*

 
dossier

Archief

In Ankeveen draaien de klokken hun eigen rondjes

GÿRALD RENSINK − 07/02/96, 00:00

ANKEVEEN - Nu de rugblessure voorbij is, kan Richard van Kempen weer een kwelling worden voor het schaatspeloton. De rietdekker versloeg gistermiddag zijn vier medevluchters in de sprint en schreef de eerste etappe over tachtig kilometer in de driedaagse van Ankeveen op zijn naam.

Het was de tweede overwinning in vier dagen. Afgelopen zaterdag was de 31-jarige marathonschaatser uit Nieuwveen ook al de sterkste. Toen sleepte hij de Open Nederlandse marathontitel op de Oostenrijkse Plansee in de wacht. Aan deze wedstrijd over 100 kilometer namen maar zestien A-rijders en 34 B-rijders/veteranen deel. Dus kreeg Van Kempen meteen te horen dat het geen kunst was zo'n wedstrijd winnend af te sluiten. Maar gistermiddag waren alle cracks wel aanwezig en dus gaf Van Kempen de zege veel meer voldoening. De drievoudige KNSB-Cupwinnaar was na twee ronden al met Arnold Stam, Fausto de Marreiros, Henri Ruitenberg en Ruud Borst ontsnapt uit het peloton. Het vijftal pakte een voorsprong van ruim twee minuten en gaf deze niet meer uit handen. Na tachtig kilometer verwees Van Kempen in de eindsprint De Marreiros en Ruitenberg naar de tweede en derde plaats.

Van Kempen had sinds november 1993 al niet meer het zoet van een overwinning mogen smaken. Bovendien kon hij dit jaar door een beknelde zenuw tussen zijn heupen en het ruggemerg niet voluit rijden. Van Kempen: “In de bochten op het kunstijs veroorzaakte het 'hangen' veel pijn. De doorbloeding in het linkerbeen werd minder, waardoor het herstel langer dan normaal duurde. Pas vlak voor het NK op natuurijs, eind december, was ik weer hersteld. Daarom heb ik de eerste vorstperiode gebruikt om kilometers te maken. Nu voel ik me weer topfit. De overwinning op de Plansee heeft veel vertrouwen gegeven. Daar heb ik een belangrijke barrière geslecht, want ik zat al heel lang tegen een zege aan te hikken. De meeste jongens zijn al vanaf oktober bezig. Ik heb nog een frisse geest.”

's Ochtends zag het er nog niet naar uit dat hij als winnaar over de streep zou gaan, want Van Kempen ging in de eerste bocht van de proloog, die over vier kilometer ging, al onderuit. “Ik was veel te gretig, lette niet op en kwam in een scheur terecht. Ik viel meteen op mijn snufferd. Vanaf dat moment was ik alleen maar aan het denken hoe ik de tijd weer in moest halen. Dan ga je geforceerd rijden. Daarom kwam ik ook niet verder dan de 23ste plaats.”

De proloog werd in tweede instantie pas een prooi voor Arnold Stam, die de 4000 meter in een hand geklokte tijd van zes minuten en dertien seconden aflegde. Lammert Huitema (Klerks's) werd in eerste instantie tot winnaar uitgeroepen, maar volgens de jury had Stam toch sneller gereden.

De ploegleider van Klerk's, Frans Overdevest diende onmiddellijk een protest in, dat werd gesteund door zijn collega's Hans Homma (Van Lingen) en Martin Hoekstra (Netwerk VSP). Volgens de ploegleiders waren de laatste elf rijders niet precies dertig sceonden na elkaar gestart. Volgens Overdevest kon Henk Angenent nooit op de derde plaats zijn geëindigd en was Huitema, voor Stam, gewoon eerste. Maar de jury hiel voet bij stuk, omdat de exacte tijden niet meer waren te achterhalen. “Wat een stelletje amateurs. Hoe is het mogelijk dat er geen elektronische tijdwaarneming is. We leven in de jaren negentig, niet in de jaren twintig,” brieste Overdevest. Angenent vond het 'schofterig' dat Overdevest hem geen derde plaats gunde. “Ik weet zeker dat het verschil met Stam niet meer dan vier seconden was,” aldus Angenent.

De voorzitter van de marathonsectie van ijsclub Ankeveen, David Pos, vond dat de ploegleiders een denkfout maakten en elkaar naar het leven stonden. “Onderling is er veel rivaliteit. Ze proberen daar waar mogelijk op elke slak zout te leggen. Nee, de tijdwaarneming is goed geweest. Ik vind dit geen smet op de eerste dag. Ik wil volgend jaar best eens informeren hoe het met een elektronische klok zit, maar dan moet ik wel de juiste mensen daarvoor vinden. Ik zou niet eens weten hoe 'dat ding' op natuurijs gebruikt moet worden. De hele wedstrijd ademt één en al vrolijkheid uit. Dit moet u niet opblazen. Ik weet zeker dat de eindwinnaar niet met een voorsprong van een paar seconden wint, dus het valt allemaal wel mee,” meende Pos.

Het amateuristische geklungel was niet de enige fout die de organisatie beging. Na afloop van de wedstrijd maakte de organisatoren opnieuw een geweldige blunder door Stam als de nummer twee te huldigen, terwijl de man uit Sprang-Capelle pas als vierde over de meet kwam. Pas uren later ontdekte de organisatie de fout, maar iedereen was toen al naar huis.

Stam had na de proloog al zwaar de pest in. Hij zou de vijftiende tijd hebben gereden. “Dat schoot me aardig in het verkeerde keelgat. Ik wist dat ik in vorm was en dat ik zeker een betere prestatie geleverd moest hebben. Toen ik de kleedkamer weer uitkwam, was ik enorm opgefokt. Gelukkig hoorde ik vlak voor de start dat ik toch eerste was geworden, maar toen was de adrenaline al zo gestegen dat ik me niet meer in kon houden. Ik ben meteen gedemarreerd en kreeg een paar goede jongens mee. Henri Ruitenberg deed weinig kopwerk, maar kwam er op het laatst nog overheen, waardoor ik de bonificatiepunten miste,” aldus de leider in het klassement. “Ik vind het schandalig dat er zo is gerommeld met de tijden. Op de Weissensee was er ook een proloog over 1000 meter en dat verliep prima. Uiteindelijk heeft het mijn rijden positief beïnvloed, maar leuk is het niet.” Stam stopte vorige week op de Weisensee na 160 kilometer. “Ik zat toen in de tweede groep en had geen zin om voor een zesde plaats te rijden. Bovendien speelde de Elfstedentocht door mijn hoofd.”

mailIcon print |