KAAPSTAD (AP) - De advocaten van de voormalige president van Zuid-Afrika P.W. Botha hebben gisteren in hun slotpleidooi voor de Waarheidscommissie betoogd dat de zaak tegen Botha moet worden ingetrokken. Zij stelden dat de dagvaarding die de Waarheids- en Verzoeningscommissie aan Botha stuurde wegens vormfouten ongeldig was.
Botha staat terecht omdat hij geen gehoor zou hebben gegeven aan een oproep van de Commissie, die onderzoek verricht naar wreedheden begaan onder het apartheidsregime.
Volgens Botha, president ten tijde van het apartheidsregime, wil de Commissie onder leiding van Desmond Tutu hem vernederen door hem in het openbaar te laten verschijnen terwijl hij al 1 700 pagina's aan antwoorden heeft geschreven. Maar voor de Commissie was het verschijnen van Botha een erezaak omdat een groot deel van de zwarte bevolking haar juist te mild vindt voor kopstukken van het apartheidsregime.
De Commissie wilde Botha ondervragen over de rol van de Staatsveiligheidsraad, een duister overheidslichaam met Botha aan het hoofd tijdens harde acties tegen antiapartheidsgroeperingen in het begin van de jaren '80. De raad zou de moord op zwarte vrijheidsstrijders hebben goedgekeurd. Als Botha schuldig wordt bevonden kan hij twee jaar cel of een boete krijgen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.