Anders dan zijn collega Huttenga ziet Van Drimmelen in de door hun toedoen ontstane 'pedo-affaire' geen aanleiding zijn functies bij de kerk neer te leggen. Dat is jammer, want daarmee geeft de predikant te kennen niet half in de gaten te hebben hoe ongeloofwaardig zijn optreden was en hoeveel verwarring hij heeft gezaaid over de positie van de kerk inzake zo'n gevoelig onderwerp als pedofilie.
Welk standpunt de kerk inneemt is eergisteren helder onder woorden gebracht door het moderamen van de gereformeerde synode: hoeveel sympathie en begrip je ook kunt hebben voor pedofielen, bij het onderhouden van pedofiele relaties is per definitie sprake van ongelijkwaardigheid. Daarom is iedere seksuele handeling van volwassenen jegens kinderen ontoelaatbaar.
Wat je de predikanten kwalijk kunt nemen is dat zij het bestaan van zo'n grens in twijfel hebben getrokken. Ongetwijfeld gebeurde dat uit mededogen met pedofielen. Maar omdat zij een link legden met de zaak van een wegens seksueel misbruik veroordeelde pedofiel pakte hun optreden vooral ook kwetsend uit voor de slachtoffers.
Achteraf is het ook onbegrijpelijk dat de voorzitter van de synode, ds Vissinga, aanvankelijk zo gretig positief reageerde op het verhaal van collega Van Drimmelen. Weliswaar kon hij toen niet weten dat diens coming out, als stijlfiguur, verzonnen was. Dat neemt niet weg dat ook in dat verhaal met begrip werd gerefereerd aan veroordeelde - en dus ontoelaatbaar handelende pedofielen.
Alleen al op grond daarvan zou een terughoudender reactie van een synodevoorzitter voor de hand hebben gelegen. Dat dit niet gebeurd is roept de pijnlijke vraag op of de kerk zich in dit soort zaken wel voldoende bewust is van het leed van de slachtoffers.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.