*

 
dossier

Archief

Langzaam schiet een gevoel van vrede wortel

DAN DE LUCE (REUTER) − 02/01/96, 00:00

BANJA LUKA - Alle pessimistische verwachtingen ten spijt is er wel degelijk iets aan het veranderen, hier in het noorden van Bosnië. Temidden van het geschonden landschap van beschoten huizen en verwoeste levens krijgt de vrede vaste voet aan de grond in dit stukje door Serviërs beheerst Bosnië.

Jonge mannen keren huiswaarts, ontspannen wandelend in burgerkleding. Bij controleposten langs de corridor die door Serviërs gecontroleerde gebieden met elkaar verbindt laat de politie auto's passeren zonder de berijder naar de papieren te vragen. Machtige mannen die tot voor kort de overwinningen tegen elke prijs predikten, praten nu over vrede en wederopbouw van het land.

“Het is afgelopen. Iedereen kijkt nu om zich heen, op zoek naar een nieuwe plaats in de maatschappij”, zegt een burger die voor het leger werkt. “Het is eindelijk voorbij. Het had al een jaar eerder achter de rug kunnen zijn, als het vredesplan van de Contactgroep was geaccepteerd”, analyseert hij, verwijzend naar een vredesvoorstel dat door de Bosnische Serviërs werd verworpen. “Nu zie je mensen van de ene op de andere dag veranderen. Een functionaris die bekend stond als keihard, heeft het nu over vrede.”

De plaatselijke autoriteiten hebben een begin gemaakt met het demobiliseren van studenten, technici en mannen ouder dan vijftig jaar. Er is duidelijk een gevoel van opluchting merkbaar, een gevoel dat er een einde is gekomen aan vier jaar bloedvergieten. Toch is er onzekerheid over de toekomst, en de vrede heeft de strijd om het dagelijkse bestaan nog niet wezenlijk verlicht. Met de paardekarren die tussen de gaten van de vernielde wegen laveren en de alom heersende wetteloosheid lijkt het gebied eerder op de Derde Wereld dan op West-Europa. Er is geen regelmatige aanvoer van elektriciteit, waardoor de meeste dorpen vanaf het begin van de nacht in een diepe duisternis zijn gehuld. De wegen staan vol met mensen die hopen op een lift of wachten op de enkele gammele en overvolle bus.

De Serviërs hopen dat ze nu door het Westen worden geaccepteerd en dat ze kunnen delen in de hulp die bestemd zal zijn voor de wederopbouw van Bosnië. Hoewel er geen sprake van is van Servische verontschuldigingen voor het verjagen van de moslims en de Kroaten, lijkt de bevolking al weer toenadering te zoeken. “Ik zal mijn moslimvriendinnen op school nooit vergeten”, zegt een serveerster. Wat er ook is gebeurd, ik beschouw ze nog steeds als mijn vriendinnen.”

mailIcon print |