, laat staan dialogeren. Een gesprek tussen beledigde en belediger noemen we dan ook geen dialoog, maar uitpraten.

Niet alle christenen zijn bereid de consequentie te accepteren van het feit, dat ze een geloofsovertuiging hebben die door joden op bepaalde punten als beledigend ervaren kan worden. 'Het is toch onfatsoenlijk een liefdesbrief te lezen die aan een ander is gericht en hem dan ook nog af te pakken?' citeerde afgelopen woensdag de Kampense hoogleraar Simon Schoon instemmend rabbijn Tzvi Marx. Ik verbaas me hogelijk over zo'n uitspraak, want ze houdt impliciet in dat het Nieuwe Testament een hoogst onfatsoenlijk boek is. Dat een rabbijn zo iets zegt, kan ik me voorstellen, al vind ik zijn woorden geen toonbeelden van fijnzinnigheid. Maar je neemt als christen toch niet op zo'n manier afstand van een eigen oerbron als het Nieuwe Testament?

Dezelfde verbazing gold professor Karel Deurloo, die stelde dat het Oude Testament wel zonder het Nieuwe, maar het Nieuwe niet zonder het Oude kan. Hij kreeg er applaus voor. Waarom eigenlijk? Op zich kan het Oude Testament natuurlijk heel goed zonder het Nieuwe. Het heet dan alleen niet Oude Testament maar TeNaCH, de joodse bijbel. Een bijbelgebruik overigens, waarvoor de joden geen instemmende verklaring van christenen nodig hebben.

Maar het Nieuwe Testament ziet zichzelf niet alleen vanaf het eerste vers van het eerste evangelie van Matteüs als voortzetting van het Oude Testament, het hamert er bovendien in, dat het Oude Testament wel degelijk vervuld wordt in het Nieuwe. Waarom zou je je distantiëren van zo'n oerwaarheid van de eigen traditie? Christenen verwachten van de joden toch ook niet dat zij water in de wijn doen om het gesprek met hen wat soepeler te laten verlopen? Dialoog begint met luisteren en niet met inleveren.

'Is het christelijke verhaal bij Lilienthal per definitie anti-joods?', vraagt Nico ter Linden zich retorisch af in zijn eerste en enige reactie op Lilienthals uitval naar hem en zijn boek. Daarmee raakt hij de kern van de zaak. Enerzijds is het tegenwoordig in christelijke kring communis opinio dat 'het verhaal van Jezus' zonder de joodse traditie niet goed begrepen kan worden. Daardoor kan het soms lijken of het christendom naar het jodendom toekruipt. Maar vergis je niet: tussen kerk en synagoge gaapt net als vroeger een onoverbrugbare kloof over de persoon van Jezus. Het is het vrijmoedig gebruik van joodse bronnen als de Midrasj met gelijktijdige handhaving van zijn geloof in de unieke betekenis van Jezus bij Ter Linden, die bij Lilienthal de stoppen deden doorslaan. Maar Ter Linden doet er toch niet geheimzinnig over dat hij dominee is? Waarom mag hij eigenlijk niet 'zo maar' joodse bronnen gebruiken om zijn eigen christelijke traditie beter te verstaan?

Christenen hebben eeuwenlang beweerd dat God na Jezus' openbaring alleen tot hen en niet meer tot de joden sprak. Die hoogmoed hebben ze goeddeels afgelegd. Maar komt het gevoel van beledigd zijn van rabbijn Lilienthal ten diepste niet voort uit ergernis dat anderen, christenen, claimen dat zijn joodse God ook tot hen gesproken heeft? Als er al een God in Ter Lindens boek voorkomt, dan in elk geval niet de zijne en laat Ter Linden dat er in een voorwoord vooral apart bijzetten, aldus Lilienthal. Misschien moet over dat hoogmoedige verzoek eens een dialoog gehouden worden.

mailIcon print |