De auteurs zijn resp. als lid en als wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Emancipatieraad.
Lieftink had bijvoorbeeld even kunnen checken of de gewraakte zin (want op één zin heeft de kritiek kennelijk betrekking) correct is weergegeven en in welke context deze moet worden gelezen. Lieftink had zelfs het advies van de Emancipatieraad 'Met zorg naar nieuwe zekerheid' er op kunnen naslaan om te lezen welke conclusies een analyse van het bestaan van een restant van kostwinnersfaciliteiten en duo-denken in het Nederlandse belastingstelsel oplevert. Omdat hij dit kennelijk niet gedaan heeft, hier de voornaamste argumenten contra kostwinnersfaciliteiten en pro individualisering nog even kort op een rijtje.
Zoals ook uit Lieftinks getallenvoorbeelden blijkt, wordt het inkomen van de ene partner in een huishouden beïnvloed door wat de andere partner verdient. De enige gevallen waarin dat niet gebeurt, betreffen situaties waarin de minst verdienende partner (gemakshalve verder aangeduid als 'de vrouw') zo weinig verdient dat zij het belastingvrije bedrag van ruim ¿ 7000 per jaar niet overschrijdt. Dat kan alleen als per maand niet meer dan bijna ¿ 600 wordt verdiend. Zelfs op minimumloonniveau mag je dan niet meer dan anderhalf à twee dagen per week werken.
Boven die ¿ 600 per maand gelden andere spelregels, als gevolg van het effect van de belastingvrije sommen en de verschuiving van tariefgroep. Van wijzigingen in het arbeidsmarktgedrag van de vrouw zie je dan de gevolgen terug in het inkomen van de partner. Wanneer de vrouw stopt met werken (bijv. na geboorte van een kind) ziet haar partner zijn netto inkomen met ¿ 220 à 350 per maand stijgen. Niet dat hij daar iets extra voor hoeft te doen; het voordeel valt hem zo in de schoot. Wanneer diezelfde vrouw na verloop van tijd besluit opnieuw in te treden, gaat haar kostwinner er netto weer met een vergelijkbaar bedrag op achteruit. Zij moet in elk geval dat bedrag weer goedmaken om qua gezinsinkomen quitte te spelen.
Zelfs als de netto inkomenspositie van het huishouden geen verandering ondergaat, zal zijn enthousiasme om netto minder te gaan verdienen niet groot zijn. En al helemaal niet als hij nu zelf zijn pak bij de stomerij moet ophalen en de maandelijkse lasten toenemen, bijvoorbeeld omdat er ook voor kinderopvang moet worden betaald. Gegeven deze en andere extra kosten die ontstaan als beide partners buiten de deur werken, moet de 'bijverdienende' partner toch al snel ¿ 500 à 1000 bruto per maand verdienen om de koopkracht van het huishouden op peil te houden.
Zij moet dus wel een sterke drang voelen om weer aan de slag te willen of een behoorlijk verdienende baan hebben, wil zij voldoende argumenten hebben om hem te overtuigen zich bij 'zijn' verlies neer te leggen. Om die reden hebben goed opgeleide vrouwen het gemakkelijker om op de arbeidsmarkt actief te blijven c.q. daar terug te keren.
Meer nog dan om 'koopkrachtplaatjes' gaat het de Emancipatieraad om het principe dat de onvoltooide individualisering van het belastingstelsel partners op een onnodige en ongewenste wijze aan elkaar vastkoppelt. Door die koppeling kunnen vrouwen en mannen niet hun eigen keuzes maken. Uiteraard staat het stellen vrij hun beslissingen over de verdeling van betaald werk en zorg op elkaar af te stemmen, maar dat moet wel hun keuze zijn en niet een door de overheid via het belastingstelsel opgelegde keuze.
Lieftink gaat met zijn (te) simpele rekensommetjes voorbij aan waar emancipatie echt over gaat: het bevorderen van maatschappelijke (waaronder begrepen: economische) zelfstandigheid van alle inwoners van dit land, mannen én vrouwen. Individualisering van het stelsel van belastingen en sociale zekerheid vormt daarvoor niet alleen een noodzakelijk, maar ook een bijzonder effectief instrument.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.