*

 
dossier

Archief

dans

EVA VAN SCHAIK − 29/01/96, 00:00

ROTTERDAM - Wat Vera Lynn voor de Engelsen is, Edith Piaff voor de Fransen en Shosana Damari voor de Israëli, dat is Oem Kalsoem voor de gehele Arabische wereld.

Geen zangeres wist de tere snaren van de Arabische ziel zo te raken als de in 1975 gestorven 'Nachtegaal van de Nijl'. Daarom mag het als een politiek statement worden uitgelegd dat Liat Dror en Nir Ben Gal, twee pioniers van de moderne dans in Israël, zich in 1994 juist door haar zangkunst lieten inspireren, voor hun nieuwste produktie Anta Oumri. Dit weekend lieten drie jongens en drie meisjes van het zes jaar oude gezelschap in de Rotterdamse Schouwburg zien wat Kalsoem voor hun hardvochtige, met exhibitionisme koketterende speeltrant betekent. De jonge Egyptische vrouw die - stom toeval - naast mij zat, sloeg even beduusd als zedig de ogen neer en liet mij na afloop weten dat Kalsoem aan deze elektronische toetakeling van haar stem of verdraaiing van haar levenslied nooit haar medewerking zou hebben verleend.

Lustig draaiend met billen en borsten, kirrend en keffend als loopse honden, smijtend met hun ondergoed, elkaar bespringend en rollebollend tussen badkuip, emmers en stapels witte badlakens vierden de zes hun frustaties bot, in een sober wit vertrek. Hun hulde aan de Egyptische zang-diva wordt vertolkt door een alternatieve haremdanseres in het zwart die haar onderlijf als een bromtol laat draaien.

In het vertrek met verkoelend water wordt eerst door twee tegengestelde paren alle variaties van welles-nietes in de liefde verkend. Bij het ene paar doet de vrouw vergeefs verwoede pogingen om bij een sigaretten rokende zenuwpees aan haar gerief te komen; bij het andere koppel gaat de vrouw tamelijk omslachtig om met het begrip ongewenste intimiteiten op het werk. En naar inmiddels vertrouwd Israëlisch dansrecept wordt daarbij hard op de muren gebonkt, de eenzaamheid op zware gympen in de grond gestampt en lekker hard op de dijen gekletst. In deze moderne hamam, waar mannen en vrouwen elkaar meedogenloos masseren, worden de bezoekers door een man in het blauw (Nir Ben Gal) opgezocht. Hij is een onruststoker en stelt met een kwetterende one man show de schijnheilige, nog van homofobie doordrenkte samenleving aan de kaak. Zoals gezegd, exhibitionisme is Nir Ben Gal niet vreemd, en terwijl een enkeling ostentatief de Rotterdamse zaal verlaat, weet hij zijn seksegenoten poedelnaakt en blaffend over de toneelvloer te laten kruipen. De diepere betekenis hiervan ontgaat mij, maar duidelijk is wel dat ook de dames dweilsters het hierbij niet zullen laten. Een hunner vraagt wanhopig om aandacht: met ontbloot bovenlijf werpt zij zich tussen twee converserende heren tegen de muur. Zonder enig pardon wordt zij als lastpak weer op haar plek gezet. De draaitol-haremdanseres keert bij tijd en wijle als de super-moeder van deze kleuterspeelplaats terug.

'Anta Oumri' is zeker geen voorstelling die tot optimisme stemt. Alle openhartigheid over brandende kwesties buitenshuis in een verkoelend badhuis ten spijt en het provocatieve gehalte waarmee deze Israëlische dansers hun vredesverlangen uiten is veeleer een bittere illustratie van onoverbrugbare tegenstellingen in het Midden-Oosten, binnen en buiten Israël.

mailIcon print |